Groepsdynamica les 4 (van 6)

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapBasisschoolGroep 5-8

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Introductie

Groepsdynamiek les 4: PERFORMEN. In je klas zitten 25 tot 30 leerlingen met allemaal een ander brein dat ook nog eens op een ander manier kan worden geprikkeld. Leert de ene leerling gemakkelijk als je klassikaal les geeft, de ander heeft 1-op-1-coaching nodig en de derde leert door muziek of beweging. Het is een kwestie van de meervoudige intelligenties die je in je klas voor je neus hebt zitten. Maar hoe spreek je ze allemaal aan? Je kunt als leerkracht natuurlijk best proberen om alles rappend uit te leggen en elke namiddag te besteden aan een stripverhaal-instructie. Maar dit kan vast makkelijker. Het is tijd om uit te zoeken hoe je als leerkracht iedereen kunt bedienen, zonder een burn-out of rap-blessures op te lopen. De komende twee lessen ga je aan de slag met het ontdekken van de individuele talenten van je leerlingen. Stap voor stap ga je ontdekken waar iedereen in uitblinkt en iedereen wat extra hulp bij nodig heeft. Deze les gaat over meervoudige intelligentie. Valkuil: Klassikaal verkondigen wat een leerling heel goed of juist niet kan. Kerndoelen: 34 en 37

Instructies

In de bijlage vind je de uitgebreide instructie en achtergrond van de 6 lessen Groepsdynamiek.

Benodigdheden:
  • Geprinte hand-outs voor alle leerlingen (zie bijlage)
  • Post-it's

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze les gaat over de theorie van de meervoudige intelligentie. Deze term kan soms wat verwarrend zijn omdat het lijkt alsof het om een bepaald denkniveau of intellect gaat. meervoudige intelligentie (of MI) gaat over het leerproces van het brein. simpel gezegd; "Hoe leert iemand"
MI is voor een deel erfelijk bepaald en voor een deel aangeleerd. Iedereen heeft acht 'intelligenties' waarvan er 2 of 3 het best zijn ontwikkeld. De manier waarop je hersens informatie verwerken of opslaan heeft te maken met je unieke intelligentie profiel.

In deze les gaan we met de groep een basis te leggen voor het in kaart brengen van de  intelligentie profielen van je groep. Bij MI gaat het er uiteindelijk NIET om hoe intelligent je bent maar om HOE je intelligent bent. 

Schrijf alles wat je ontdekt in je leerling-boek.
Tip: Gebruik het leerling-boek vooral om positieve dingen te noteren. Het is geen documentatie-methode van 'probleemgedrag'. 

Slide 2 - Tekstslide

Leg de leerlingen uit dat iedereen op een andere manier leert en ergens anders goed in is. Gebruik het voorbeeld op de slide dat op de vraag: Hoeveel is 4+7? in zijn brein heel anders tot een antwoord kan komen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cijfers |  Lief voor anderen |  Taal  |

Tekenen  |  Sporten  |  Muziek  |

Nadenken  |  Planten & dieren 

Slide 4 - Tekstslide

Laat de leerlingen één vaardigheid kiezen, waarvan zij denken dat ze er zelf het beste in zijn. Dat schrijven ze op een post-it en laten ze nog even aan niemand zien.

Vervolgens maken de leerlingen duo’s (geen probleem als vriendjes/vriendinnetjes elkaar opzoeken). Nu schrijven ze over de ander de vaardigheid op, waar ze de ander het allerbest in vinden. 
Deze post-its worden uitgewisseld. Vervolgens bespreken de leerlingen in de duo’s welke post-it ze voor zichzelf hadden geschreven. Is het dezelfde vaardigheid? Licht beiden toe waarom je de vaardigheid voor jezelf hebt gekozen en waarom je de vaardigheid voor de ander hebt gekozen (geef voorbeelden).

Slide 5 - Tekstslide

Spreek klassikaal na:

Wat viel er op? Wie had twee dezelfde post-it’s? Wie twee verschillende? Begrijp je waarom je klasgenoot een ander woord dan jijzelf had opgeschreven voor jou?

Slide 6 - Tekstslide

Leg uit dat iedereen verschillende manieren van ‘slim zijn’ heeft en dat we onszelf eens wat beter gaan leren kennen aan de hand van de Talentwijzer. 

Leg uit dat je de talenten één-voor-één gaat beschrijven en er voorbeelden bij zult geven. De leerlingen vullen na een uitleg steeds direct het bijbehorende balkje op de handout in. Dat gaat op gevoel. Stimuleer de leerlingen eerlijk te zijn. 

 LET OP: de begrippen op het formulier kunnen soms best abstract zijn. Check na je uitleg steeds of iedereen snapt wat je bedoelt. 

TIP: Vul hem gelijk ook zelf in! Je geeft vaak les naar je eigen voorkeurs top 3; hoe zit dat bij jou?

Slide 7 - Tekstslide

LOGISCH-MATHEMATISCHE INTELLIGENTIE
Denken in systemen, graag redeneren en analyseren.
Het vermogen om logische verbanden en onderliggende principes te begrijpen en om makkelijk met (abstracte) getallen en hoeveelheden te werken. Mensen bij wie dit gebied goed is ontwikkeld, denken beredenerend en zijn vaak kritisch.

Je houdt van rekenen
Je houdt van geschiedenisfeiten (jaartallen)
Je houdt van topografie
Je houdt van redeneren, puzzelen, experimenteren
Je houdt van lego ed, constructiematerialen.
Je wilt weten hoe dingen werken
Je denkt in ‘zwart-wit’ en ‘goed-fout’
Je denkt kritisch

Slide 8 - Tekstslide

INTERPERSOONLIJKE INTELLIGENTIE
Denken door na te gaan wat de ander ervan vindt, als het ware rekening houdend met de ander. Gemakkelijk omgaan met anderen.
Het vermogen om anderen aan te voelen, te begrijpen, te begeleiden, te leiden en te manipuleren. Mensen die interpersoonlijk intelligent zijn, denken door met anderen te praten over hun gedachten. Wanneer ze dat niet doen, denken ze minder diep. Deze mensen hebben een voorkeur voor samenwerken en kunnen dat meestal ook goed.

Je geeft vaak leiding in een groep
Je hebt veel vrienden,
Je bent een centrale figuur
Je kan goed organiseren
Je neemt daarin initiatief en houdt rekening met anderen zonder jezelf weg te cijferen
Je werkt graag samen
Je houdt van gezelligheid en feestjes

Slide 9 - Tekstslide

INTRAPERSOONLIJKE INTELLIGENTIE
Denken door bij zichzelf ten rade te gaan. Een goed inschattingsvermogen hebben. Graag wat op de achtergrond staan.
Het vermogen om te reflecteren, en op basis daarvan de juiste beslissingen te nemen. Mensen met een sterk ontwikkelde intrapersoonlijke intelligentie hebben zelfkennis. Ze weten wat ze willen, wat ze wel of niet kunnen en hoe ze beter kunnen worden op gebieden waarin ze nog niet goed zijn. Ze denken van binnen, in zichzelf en denken minder makkelijk wanneer er geluiden zijn of als er om hen heen wordt gepraat.

Je bent vastberaden en doelgericht
Je hebt zelfkennis
Je neemt verantwoordelijkheid
Je bent wat filosofisch ingesteld
Je kan je eigen gevoel en stemming goed onder controle houden
Je bent een dagdromer.
Je stelt hoge eisen aan jezelf

Slide 10 - Tekstslide

MUZIKAAL-RYTMISCHE INTELLIGENTIE
Denken in muziek, in ritmes, in maat en patronen.
Het vermogen om muzikale en ritmische patronen te herkennen, te onthouden en te maken. Mensen die dit intelligentiegebied gebruiken, denken in ritmes en melodieën. Zij kunnen zich beter concentreren als de stem van een spreker veel nuances heeft of als zij zelf ritmisch bewegen, ritmische geluiden maken of horen.

Je zingt en neuriet vaak
Je houdt van zingen
Je houdt van muziek in het algemeen
Je maakt zelf liedjes en versjes
Je bent je bewust van geluid in de omgeving
Je wil vaak muziek op de achtergrond
Je bent maat- ritmegevoelig
Je bent een boeiende verteller

Slide 11 - Tekstslide

TAALKUNDIGE INTELLIGENTIE
Denken in woorden en begrippen.
Het gaat om de capaciteit om taal te gebruiken om je uit te drukken en om anderen te begrijpen en te overtuigen. Mensen met taalkundige intelligentie denken in woorden. Zij zijn dan ook in staat om iets te begrijpen dat alleen in woorden wordt overgebracht.

Je houdt van lezen
Je houdt van schrijven
Je houdt van veel praten
Je houdt van beeldend vertellen
Je houdt van luisteren
Je houdt van grapjes
Je houdt van verhaaltjes
Je houdt van gedichtjes schrijven

Slide 12 - Tekstslide

VISUEEL RUIMTELIJKE INTELLIGENTIE
Het kind denkt in beelden en voorstellingen
Het vermogen om situaties en problemen voor je te zien en er op die manier mee te werken. Mensen met een goed ontwikkeld visueel-ruimtelijk intelligentie denken in beelden. Ze maken vaak kleine tekeningetjes wanneer ze zich langere tijd op gesproken tekst moeten concentreren.

Je houdt van tekenen
Je houdt van knutselen
Je houdt van beeldend bezig zijn
Je houdt van ontwerpen
Je houdt van schetsen
Je kunt dingen goed voor je zien, ‘visualiseren’
Je hebt gevoel voor kleurnuances
Je tekent figuren om iets vast te houden 
Je kunt jezelf snel oriënteren

Slide 13 - Tekstslide

NATUURGERICHTE INTELLIGENTIE
Denken in samenhangen, vooral gericht op natuur en milieu.
Het vermogen om patronen in natuurlijke omgevingen te herkennen, te begrijpen en ermee te werken. Mensen met een goed ontwikkelde naturalistische intelligentie worden door een natuurlijke omgeving en door het observeren van natuurverschijnselen aan het denken gezet. Doordat zij nauwkeurig observeren, kunnen zij natuurlijke én door mensen gemaakte objecten vaak goed classificeren.

Je hebt een ontdekkende, observerende grondhouding
Je bent sterk betrokken bij alles wat leeft en groeit
Je mag graag vergelijken
Je kunt goed zaken onthullen en de betekenis verklaren
Je bent sterk gericht op buiten (de natuur)

Slide 14 - Tekstslide

LICHAMELIJK MOTORISCHE INTELLIGENTIE
Denken in bewegingen, door te voelen.
Het vermogen om (delen van) het lichaam te gebruiken om een probleem op te lossen, iets uit te drukken of iets te maken. Mensen die dit gebied goed hebben ontwikkeld, begrijpen iets door het te doen. Sommigen gebruiken daarbij het liefste hun hele lichaam, anderen voornamelijk hun handen. Deze mensen hebben vaak beweging nodig om zich goed te kunnen concentreren.

Je houdt van gym
Je houdt van sport in het algemeen
Je houdt van dansen
Je houdt van bewegen
Je houdt van knutselen en expressie
Je maakt snel lichamelijk contact
Je sleutelt en knutselt graag


Ben je nu wat
(talent)wijzer?!

Slide 15 - Tekstslide

Bespreek na, hoe het was voor de leerlingen? Hoe was het om te zien waar jouw talent ligt? Herken je het ook in jouw gedrag in de klas? En van elkaar?

Na de klassikale sessie leveren de leerlingen het invulblad in bij de leerkracht. Met de ingevulde talentenwijzers kun je voortaan gemixte werkgroepjes maken. Leg de leerlingen dan uit dat je de werkgroepjes maakt op basis van verschillende talenten/intelligenties: zo kan samenwerken beter gaan!