Europese dag van de talen

Europese dag van de talen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijs

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Europese dag van de talen

Slide 1 - Tekstslide

TAALFEITEN
Wist je dat....?

- Er zijn tussen de 6000 en 7000 talen in de wereld – gesproken door 7 miljard mensen in 189 verschillende landen.
- De meeste talen worden gesproken in Azië en Afrika
- Minstens de helft van de wereldbevolking is twee- of meertalig.
- Veel talen hebben meer dan 50.000 woorden, maar individuele sprekers gebruiken hier maar een fractie van: in dagelijks taalgebruik gebruiken mensen vaak dezelfde paar 100 woorden.
- Talen zijn altijd in contact met elkaar en hebben invloed op elkaar: het Engels leende veel woorden en uitdrukkingen uit andere talen en nu gebruiken andere talen veel Engelse woorden.







Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Welke taal hoort niet
thuis in het rijtje?
A
Nederlands
B
Frans
C
Engels
D
Deens

Slide 4 - Quizvraag

TAALFEITEN
Wist je dat....?

- De meeste Europese talen gebruiken het Latijnse alfabet, maar veel Slavische talen gebruiken het Cyrillisch alfabet. Grieks, Armeens, Georgisch en Jiddish hebben hun eigen alfabet.
- Meertaligheid heeft veel voordelen: het maakt het leren van andere talen makkelijker, het verbetert je denkvermogen en het maakt het makkelijker om met andere mensen en culturen in contact te komen.
- Talen zijn allemaal met elkaar verbonden, net als een familie. De meeste Europese talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

 




Slide 5 - Tekstslide

OPDRACHTEN

Slide 6 - Tekstslide

1. Ben jij een taaldetective? 
Kan jij de volgende vreemde talen ontdekken?

Slide 7 - Tekstslide

Welke taal is dit?
A
Tsjechisch
B
Pools
C
Kroatisch
D
Noors

Slide 8 - Quizvraag

Welke taal is dit?
A
Servisch
B
Lets
C
Bulgaars
D
Macedonisch

Slide 9 - Quizvraag

Welke taal is dit?
A
Bosnisch
B
Slowaaks
C
Italiaans
D
Roemeens

Slide 10 - Quizvraag

Welke taal
is dit?
A
Albanees
B
Tsjechisch
C
Grieks
D
Turks

Slide 11 - Quizvraag

2. Palindroom

Slide 12 - Tekstslide

Wat is een palindroom?

Slide 13 - Open vraag

Palindroomzinnen
- Baas, neem een racecar, neem een Saab.
- Mooie zeden in Ede, zei oom.
- Ai, de massamedia!
- En er is ananas, Irene.
- Lezen is in, ezel!

Slide 14 - Tekstslide

Maak nu zelf als klas een palindroomzin

Slide 15 - Open vraag

3. Waar bevind ik mij?

Slide 16 - Tekstslide

Waar bevind
ik mij?
A
Frankrijk
B
Polen
C
Spanje
D
Duitsland

Slide 17 - Quizvraag

Waar bevind
ik mij?
A
Luxemburg
B
Denemarken
C
Kroatië
D
Portugal

Slide 18 - Quizvraag

Waar bevind
ik mij?
A
Spanje
B
Turkije
C
Roemenië
D
Portugal

Slide 19 - Quizvraag

Waar bevind
ik mij?
A
Roemenië
B
Polen
C
Oekraïne
D
Rusland

Slide 20 - Quizvraag

Waar bevind
ik mij?
A
Turkije
B
Portugal
C
Spanje
D
Rusland

Slide 21 - Quizvraag

Waar bevind
ik mij?
A
Albanië
B
Turkije
C
Roemenië
D
Spanje

Slide 22 - Quizvraag

4. Tongtwisters

Je krijgt een lijst van tongtwisters.




Proberen maar.....











Slide 23 - Tekstslide

Nu is het aan jullie 
Kies als klas 1 tongtwister uit en probeer deze zoveel mogelijk keer na elkaar te zeggen.


Zit je tong al in de knoop?

Slide 24 - Tekstslide

5. Rap Rap Rap

Slide 25 - Tekstslide

Rijmchallenge 
Instructies: 

- Verdeel de klas in 2 en laat ze in rijen tegenover elkaar staan. 
-  De eerste twee kijken naar elkaar.
- De leerkracht zegt een woord. 
- De leerlingen proberen zo snel mogelijk een bestaand 
rijmwoord te vinden.
- De snelste sluit terug achteraan aan. De andere leerling valt uit. 

Wie wint er? 


Slide 26 - Tekstslide

Eenvoudige rijmwoorden:

- kat
-vaas
-huis
-klauw
-zat
-groet
-banaan
-friet
-boom
-vrouw
-....


Moeilijkere rijmwoorden:

-gemeen
-verfrissen
-geuren
-veronderstellen
-beleefd
-tafel
-graven
-....

Slide 27 - Tekstslide