Genres

Genres
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Genres

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het genre?
A
Avontuur
B
Horror
C
Sciencefiction
D
Historisch verhaal

Slide 2 - Quizvraag

sciencefiction gaat over
A
avontuur
B
historie
C
fantasie
D
toekomst

Slide 3 - Quizvraag

Storm. De diepe wereld – Don Lawrence & Saul Dunn
De astronaut Storm komt met zijn ruimteschip op de planeet Jupiter terecht in een orkaan, die hem voorwaarts gooit in de tijd. Zonder dat hij daar erg in heeft, keert hij terug naar de aarde. Daar ontdekt Storm dat de flora en fauna door menselijk ingrijpen enorm zijn veranderd. De mensen die Storm ontmoet, zien er niet alleen barbaars uit, zo gedragen ze zich ook. Storm moet zich staande zien te houden in een vijandige wereld. Daarbij kan hij de hulp van Roodhaar, een vrouw met wie hij tijdens een gevangenschap vriendschap sluit, goed gebruiken.
A
Fantasy
B
Sciencefiction
C
Thriller
D
Detective

Slide 4 - Quizvraag

Er is sprake van een wereld die door rampen of een dictatuur bijna niet meer leefbaar is.
A
Fantasy
B
Dystopie
C
Thriller
D
Sciencefiction

Slide 5 - Quizvraag

In welke genre komen verzonnen wezens zoals, trollen, tovenaars en draken?
A
Sciencefiction
B
fantasy
C
thriller
D
zowel in sciencefiction als fantasy.

Slide 6 - Quizvraag

In welk genre ligt de klemtoon op actie en gevaar?
A
thriller
B
sciencefiction
C
fantasy

Slide 7 - Quizvraag

Welk genre speelt zich af in een denkbeeldige toekomst?
A
fantasy
B
psychologische roman
C
sciencefiction

Slide 8 - Quizvraag

Boeken waarin alles draait om een misdaad noem je een:
A
Fantasy
B
Detective
C
Spanning en avontuur
D
Sciencefiction

Slide 9 - Quizvraag

Van welk genre is dit de omschrijving?

Verhaal dat zich afspeelt in een verzonnen wereld waarin vaak magie en bijzondere wezens voorkomen.
A
fantasy
B
sciencefiction

Slide 10 - Quizvraag

Waar speelt sciencefiction zich vaak af?
A
in het hier en nu
B
fantasiewereld
C
in het verleden
D
toekomst of in de ruimte

Slide 11 - Quizvraag