5 juni

Gesprek
Hoe gaat het met jou?
Het gaat goed!
Wat heb je gedaan vandaag?
Ik ben vandaag naar school geweest / gegaan.
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Gesprek
Hoe gaat het met jou?
Het gaat goed!
Wat heb je gedaan vandaag?
Ik ben vandaag naar school geweest / gegaan.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
Opwarmer
Het alfabet
Woordenlijst oefenen
Voorzetsels
Tegenstellingen



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het alfabet
Luister en zeg na
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Griekse IJ
i-grec
ij

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

koud <--> warm
 gisteren was hij rustig <--> vandaag is hij onrustig / druk

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Muziek luisteren
Luisteren naar
in 
aan iemand geven = to give (smt) to
weinig tijd hebben voor
zeggen tegen = say to someone
naast - next to
naar

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spellen
Wat is je naam?
Wat is je achternaam?
Hoe spel je dat?
ha / o / p / p/ e / n / b / r / o / u / w / e / r / s
Wat is je adres?
En de postcode?

Dagen van de week



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woorden oefenen
https://quizlet.com/218836453/match?funnelUUID=c4b64325-24dd-4fa7-a18b-33143fe580c1



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontkennen: niet of geen?
Lesdoelen
- Je kunt uitleggen wanneer je geen en wanneer je niet gebruikt; 
- Je kunt ontkenningen in het Nederlands goed toepassen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke twee woorden kun je gebruiken om een ontkennende zin te maken?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oké, laten we dat even herhalen...
GEEN: bij zelfstandig naamwoorden--> in plaats van 'een'
NIET: Vooral voorzetsels,  werkwoorden en voornaamwoorden 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkenning in:

Ik ben ... kabouter.
A
geen
B
niet

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkenning in:

Ik lust ... pannenkoeken.
A
niet
B
geen

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkenning in:

Ik hou ... van pannenkoeken.
A
niet
B
geen

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkenning in:

Ik heb mijn huiswerk ... gemaakt.
A
geen
B
niet

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef antwoord op de vraag. Gebruik niet/geen.

Ga je op vakantie?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef antwoord op de vraag. Gebruik niet/geen.

Heb je een huisdier?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef antwoord op de vraag. Gebruik niet/geen.

Vind je hardlopen leuk?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef antwoord op de vraag. Gebruik niet/geen.

Heb je dansles?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Even herhalen...
GEEN: bij zelfstandig naamwoorden--> in plaats van 'een'
NIET: Vooral voorzetsels,  werkwoorden en voornaamwoorden 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen

  • Aan het einde van deze les heb je kennis over het gebruiken van voorzetsels.
  • Je gebruikt voorzetsels die naar een locatie of beweging verwijzen op de juiste manier.
  • Je kunt zinnen met voorzetsels die naar een locatie wijzen maken bij afbeeldingen.
Voorzetsels in het Nederlands

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De hond ...
... de doos.
timer
3:30
loopt naar
ligt onder
kijkt in
zit op
springt over
zit voor
staat achter
zit in
zit tussen

Slide 23 - Sleepvraag

IJsbreker: Waarover gaat deze les?
Zet deze slide al aan tijdens de introductie. De leerlingen kunnen laten zien wat zij al weten. Van hieruit wordt straks de kennis over voorzetsels uitgebreid. 
Welke voorzetsels ken je al?

Slide 24 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Voorzetsels en beweging
Welke ken je?

Slide 25 - Woordweb

Deel met de leerlingen
De geflipte les, voorbereiding op de volgende les over voorzetsels.
timer
3:30
eraf/ervan af
naar boven/omhoog
om/eromheen
uit/eruit
langs/erlangs
erin
op/erop
door/erdoorheen
naar beneden/omlaag

Slide 26 - Sleepvraag

Laat de leerlingen met de sleepoefeningen de juiste voorzetsels die beweging aangeven ontdekken.

De hond loopt ... de dozen.

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond kruipt ... de doos.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ... de doos.

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ... .

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond springt ... de doos.

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond springt ... de doos.

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ... beneden.

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond kruipt ... .

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ...... .

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ... boven.

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond springt ... de doos.

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ... .

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond springt ... de doos.

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


De hond loopt ... .

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

5 juni

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies