Werkwoorden elke dag
Werkwoorden elke dag
Deze slide heeft geen instructies
Ik kan werkwoorden herkennen en invullen in een zin.
Deze slide heeft geen instructies
Welke werkwoorden ken jij al?
Laat leerlingen losse woorden typen, bijvoorbeeld werkwoorden uit de les of andere eenvoudige werkwoorden die zij al kennen.
Wat is een werkwoord?
Een werkwoord zegt wat iemand doet of is.
Voorbeelden:
lopen
luisteren
staan
hebben
Houd het eenvoudig op A1-niveau: een werkwoord is een doe-woord of een woord dat een toestand aangeeft. Gebruik de woorden van de les steeds opnieuw.
Werkwoorden uit deze les
zijn
hebben
kijken
maken
luisteren
poetsen
zien
staan
Deze slide heeft geen instructies
Wat betekenen deze woorden?
kijken = met je ogen zien
luisteren = goed horen
poetsen = schoonmaken
maken = iets doen of maken
Leg de woorden uit met gebaren of door naar voorwerpen in de klas te wijzen. Vermijd lange definities.
Meer betekenissen
zijn = bestaan of iemand/iets is zo
hebben = iets bezitten
zien = met je ogen waarnemen
staan = rechtop op één plaats zijn
Deze slide heeft geen instructies
Werkwoord in een zin
In een zin staat vaak één belangrijk werkwoord.
Voorbeelden:
Ik kijk naar de docent.
Wij luisteren naar muziek.
De bezem staat in de hoek.
Wijs het werkwoord in elke zin duidelijk aan. Laat zien dat het woord vertelt wat er gebeurt.
Welk woord is een werkwoord?
kijken
tafel
boek
docent
Sluit aan op de uitleg wat een werkwoord is en de lijst met werkwoorden uit deze les.
Vul het goede woord in
Ik kijk naar de docent. Wij luisteren naar muziek. De bezem staat in de hoek.
Neem de voorbeeldzinnen van de vorige slide bijna letterlijk over, zodat leerlingen vooral het werkwoord herkennen.
Invullen: zijn en hebben
Ik _ moe.
Wij _ een boek.
De tafel _ groot.
Jullie _ twee pennen.
Antwoorden: ben/zijn afhankelijk van uitleg? Omdat alleen infinitieven in de les staan, houd het hier functioneel eenvoudig en bespreek mondeling: ben, hebben, is, hebben. Focus op herkennen en passend invullen.
Invullen: kijken, luisteren, poetsen
Ik _ naar de televisie.
Wij _ naar de radio.
Zij _ haar tanden.
Bespreek de plaatjes eerst kort, zodat beeld de betekenis ondersteunt. Mogelijke antwoorden: kijk, luisteren/luisteren naar? Op A1-niveau mondeling helpen naar juiste persoonsvorm: kijk, luisteren/luisteren wordt luisteren als infinitief herkend maar in de zin is luister(en) afhankelijk van niveau. Corrigeer zacht.
Invullen: maken, zien, staan
Ik _ mijn huiswerk.
Wij _ een vogel.
De fiets _ buiten.
Doel is woordenschat koppelen aan context. Geef mondeling de passende vormen: maak, zien/zien, staat. Bij ISK 1 is begrip belangrijker dan volledige grammaticale analyse.
Kies het goede werkwoord
Ik _ een appel. (heb / kijk)
Wij _ naar de docent. (luisteren / staan)
De stoel _ naast de tafel. (staat / ziet)
Deze slide helpt bij betekenisonderscheid. Lees elke zin hardop en koppel aan de afbeelding.
Korte zinnen met werkwoorden
Ik ben in de klas.
Ik heb een tas.
Ik kijk naar het bord.
Ik luister naar de docent.
Ik maak mijn werk.
Ik zie mijn boek.
De bezem staat daar.
Gebruik deze slide als samenvatting. Laat leerlingen de zinnen horen en nazeggen, maar zet dat niet op de slide.
Welk woord past? Ik ___ een boek.
kijk
heb
sta
poets
Controleert betekenis van hebben in een eenvoudige zin.
Vul de werkwoorden in
Ik ben in de klas. Ik heb een tas. Ik maak mijn werk. De bezem staat daar.
Gebaseerd op de samenvattingszinnen van slide 11. De lege plekken zijn betekenisdragende werkwoorden.
Wat heb jij geleerd?
Reflectie zonder fout of goed. Mogelijke antwoorden: een werkwoord herkennen, zijn en hebben invullen, kijken/luisteren/poetsen gebruiken in een zin.
Welk werkwoord onthoud jij?
Gebruik de uitkomst als korte afsluiting: laat enkele leerlingen hun gekozen werkwoord in een zin zeggen.
Woordenlijst
werkwoord - een woord dat zegt wat iemand doet of is
zijn - bestaan of zo zijn
hebben - iets bezitten
kijken - met je ogen ergens naar zien
maken - iets doen of iets maken
luisteren - goed horen naar geluid of iemand
poetsen - schoonmaken
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
zien - met je ogen waarnemen
staan - rechtop op één plaats zijn
zin - woorden samen met betekenis
invullen - het goede woord in een lege plek zetten
Deze slide heeft geen instructies