Writing a letter: Pitfalls - klas 4M Da Vinci

Writing and listening 4M
Pitfalls when writing & Grammar
controle huiswerk
Writing assignment Roof terrace
Black Friday: listening assignment
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Writing and listening 4M
Pitfalls when writing & Grammar
controle huiswerk
Writing assignment Roof terrace
Black Friday: listening assignment

Slide 1 - Tekstslide

Writing an email/letter: pitfalls 

Slide 2 - Tekstslide

Start brief

Datum: 21 January 2022

De mail wordt begonnen met: Dear Judith; Dear Henry; 

Dear Sir/Madam(je kent de persoon niet) 



Afsluiting brief 

Afsluitende zin is altijd: 
I hope to hear from you soon.
I look forward to see you again 

Je sluit de brief af met Regards, Love, of Take care,

Onderaan komt je volledige naam. 

Slide 3 - Tekstslide

To do:
Gebruik alinea's: verdeel de punten per onderwerp (wat hoort bij elkaar) en laat tussen alinea's een regel wit. 

Slide 4 - Tekstslide

Tips and tricks!
Let op je spelling en grammatica:
  • Gebruik de juiste tijden 
  • Begin de zin nooit met een voegwoord (and, but, because, so, etc)
  • Let op de zinsvolgorde (wie-doet-wat-waar-wanneer)
  • Schrijf I (ik) altijd met een hoofdletter
  • Denk aan het juiste gebruik van a/an 
  • Schrijf schoolvakken, talen etc. met een hoofdletter 

Slide 5 - Tekstslide

Mind your grammar!

Slide 6 - Tekstslide

Mind your punctuation!

Slide 7 - Tekstslide

Mind your spelling!

Slide 8 - Tekstslide

Woordvolgorde
De normale volgorde van woorden in het Engels is:
wie + doet + wat/wie + waar + wanneer

- Sem works at Mc Donald's on Sundays.
- My parents are going on holiday to Malta tomorrow.
- I gave flowers to my girlfriend last week.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Zet in de goede volgorde:
wants - to visit - in England - John- me - next summer

Slide 11 - Open vraag

saw - we - in Spain - on the campsite - each other

Slide 12 - Open vraag

Meervoud in het Engels

Slide 13 - Tekstslide

Basisregel - plural
In het Engels zet je een -s achter het woord 
om een meervoud (plural) te maken. 
one alligator  - two alligators 
one dog  - two dogs 
one spider  - two spiders 
one construction worker  - two construction workers 
 

Slide 14 - Tekstslide

 Let op !! 
Als een woord op een medeklinker + y eindigt wordt het -ies. 
one body - two bodies 
one baby - two babies 
maar eindigt een woord op -ay, -ey, -oy, -uy, 
dan blijft de -y en zet je er gewoon -s achter. 
one day - two days 
one guy - three guys 
 
Als het woord eindigt op -f/-ve verandert dat in -v/-ve. 
one knife - two knives 
one thief - two thieves

Slide 15 - Tekstslide

 Let op!
Als het woord eindigt op -f/-ve verandert dat in -v/-ve. 
one knife - two knives  / one thief - two thieves 
 Als het woord eindigt op een s-klank, dan zet je -es achter het woord
one kiss - two kisses  / one box - two boxes  / one church - four churches 
one bus - two buses 
  Als het woord eindigt op een medeklinker + o, wordt het -oes 
potato - potatoes  /hero - heroes.

Slide 16 - Tekstslide

meervoud van:
hobby

Slide 17 - Open vraag

meervoud van:
knife

Slide 18 - Open vraag

meervoud van:
tomato

Slide 19 - Open vraag

Veel gemaakte fouten:
I am a sixteen year old boy --> I am a sixteen-year-old boy

Im very happy --> I'm very happy (met apostrophe) 

I don't know a lot from your city --> I don't know a lot about your                         city

Slide 20 - Tekstslide

Veel gemaakte fouten:
Schoolvakken: 
Nederlands = Dutch   Duits = German   Economie =  Economics
Maatschappijleer = Social studies    Biologie = Biology

I am going to stay at/by you --> I am going to stay with you
Can you tell please more about it? --> Can you tell more about it                                            please

Slide 21 - Tekstslide

Vertellen over je school
I am on the Regius college --> Je zegt dat je op het gebouw zit

Hoe dan wel?

I go to the Regius College
The name of my school is Regius College

Slide 22 - Tekstslide

With me everything is going good
(met mij gaat alles goed)

Slide 23 - Open vraag

I really have much sin in it
(Ik heb er veel zin in)

Slide 24 - Open vraag

Will you make a picture from us?
(Wil je een foto van ons maken?)

Slide 25 - Open vraag

Maken
https://forms.office.com/Pages/ResponsePage.aspx?id=zdvq6i8xUEiy6KqbX8zZWUVmTmcy9_FNiFPO6VkGB7ZUMVpZQVBGSE0xUUdFSDRXVVE4T0pSWlFBWC4u

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Black Friday 'Frenzy'
What does Frenzy mean?
A
When people are extremely happy to buy things with a discount
B
A period in which people often go out shopping with friends
C
A state or period of uncontrolled excitement or wild behaviour

Slide 28 - Quizvraag

Where did the Black Friday shopping extremely get out of control and were there even gunshots being fired?
A
Georgia Mall
B
Alabama Mall
C
Washington Mall
D
New York Mall

Slide 29 - Quizvraag

What product does the woman in the Georgian Wallmart refusing to let go of?
A
Paint and pencils
B
Pills and partydecoration
C
Paper and scissors
D
Pots and pans

Slide 30 - Quizvraag

Which tragic event happened in Alabama?
A
An old man wasn't feeling well and fainted
B
An angry customer fired shots at policemen
C
A fight turned into a shooting
D
Three store employers got injured because of the crazy crowd

Slide 31 - Quizvraag

South Park

Slide 32 - Woordweb

The shooter killed....
A
A twelve-year-old girl
B
A twenty-year-old boy
C
A sixty-year-old man
D
A ten-year-old child

Slide 33 - Quizvraag

How many shoppers were there on Black Friday according to the video?
A
118 million
B
116 million
C
118 billion
D
116 billion

Slide 34 - Quizvraag

It was the biggest Black Friday since...
A
2009
B
2010
C
2011
D
2012

Slide 35 - Quizvraag

The average shopper expected to spend ..... this holiday season
A
More than a 100 dollars
B
More than 500 dollars
C
More than a 1000 dollars
D
More than 1500 dollars

Slide 36 - Quizvraag

Why did the guy being interviewed prefer shopping in a real store over shopping online?
A
He was curious what Black Friday in stores would look like
B
He wanted to ask the staff questions about the products
C
He doesn't really know how to shop online
D
He liked seeing products in real life and trying it on

Slide 37 - Quizvraag

Check out

Slide 38 - Tekstslide

Ik ben in staat een goede brief/mail te schrijven
0100

Slide 39 - Poll

Ik beheers de Engelse grammatica goed
0100

Slide 40 - Poll

Ik kan nog wel wat hulp gebruiken bij schrijfvaardigheid
0100

Slide 41 - Poll

Ik vond de kijk- en luisteropdrachten....
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 42 - Poll

Enjoy your weekend!

Slide 43 - Tekstslide