De besluitvorming & de instellingen van de EU


Europese integratie



Roberto Alvarez, 2020
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


Europese integratie



Roberto Alvarez, 2020

Slide 1 - Tekstslide

Besluitvorming van de EU

Slide 2 - Tekstslide

Besluitvorming van de EU

  • Soorten besluiten
  • Fases in besluitvorming
  • Gewone wetgevingsprocedure
  • Bijzondere wetgevingsprocedure

Slide 3 - Tekstslide

Instellingen van de EU

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld besluitvorming

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld van een voorstel
  • 2017: partijen NL waren verdeeld
  • 2017: kabinet wilde 5 betaalde dagen in 2019
  • 2019: De Raad(van Ministers) akkoord + EP akkoord
  • 2022: Minimaal twee maanden betaald ouderschapsverlof.

sociale dimensie interne markt EU

Slide 7 - Tekstslide

Is dit voorstel in strijd met het “subsidiariteitsbeginsel”?
"Besluiten zo dicht mogelijk bij de burgers nemen."

Checkvragen bij dit beginsel: 
  • Heeft de actie transnationale aspecten die niet geregeld kunnen worden door EU-landen?
 
  • Zou het optreden van de lidstaten alleen/of het niet optreden in strijd zijn met het Verdrag van Lissabon?
  
  • Levert het optreden op EU-niveau zichtbare voordelen op?  

Slide 8 - Tekstslide

Welke soorten besluiten neemt de EU?
  1. Verordening: algemene strekking, verbindend en rechtstreeks toepasbaar in alle lidstaten. Voorbeeld: privacy wetgeving, etikettering, streekproducten (feta), beleggersinformatie. 
  2. Richtlijn: verbindend voor alle lidstaten t.a.v. het resultaat.                                                    Voorbeeld: chocoladerichtlijn, consumentenrechten, detacheringsrichtlijn*
  3. Besluit: verbindend voor de partijen op wie het gericht is. 
      Voorbeeld: deelname EU aan terrorisme bestrijdingsorganisaties 
   4. Aanbevelingen en adviezen: niet bindend. 
 
  • Richtsnoeren, besluiten over uit te voeren optredens, in te nemen standpunten. 
       Voorbeeld: terugtrekken ambassadeurs uit Rusland of standpunt Iran-deal.  

Tip
Tio

Slide 9 - Tekstslide

Bij richtlijnen: multi-level governance
  • Europese richtlijnen moeten door de nationale regeringen omgezet worden in nationale regelingen. 
  • De Commissie controleert dit. 
  • De Commissie kan een lidstaat voor Het Europese Hof van Justitie dagen, mogelijk een boete.   

Slide 10 - Tekstslide

Twee routes voor wetgevingsprocedures
Gewone wetgevingsprocedure 
Meer supranationaal: grote rol EC, EP en besluitvorming in de Raad(Raad van Ministers) met QMV. 
 
Bijzondere wetgevingsprocedure 
Meer intergouvernementeel: de Raad met unanimiteit 

Slide 11 - Tekstslide

Gewone wetgevingsprocedure 
Amendementen

Slide 12 - Tekstslide

  • 27 onderwerpen (bijv. samenwerking politie, btw, ontslagrecht, sociale zekerheid, begroting, GBVB) 
  • EP mag soms alleen hun mening geven of goedkeuren/afkeuren
  • De Raad van Ministers moet meestal unaniem instemmen 


Lastiger tot overeenkomsten te komen → meer autonomie, diplomatie 

Slide 13 - Tekstslide

Spanningsveld bij besluitvorming

Slide 14 - Tekstslide

  • Geen wet maar wel samenwerken 
  • De raad stelt gezamenlijke doelen vast 
  • Indicatoren om resultaten te meten 
  • Lidstaten maken hervormingsprogramma’s 
  • Prestatie meting op de indicatoren (benchmarking) 
  • Lidstaten bepalen zelf of ze meedoen 
  • Methode wordt vaak gebruikt op sociale economische beleidsterreinen     ( werkgelegenheid, pensioenen, onderwijs, etc.) 

Kanttekening
Het is een aanpak waarbij de ministers van de lidstaten onder elkaar afspreken bepaalde doelstellingen na te streven, alhoewel er daartoe aan de Europese Unie geen bevoegdheid werd toegekend. Men probeert de doelstellingen te bereiken door wederzijds toezicht (peer review) en wederzijdse druk (peer pressure). Dergelijke methode is ideaal om aan democratische besluitvorming te ontsnappen.

Slide 15 - Tekstslide

Deel 2: Instellingen van de EU 

Slide 16 - Tekstslide

De Europese Commissie (dagelijks bestuur) 
  • 28 onafhankelijke leden,  één uit elk EU-land  

Taken:
Beleidsvorming: stelt nieuwe wetgeving voor (recht van innitiatief) i.s.m. expertgroepen (zie eerdere slide 'besluitvormingsprocedures)

  •  Bestuur: uitvoerend orgaan  (de begroting opstellen en aanpassen) → programma's, projecten, vertegenwoordigt de EU in de rest van de wereld 

  •  Controle: ziet er op toe dat de lidstaten zich aan de afspraken/richtlijnen houden. Middelen →  Scoreborden, assistentie,  inbreukprocedures (evt. Hof ingeschakeld) 

Ontwerpbegroting

Slide 17 - Tekstslide

EC: de voorzitter
  • Zittingstermijn 5 jaar  
  • Europese Raad draagt voor bij QMV, Europees Parlement stemt in (met gewone meerderheid van stemmen)
  • Politieke kleur van voorzitter moet overeen komen met winnende fractie Europees Parlement (doorgaans)
  • Verantwoordelijk voor grote beleidslijnen, evt. conflicten tussen commissarissen  
  • Vertegenwoordigt EC bij de ER en bij belangrijke internationale besprekingen.    
Historie
Eerdere voorzitters

Slide 18 - Tekstslide

Agentschappen 
"Een agentschap is een bureau van de Europese Unie dat zich met een bepaald onderwerp bezighoudt. Agentschappen verzamelen bijvoorbeeld kennis, nemen besluiten over technische onderwerpen of zorgen dat besluiten worden uitgevoerd." 

Slide 19 - Tekstslide

Europees Parlement
  • 750 leden plus voorzitter (751)
  • Iedere 5 jaar directe verkiezingen, volgens nationale procedures 
  • NL 26 zetels, verdeling over landen naar rato inwonersaantallen met correctie t.b.v. kleine landen 
  • Europese fracties, maar ook onafhankelijke parlementariërs 
  • Voorzitter, gekozen door EP bij QMV 
  • De maandelijkse plenaire vergadering vindt plaats in Straatsburg. Het meeste werk in de fracties en parlementaire commissies vindt plaats in Brussel. 

Zetelverdeling

Slide 20 - Tekstslide

Europees Parlement (vervolg)
Historie
Historische verdeling
Verdeling
naar rato van inwoners verdeeld

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

EP in Straatsburg en Brussel
Achtergrondinfo
Video
Het circus......

Slide 24 - Tekstslide

EP: bevoegdheden 
Het Europees Parlement heeft bevoegdheden die kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdtaken:  
 

Wetgevende
Niet recht van initiatief
Wel voorstellen goedkeuren of niet, samen de Raad. 
Relatief weinig invloed op buza
Meer op milieu en consumentenbescherming. 

Begroting
Eigen inkomsten EU, zoals 0,3% BTW, importheffingen, nationale bijdrage op basis BNI (de Raad raadpleegt het EP) en de uitgaven (meerjarig financieel kader) moet worden goedgekeurd door EP (bij meerderheid) en de Raad (QMV).  

Controle
Controleert de EC: keurt kandidaat-voorzitter goed en college van commissarissen(in zijn geheel). 
Kan ook hele college naar huis sturen.  

Slide 25 - Tekstslide

EP: kanttekeningen bij hun rol
  • Geen initiatiefrecht (= wetsvoorstellen niet doen, wel EC verzoeken) 
  • Bepaalde beleidsterreinen EP maar beperkte rol (GBVB)
  • Het kan geen individuele commissarissen naar huis sturen 
  • Politieke scheidslijnen moeilijker te herkennen want geen politiek gekleurde commissie (vergelijk coalitieregering in NL met coalitiepartijen en oppositie) 
  • Lage opkomst bij verkiezingen 
  • Gebrekkige kennis bij burgers 

Slide 26 - Tekstslide

De Raad(van ministers) en de Europese Raad

Slide 27 - Tekstslide

De Raad (van ministers) 
  • De raad : 28 vertegenwoordigers van de lidstaten, bevoegd om bindende besluiten te nemen namens het bestuur van het eigen land (Intergouvernementeel) 
  • Beslist samen met het Parlement over EU-wetten en EU-begroting
  • Stuurt het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
  • De standaardregel voor het stemmen van de Raad is besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. 

10 raden

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

De Raad(van ministers): de taken
De Raad heeft drie hoofdtaken: wetgeving, coördinatie en delegatie.  
  • De wetgevende taak is de belangrijkste taak, bijna alle Europese besluiten worden genomen door de Raad (veelal samen met het EP) 
  • Coördinatie: gemeenschappelijke doelstellingen tussen landen overeenkomen en beleid op elkaar afstemmen 
  • Delegatie: uitvoeren van besluiten opdragen aan EC 

Slide 30 - Tekstslide

De Raad(van ministers): stemwijze (2 opties)
Gekwalificeerde meerderheid 
  • De Raad neemt een voorstel aan wanneer 55% van het aantal lidstaten, met een minimum van 16*, vóór stemt. Ook moet in de lidstaten die voor zijn, ten minste 65% van de totale bevolking van de Europese Unie wonen. 

Unanimiteit (op politiek gevoelige tereinen, zoals veiligheid, buza en belastingen): elk land heeft dan vetorecht 

*VK

Slide 31 - Tekstslide

De Europese Raad (regeringsleiders/eurotop)
  • Intergouvernementeel 
  • De Europese raad besluit op basis van unanimiteit 
  • Vaste voorzitter per 2,5 jaar 
  • Draagt zorg voor politieke sturing en belangrijke beslissingen (concurreert met de EC om initiatiefrecht)  
  • De Europese raad vergadert achter gesloten deuren. Er vindt geen publiek debat plaats waardoor het EP en nationale parlementen de regeringsleiders niet kunnen controleren.         Dit wordt het democratisch tekort genoemd. 

Bijvoorbeeld
Besluit in 1993 om onderhandelingen te openen voor de toetreding 10 landen  
Dus met Verdag van Lissabon =>EP meer invloed, maar ook de ER ten koste van initiatiefrecht EC.  

Slide 32 - Tekstslide

Let op! Brexit is meegerekend

Slide 33 - Tekstslide

Hof van Justitie 
  • Supranationaal 
  • Een rechter per lidstaat (voor 6 jaar benoemd) 
  • Advocaten-generaal bereiden rechtzaak voor + zijn onafhankelijk. Dus geen NL-OM    (= partijdig)

Slide 34 - Tekstslide

Hof van Justitie: 3 taken
Toezicht op uitvoering van Europese verdragen en wetten door lidstaten   
Voorbeeld: 

Interpretatie van Europese recht 
Hof geeft een interpretatie → Nat.rechters mogen zelf beslissen, maar't Hof formuleert strikt
Voorbeeld: arrest Aranyosi & Caldararu (p.124), arrest Van Gend & Loos (p.125) & Facebook

Het Hof als scheidsrechter (gedeelte taak met Het Gerecht)
Klachten van lidstaten tegen EU-instellingen en EU-instellingen onderling 
Voorbeeld: Lidstaten kunnen met het subsidiariteitsbeginsel EU-instellingen aanklagen.

Ad 2: interpretatie
Oorspronkelijk: hulp voor nat. rechters
Praktijk: interpretatie van het Hof gaat vaak verder dan intentie regeringen bij afsluiting ('geest' van de verdragen)
Ad 1: Procedure
  • EC scoreborden en dan assistentie → daarna pas inbreukprocedure:   2 delen: vertrouwelijke administratieve fase (EC) + een rechtelijke fase (het Hof). 
  • Afspraken niet strikt afdwingbaar. Prestigeverlies moet het doen, vandaar tweede inbreukprocedure, met financiële sanctie, dit is meestal genoeg dreiging.  

Slide 35 - Tekstslide

Het Gerecht
Het Gerecht als scheidsrechter 
  • Behandelt klachten tegen Europese beslissingen
Voorbeeld klachten particulieren : registratie merk Cannabis als drank mocht niet van de EC. Fabrikant diende daarop klacht in bij EH. Kreeg geen gelijk. 

Slide 36 - Tekstslide

Kritiek/knelpunt van het Hof van Justitie
Politieke kritiek
"Het Hof bedrijft politiek" zeggen politici als uitspraken anders luiden dan regeringen wenste.

Juridische kritiek
Grondwettelijk Hof(o.a. Duitsland) vs Europees Hof.

Knelpunt
Het Hof heeft een te hoge werklast + taalproblemen  → zaken duren jaren
Daarom worden steeds meer zaken “in kamers” afgehandeld → kleine groepjes rechters (3 tot 5)

Slide 37 - Tekstslide

De rekenkamer
Zij onderzoekt de inkomsten en uitgaven van de EU zodat                                fraude, verspilling en wanbeheer kunnen worden bestreden.  
 
2 insteken: 
  • Kijken naar onrechtmatigheden (o.a. fraude) 
  • Kijken naar doelmatigheid (= met minder hetzelfde bereiken, of met hetzelfde méér bereiken) 


Video: De Europese Rekenkamer: hoedster van de EU-financiën

Thuis kijken, mogelijke vragen tijdens het volgende college
Fraude

Slide 38 - Tekstslide

Transfer naar het werkveld
Transfer van thema's uit HC 1 
  • Ga op zoek naar vmbo- of onderbouw H/V materiaal
  •  Zoek in dat materiaal naar een thema dat aansluit bij HC 1
  • Op zoek gaan naar ondersteunend materiaal om de lesstof te verrijken & de leerdoelen te behalen  
  • Laat zien welke bronnen je hebt gebruikt
  • Maak een presentatie van 3 minuten waarin je dit uitlegt  

Slide 39 - Tekstslide

Presentaties: transfer-opdracht HC 1
  • per subgroep presenteren (3 minuten)
  • feedback (2 minuten)
timer
20:00

Slide 40 - Tekstslide

Belangen wisselen in Europa: actueel

1.  Van de Grift zegt "'Ik vind het een mooi voorbeeld omdat deze richtlijn van onderop tot stand is gebracht." Leg uit wat volgens jullie de waarde is van het onderop tot stand laten komen van een richtlijn. 

2. Van de Grift zegt "Veel politieke wetenschappers vinden dat deze niet-gouvernementele organisaties(belangenorganisaties) een belangrijke rol kunnen spelen bij het compenseren van het democratisch tekort". Leg dit uit.

3. "Natura 2000... nieuwe claims neergelegd.". Leg een actuele situatie uit waarin er in Nederland in rap tempo veel aandacht kwam voor een bepaald thema. 

4. Herkennen jullie het beeld dat Liesbeth van de Grift neerzet, kijkende naar de stof uit dit college? Leg uit.

Slide 41 - Tekstslide

(HW 1): Transfer naar het werkveld
  • Maak per subkanaal a.d.h.v. onderstaande bronnen een onderdeel van een les.
  • Thema kiezen uit HC 2
  • Maak een presentatie van 3 minuten waarin je dit uitlegt 
  • VT op deze Padlet plaatsen → ww= hc2
  • DT op deze Padlet plaatsen → ww= hc2
Politieke bijsluiter
Europese stemwijzer

Slide 42 - Tekstslide

Huiswerk (2)
  • Lees H4 + H6 uit 'Europese Unie' → voorbereiding HC 3

Slide 43 - Tekstslide