W1 maandag 27 september subject and object pronouns

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

LEARNING GOALS  
1.  I know how to prepare for my first English SO 
2. I can understand a simple text about dressing up.
3. I have practised the words I've learnt so far 
4. I know what subject and object pronouns are and I can use them. 

Slide 2 - Tekstslide

SO maandag 11 oktober 
Eerst 20 min tijd om vragen te stellen / de stof nog een keer over te kijken. Daarna SO over chapter 1.  

Stof: 
- Alle woorden van bladzijde 74 en 75. Je moet ze twee kanten op kennen: van Engels naar Nederlands en van Nederlands naar Engels. 
-  Grammatica:
     de present simple,
     subject and object pronouns,
     vraagwoorden. 

Slide 3 - Tekstslide

HOE PAK IK DAT AAN 
1. Begin op tijd! 
2. Oefen de woorden in je boek, met slim stampen of allebei
3. Schrijf de woorden ook een keer over, zodat je de spelling kent. 
4. Laat je eventueel mondeling overhoren
5. Probeer eens zelf een zin te maken met de woorden 
6. Neem de grammatica door en kijk of je alles begrijpt
7. Ook de grammatica kun je oefenen met SlimStampen.
8. Een paar dagen voor het SO doen we de Test Yourself (donderdag 7 oktober in de les) 
9. Na het maken van de Test yourself weet je waar je nog aan moet werken en wat je al goed kunt.
10. De dagen voor het SO herhaal je alles nog een keer 

Slide 4 - Tekstslide

four-in-a-row 
1. Work with ONE partner. 
2. Come and get ONE copy of the form and ONE copy of the instructions per pair
3. Read the instructions * 
4. Play the game
5. You have 10 minutes. 

If you don't understand the instructions, ask for help. 

Slide 5 - Tekstslide

Reading 
On your own, and quietly, do exercise 42, 43, 44 and 45. 
Page 60 - 63

You have 15 minutes. Early finishers do exercise 50A 
Page 66

Slide 6 - Tekstslide

Subject pronouns and object pronouns 
Subject = onderwerp 
Object = lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp. 

Subject pronouns zijn 
I, you, he, she, it, we, you, they 

Object pronouns zijn
me, you, him, her, it, us, you, them 

Slide 7 - Tekstslide

Choose the correct object pronoun.

The teacher likes ______ (mij).
A
I
B
my
C
me
D
i

Slide 8 - Quizvraag

Vervang de woorden tussen haakjes met een
object pronoun:
The teacher always gives (James) extra homework.
A
me
B
him
C
you

Slide 9 - Quizvraag

Vervang de woorden tussen haakjes met een
object pronoun:

I am reading (the book).
A
it
B
us
C
him

Slide 10 - Quizvraag

Vervang de woorden tussen haakjes met een
object pronoun:
Can you help (my sister and me), please?
A
them
B
us
C
her

Slide 11 - Quizvraag

Vervang de woorden tussen haakjes met een
object pronoun:
Have you seen my shoes? I can't find .............. (my shoes)
A
us
B
them
C
her

Slide 12 - Quizvraag

Choose the correct object pronoun.
She looks like ______ (haar).
A
him
B
us
C
her
D
me

Slide 13 - Quizvraag

Choose the correct object pronoun.

I've never met Queen Elizabeth.
A
I
B
my
C
her
D
i

Slide 14 - Quizvraag

I, you, we, they, he, she, it are called
A
personal pronouns
B
object pronouns
C
possessive adjectives
D
possessive pronuns

Slide 15 - Quizvraag

Vervang de woorden tussen haakjes met een
object pronoun:
Can you tell (the teacher) that I'm late?
A
him
B
her
C
us

Slide 16 - Quizvraag

Vervang de woorden tussen haakjes met een
object pronoun:
The teacher always gives (James) extra homework.
A
me
B
him
C
you

Slide 17 - Quizvraag

Choose the correct object pronoun.
Can you call _____ (hem)?

A
her
B
him
C
me
D
he

Slide 18 - Quizvraag

Subject pronouns come ... the verb.
Object pronouns come ... the verb.
before
after

Slide 19 - Sleepvraag

Replace the underlined words by an object pronoun. 
Where is my dress? I can't find my dress.
My shoes are black. I bought the shoes in a shoe shop. 
My mother phones my sister every day. 

Where is Peter? I haven't seen Peter for a long time. 

My sister and I love our parents. They give my sister and I a lot of money.  
her 
it
us 
him 
them 

Slide 20 - Sleepvraag

Now what 
Do exercise 53 and 54 on page 68/69 

Also do exercise 4 on page 23 

You have 5 minutes. 

Slide 21 - Tekstslide

Homework for next time: 
- Study all the words in chapter 1 
- Go online, to "Slim Stampen" and do Grammar 1a and 1b from chapter 1. 
- You can start now. 

Slide 22 - Tekstslide