B2: Voelen, ruiken en proeven

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les kun je...
  • de bouw en functie van de huid beschrijven.
  • benoemen hoe je verschillende geuren ruikt.
  • benoemen hoe je verschillende smaken proeft.

Slide 2 - Tekstslide

Welke adequate prikkels
horen bij je huid?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Huidlagen
Hoornlaag: (resten van) dode huidcellen. Beschermt je lichaam tegen uitdroging en ziekteverwekkers.
Kiemlaag: levende cellen. Onderste laag cellen deelt zich steeds.

Slide 5 - Tekstslide

Lederhuid
Hier liggen  de  warmte-, koude-, druk- en tastzintuigen.

Slide 6 - Tekstslide

Brandwonden door warmte, een chemische stof of elektriciteit.

Slide 7 - Tekstslide

Lezen en maken
Opdr. 1 (kleuren hoeft niet) + 2, + 6 + 7 van paragraaf 5.2
5 minuten in stilte, 10 minuten zacht overleg
Daarna heb je de opdrachten af. (ben je eerder klaar dan maak je vast de andere opdrachten van de paragraaf)

Slide 8 - Tekstslide

In de afbeelding is een doorsnede van de huid en van het onderhuidse bindweefsel schematisch getekend.
In welke van de genummerde lagen ligt vet opgeslagen?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quizvraag

Tijdens inspanning bij hoge temperatuur verliest het lichaam veel vocht door zweten. De zweetklieren krijgen water en opgeloste stoffen aangevoerd door bloedvaatjes in de huid.
Hoe heet de laag van de huid waarin deze bloedvaatjes zich bevinden?
A
De hoornlaag
B
De kiemlaag
C
De lederhuid

Slide 10 - Quizvraag

Ruiken en proeven
  1. Zintuigcellen in neusslijmvlies van geurprikkels op.
  2. Ze maken impulsen die via de zenuwen naar de hersenen gaan.
  3. Je neemt de geur waar.

Elk type geur heeft zijn eigen reukzintuigcellen die daarop reageren.

Slide 11 - Tekstslide

In de groeven van je tong liggen smaakknopjes. Elk van de vijf smaken heeft zijn eigen smaakknopjes die daarop reageren.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Lezen en maken
Opdracht 3 + 4 + 8 + 9 + 10 van paragraaf 5.2
Huiswerk voor dinsdag 17 november

Slide 14 - Tekstslide

Geef aan of de volgende bewering juist is of niet en waarom.

Je kunt beter ruiken als je de lucht opsnuift.
A
Juist want het reukslijmvlies ligt bovenin je neusholte
B
Juist want je neusslijmvlies ligt laag in je neusholte
C
Het maakt niet uit want je ruikt altijd even goed

Slide 15 - Quizvraag

Is de volgende bewering juist of onjuist?

Eén smaakknopje in je tong kan vijf smaken onderscheiden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quizvraag