herhaling

herhaling
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ArtSecondary Education

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

herhaling

Slide 1 - Tekstslide

42. Wat is GEEN zichtbaar kenmerk van het zelfstandig burgerlijk bestuur?
A
Alle lagen van de bevolking worden vertegenwoordigd in het bestuur van de stad (de Nove)
B
Het centrale plein (Piazza del Campo) is zo vormgegeven dat het een weerspiegeling is van de bestuursvorm van de stad (de Nove).
C
Het Palazzo Pubblico oogt als een fort met veel kantelen en een hoge (uitkijk)toren. Vanuit dit punt werd de verdediging van de stad georganiseerd.
D
In het Palazzo Pubblico zetelt het bestuur. Het gebouw neemt een centrale plek in op het centrale plein.

Slide 2 - Quizvraag

Slide 3 - Tekstslide

43. Wat is GEEN functie van een stadsplein in de middeleeuwen?
A
Op het plein werden markten gehouden.
B
Op het plein werden religieuze en volks feesten gehouden
C
Openbare terechtstellingen (bijvoorbeeld het uitvoeren van de doodstraf) vonden op het plein plaats
D
Op het plein werden de vergaderingen van de Nove gehouden

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

44. Welk kenmerk van 'goed bewind' heeft Lorenzetti NIET verbeeld?
A
Er heerst vrede in de stad. Mensen hebben plezier, ze dansen op straat.
B
Iedereen in de stad kan zijn werk doen, er is veel bedrijvigheid
C
Er heerst welvaart: er is voor iedereen genoeg te eten.
D
Mensen zijn tevreden over hoe de stad is, er wordt niet verder gebouwd.

Slide 6 - Quizvraag

45. Straatmuzikanten staan laag in aanzien in de middeleeuwen. Wat is GEEN argument hiervoor?
A
Straatmuzikanten waren meestal 'drop-outs', ze waren ongeletterd en konden om die reden geen andere carriere hebben
B
De straatartiesten reizen van stad naar stad, ze zijn vrijgevochten, niet gebonden aan de regels van de burgerij en niet gebonden aan bezit.
C
De straatmuzikanten spelen muziek die in tegenspraak is met de toegestane kerkmuziek.
D
De straatartiesten worden beschouwd als ‘minstrelen’ van de duivel. Voor toverij en goocheltrucs waren duivelse krachten nodig, meende men.

Slide 7 - Quizvraag

46. Wat is geen kenmerk van het mysteriespel?
A
Inhoud gebaseerd op Bijbelverhalen (of beschrijvingen van het leven van de heiligen)
B
Het spel is meestal maar kort
C
Het spel bestaat uit losse onderdelen (of losse toneelstukjes) en wordt soms uitgesmeerd over enkele dagen.
D
Oorspronkelijk werden de mysteriespelen gespeeld in de taal van de Bijbel: Latijn.

Slide 8 - Quizvraag

46. Wat is geen kenmerk van het wagenspel?
A
Korte toneelspellen veelal gebaseerd op Bijbelse verhalen.
B
Er wordt gespeeld in de volkstaal.
C
Het spel bestaat uit losse onderdelen (of losse toneelstukjes) en wordt soms uitgesmeerd over enkele dagen.
D
Het spel wordt gespeeld op wagens (die soms als een optocht door de straten rijden)

Slide 9 - Quizvraag

46. Wat is geen kenmerk van het passiespel?
A
Spel met als centrale thema het lijden van Christus. Spel houdt zich wat inhoud betreft aan de verhalen uit het Nieuwe Testament maar volgt deze niet letterlijk.
B
Gespeeld in het Latijn.
C
Gespeeld in de volkstaal.
D
Het spelen van de verschillende scènes uit het lijdensverhaal wordt vaak uitgesmeerd over enkele dagen (zoals bij een mysteriespel)

Slide 10 - Quizvraag

46. Wat is geen kenmerk van het mirakelspel?
A
Het spelen wordt vaak uitgesmeerd over meerdere dagen.
B
Spel met niet religieuze strekking, maar niet rechtstreeks ontleend aan de Bijbel.
C
Menselijke drama’s worden in het spel opgelost door tussenkomst van Maria of heiligen (dit is het ‘mirakel’).
D
Gespeeld in de volkstaal.

Slide 11 - Quizvraag

47. Welke stelling over troubadours en straatartiesten is onjuist?
A
De troubadour speelt populaire stukken, de straatartiest bedenkt alles zelf
B
De troubadour staat hoog in aanzien, de straatmuzikant staat laag in aanzien, ook ten opzichte van de bewoners van de stad.len.
C
De troubadour treedt op aan het hof of in een klooster, de straatmuzikant treedt op voor het volk op straat en in drinklokalen.
D
De troubadour heeft een opleiding genoten, vaak aan het hof, de straatmuzikant niet.A

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

48. Wat is hoofse liefde?
A
Het vereren en bezingen van een onbereikbare vrouw.
B
Een vorm van liefde zonder regels.
C
Een vorm van liefde met materialistische doelen.
D
Een vorm van liefde met hedendaagse normen.

Slide 15 - Quizvraag

49. Welke belangrijke rol speelt Francesco Landini in de muziekgeschiedenis? Gebruik virtuositeit en muzieknotatie in je antwoord

Slide 16 - Open vraag

50. Wat was geen dienst die de kloosterordes verzorgden?
A
Het verzorgen van de zieken.
B
Het geven van onderwijs.
C
Het uitvoeren van operaties.
D
De armenzorg.

Slide 17 - Quizvraag

51. Franciscus wordt wel 'heilige van het volk' genoemd. Welke stelling is onjuist?
A
Hij spreekt het volk toe in het Latijn.
B
Hij maakt de verhalen uit de Bijbel voor het volk voorstelbaar (zo introduceert hij bijvoorbeeld de kerststal).
C
Hij wordt, door af te zien van bezittingen, één met het minderbedeelde volk.
D
Hij legt in zijn preken de nadruk op de menselijke kant van Christus.

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

52. Giotto geeft religieuze mensen weer als 'gewone' mensen. Welke stelling is onjuist?
A
- Hij schildert ze op ware grootte, met levensechte afmetingen
B
- Hij portretteert de mensen levensecht, met herkenbare emoties.
C
- Hij plaats de mensfiguren in een levensechte ruimte (loopt daarmee vooruit op het centraal perspectief zoals dat in de renaissance wordt toegepast).
D
- Hij is op het gebied van de weergave van anatomie een stuk verder dan zijn voorgangers.

Slide 20 - Quizvraag

53. Wat is GEEN kenmerk van de muziek van de notre-dame school?
A
Bestaande gregoriaanse melodieën worden gebruikt als basis (cantus firmus) gezongen door een tenorstem.
B
De muziek is eenstemmig (monofoon).
C
Gelijktijdig klinken langgerekte noten en korte noten die daaromheen zijn vervlochten. Het is de oudst bekende muziek waarbij een ritme is genoteerd om deze meerstemmigheid mogelijk te maken.
D
Het repertoire bestaan uit psalmen uit de Bijbel (Latijnse teksten) en heeft een religieuze functie.em.

Slide 21 - Quizvraag

Deze vragen heb ik nog

Slide 22 - Woordweb

Bedenk 2 toetsvragen in een tweetal

Slide 23 - Woordweb

Hoe was deze les voor jou?
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll