Werkwoordspelling: ott + ovt

Spelling van de werkwoorden

1 / 41
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsDomeinoverschrijdendLeerjaar 3

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Spelling van de werkwoorden

Open met het contrast tussen juist en fout taalgevoel: gisteren werkte ik / werkde ik. Benadruk dat de les focust op de onvoltooid verleden tijd in blauw, tegenover de ott in groen.

Lesdoelen

📍 Ik gebruik en schrijf de ott correct.


🔍 Ik herken regelmatige en onregelmatige werkwoorden.


🚢 Ik gebruik 't kofschip om -te(n) of -de(n) te kiezen.


✍️ Ik schrijf de ovt correct in enkelvoud en meervoud.

Deze slide heeft geen instructies

Invuloefening

  1. Jij werkt(werken) hard.

  2. Word(worden) jij ook zo moe?

  3. Hijvindt(vinden) het lastig.

werkt
Word
vindt
wordt
werk
vind

Deze slide heeft geen instructies

Ott opfrissen: tegenwoordige tijd

In de ott kijk je naar het onderwerp en de persoonsvorm.


  • jij werkt hard.

  • word jij ook zo moe? -> inversie

  • hij vindt het lastig.

Noem kort dat inversie invloed heeft op de spelling: in 'word jij' krijg je geen extra t. Deze slide dient als visuele opstap naar de vergelijking ott/ovt.

Ott opfrissen: tegenwoordige tijd

Noem kort dat inversie invloed heeft op de spelling: in 'word jij' krijg je geen extra t. Deze slide dient als visuele opstap naar de vergelijking ott/ovt.

Wanneer is -dt mogelijk?

  • tegenwoordige tijd

  • 2de/3de persoon enkelvoud

  • stam eindigend op -d.

dt

Noem kort dat inversie invloed heeft op de spelling: in 'word jij' krijg je geen extra t. Deze slide dient als visuele opstap naar de vergelijking ott/ovt.

Oefenen! pagina 73 + 74

Open met het contrast tussen juist en fout taalgevoel: gisteren werkte ik / werkde ik. Benadruk dat de les focust op de onvoltooid verleden tijd in blauw, tegenover de ott in groen.

Onvoltooid verleden tijd (OVT)

Open met het contrast tussen juist en fout taalgevoel: gisteren werkte ik / werkde ik. Benadruk dat de les focust op de onvoltooid verleden tijd in blauw, tegenover de ott in groen.

Welke zin is juist?

A

Gisteren werktte ik de hele avond aan mijn taak.

B

Gisteren werkte ik de hele avond aan mijn taak.

Sluit aan bij slides 2-4: onderscheid ott, ovt en voltooid tegenwoordige tijd. Veelgemaakte fout is 'ik heb gewerkt' als verleden tijd zien, terwijl dat geen ovt is.

Wat is de ovt?

De onvoltooid verleden tijd vertelt wat vroeger gebeurde.


  • signaalwoorden: gisteren, vorige week, toen, vroeger

  • één werkwoordsvorm: ik werkte

  • niet hetzelfde als: ik heb gewerkt

Leg uit dat 'ik heb gewerkt' de voltooid tegenwoordige tijd is en dus niet hetzelfde is als de ovt. Houd de vergelijking kort en functioneel.

Regelmatig of onregelmatig?

Regelmatig werkwoord

Onregelmatig werkwoord

komen

lopen

fietsen

zingen

werken

bakken

wonen

praten

Deze slide heeft geen instructies

Regelmatig of onregelmatig?

Er zijn twee grote groepen werkwoorden.


  • Onregelmatig: klankverandering

- zingen → zong

- lopen → liep

- komen → kwam


  • Regelmatig: stam + -te(n) OF -de(n) --> 't ex kofschip

- werken → werkte

- bakken → bakte

- wonen → woonde

Verwerk mondeling ook de voorbeelden praten en fietsen als regelmatige werkwoorden. Het doel is vooral het onderscheid voorbereiden vóór 't kofschip.

Herken de basisregel

De ovt vertelt wat vroeger gebeurde. Bij een regelmatig werkwoord blijft de stam herkenbaar, maar bij een onregelmatig werkwoord verandert vaak de klinker.

vroeger
stam
klinker
morgen
uitgang
persoonsvorm
zin

Controleert de kern van slides 3 en 4: ovt = vroeger; regelmatig = herkenbare stam; onregelmatig = klinkerverandering.

't kofschip: wanneer -te of -de?


Derde laatste letter van de infinitief = medeklinker uit 't ex kofschip?

  • in 't kofschip → -te(n)
    Hij miste de roos.
    Noa plantte een rozenstruik.

  • niet in 't kofschip → -de(n)
    Alice haalde de eindmeet.

Gebruik expliciet de term 'stam'. Laat leerlingen zien dat het ezelsbruggetje alleen werkt bij regelmatige werkwoorden.

Let op bij v en z

Soms verandert de stam, kijk daarom altijd naar de infinitief!


  • leven → leef, maar je denkt aan v → leefde

  • reizen → reis, maar je denkt aan z → reisde



Benadruk dat f en s hier misleidend kunnen zijn. De infinitief helpt om te beslissen.

Modelvoorbeeld stap voor stap

werken → k → in 't kofschip → werkte

wonen → n → niet in 't kofschip → woonde

praten → t → in 't kofschip → praatte


leven → v → niet in 't kofschip → leefde

Wijs expliciet op 'praatte': één t hoort bij de stam, één t hoort bij de uitgang -te.

Invuloefening

  • En ze leefden nog lang en gelukkig! (leven)

  • Vorig jaar woonden wij in Gent. (wonen)

  • De leraar wachtte op ons. (wachten)

  • Jullie praatten te luid. (praten)

  • Mijn zus reisde naar Spanje. (reizen)

leefden
woonden
wachtte
praatten
reisde
praten
wachte
leefdden
reiste
rees

Deze slide heeft geen instructies

Welke stappen volg je bij een regelmatig werkwoord?

Verwachte elementen: hele vorm nemen, -en weghalen, laatste letter van de stam bekijken, 't kofschip toepassen, bij v/z naar de infinitief terugdenken. Laat leerlingen hun stappen verwoorden, niet alleen het eindantwoord geven.

Enkelvoud en meervoud in de ovt

Bij regelmatige werkwoorden komt in het meervoud een -n erbij.


  • enkelvoud: werkte, woonde, praatte

  • meervoud: werkten, woonden, praatten


Dus:

  • wij werkten

  • zij praatten

  • jullie woonden

Verwijs terug naar ott als contrast: in de ovt krijgen alle personen in het enkelvoud dezelfde vorm, behalve bij onregelmatige werkwoorden die je moet kennen.

Spoor de fouten op

Gisteren reisde Noor met de trein. Daarna werkten wij samen aan het project, terwijl Milan pasta kookte.

reisde
werkten
kookte
reiste
werkte
kookde
stopde
werktten

Gebaseerd op de fout-detective. Leerlingen passen tegelijk de v/z-regel, meervoud en 't kofschip toe.

Onregelmatige werkwoorden in de ovt

Bij onregelmatige werkwoorden gebruik je geen 't kofschip.

zijn → was / waren

hebben → had / hadden

gaan → ging / gingen

staan → stond / stonden

komen → kwam / kwamen

zien → zag / zagen

doen → deed / deden

nemen → nam / namen

geven → gaf / gaven

schrijven → schreef / schreven

Benadruk dat deze vormen geleerd moeten worden. Je kunt mondeling aanvullen met doen, nemen, geven en schrijven uit de planning.

Alles samen toepassen

Gisteren ging ik naar de bioscoop maar mijn vrienden kwamen te laat. Daarna wachtten wij met drie op de bus, maar Lisa fietste al naar huis.

ging
kwamen
wachtten
fietste
gingen
fietsde
kwam
wachten
komden

Combineert onregelmatig enkelvoud/meervoud met een regelmatige vorm uit de samenvattende quizslide.

Samenvatting van de aanpak

Zo spoor je de juiste ovt op:


  1. Zoek het werkwoord.

  2. Bepaal: regelmatig of onregelmatig.

  3. Is het regelmatig? Gebruik 't kofschip voor -te/-de.

  4. Kijk of het enkelvoud of meervoud is.

  5. Controleer de hele vorm in de zin.

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

Voltooid deelwoord (VD)

Open met het contrast tussen juist en fout taalgevoel: gisteren werkte ik / werkde ik. Benadruk dat de les focust op de onvoltooid verleden tijd in blauw, tegenover de ott in groen.

Wanneer voltooid deelwoord?

  • Drukt uit dat een handeling voltooid is.

  • Met een hulpwerkwoord: hebben, zijn of worden.

  • Gisteren hebben we de finale gespeeld.

  • Zaterdag worden we uitgebreid gevierd.

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

HOE?

  • Twijfel bij ww die beginnen met ge-, ver-, be-, her- en ont-.

  • Wie verspreidt toch al die roddels? (PV ott)

  • Ik heb ze niet verspreid. (VD)

  • De gewonde herstelt langzaam. (PV ott)

  • Hopelijk is hij snel hersteld. (VD)

    ➜ ja/nee vraag: PV vooraan

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

VD of PV?

  • Onregelmatige werkwoorden: -en

    • Hij heeft tussen de dolfijnen gezwommen.

    • Het schip is gezonken.

  • Regelmatige werkwoorden: -t of -d ➜ ge+stam+t/d

    • Ze werd getroost door haar vriend.

    • De toeriste heeft haar enkel bezeerd.

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

3 handige trucjes

  1. PV in verleden tijd.
    Ze werd getroost door haar vriend.
    ➜ Haar vriend troostte haar.

  2. Verlengde VD.
    De toeriste heeft haar enkel bezeerd.
    ➜ De bezeerde enkel

  3. 't ex kofschip.
    Na de middag hebben we gefietst. ➜ fietsen ➜ -t
    De kat heeft mij gekrabd. ➜ krabben ➜ -d

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

In welke zin is het voltooid deelwoord fout gespeld?

A

Ze hebben het hele weekend gefietst.

B

Hij heeft zijn kamer zelf geverfd.

C

We hebben die avond urenlang gesurft.

D

Mijn opa heeft altijd gezond geleeft.

Deze slide heeft geen instructies

In welke zin is het voltooid deelwoord fout gevormd?

A

Ze heeft de afspraak verplaatst.

B

De trein is net aangekomen.

C

De dokter heeft zijn knie gehersteld.

D

Wij hebben onze buren uitgenodigd.

Deze slide heeft geen instructies

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (VDBN)

Open met het contrast tussen juist en fout taalgevoel: gisteren werkte ik / werkde ik. Benadruk dat de les focust op de onvoltooid verleden tijd in blauw, tegenover de ott in groen.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord ook alweer?

Deze slide heeft geen instructies

Het bijvoeglijk naamwoord

  • geeft meer info over ZN

  • basisregel: + -e

Het meisje is mooi.   → Het mooie meisje

  • extra regel bij lange klanken: zo kort mogelijk

Het huis is groot.   → Het grote huis

  • extra regel bij korte klanken: dubbele medeklinker voor uitspraak

De weg is glad.   → De gladde weg

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord = VDBN

  • basisregel: VD + -e

De toren werd verwoest.   → de verwoeste toren

  • extra regel bij lange klanken: zo kort mogelijk

De weide werd vergroot.   → de vergrote weide

  • extra regel bij korte klanken: dubbele medeklinker voor uitspraak (zie infinitief)

Hij heeft de muur beklad.   → de bekladde muur

  • ! VD op -en blijft onveranderd
    Het brood werd op steen gebakken.   → het gebakken brood

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

Wat is de vdbn van volgende zin? 'Het huis is verbouwd.'

A

Het verbouwde huis

B

Het verbouwdde huis

C

Answer C

D

Answer D

Deze slide heeft geen instructies

Vervoegen van Engelse werkwoorden

Open met het contrast tussen juist en fout taalgevoel: gisteren werkte ik / werkde ik. Benadruk dat de les focust op de onvoltooid verleden tijd in blauw, tegenover de ott in groen.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vervoeg je Engelse werkwoorden?

Zelfde regels als de regelmatige werkwoorden!


  • Tegenwoordige tijd: stam of stam + t of stam + en

Ik race, zij savet

  • Verleden tijd: 't ex kofschip

Ik heb geracet. Ik heb gesaved.

  • Voltooid deelwoord: ge+stam+d/t

Zij heeft gedatet. Hij heeft gedeletet.

Dit is de inhoudelijke afronding vóór de begrippenlijst. Hier landt het centrale stappenplan van de les.

Inoefenen:

Maak de oefeningen in de extra bundel

'Vervoeging van de Engelse werkwoorden'.

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je duidelijk/niet zo duidelijk deze les?

Reflectievraag zonder goed of fout. Laat leerlingen benoemen wat inhoudelijk is blijven hangen, bijvoorbeeld 't kofschip, v/z, of het verschil tussen regelmatig en onregelmatig.

Welk onderdeel voelt nu nog het moeilijkst?

Reflectievraag zonder goed of fout. Handig om te bepalen wie nog extra inoefening nodig heeft rond v/z, onregelmatige vormen of meervoud.