Tekstverbanden en signaalwoorden: tijdsvolgorde, opsomming, tegenstelling en toelichting

TEKSTVERBANDEN
  • Je weet wat tekstverbanden zijn en wat signaalwoorden zijn;

  • Je kunt vier verschillende tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden;

  • Je kunt het chronologische, opsommende, tegenstellende en toelichtende verband in een tekst herkennen.
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

TEKSTVERBANDEN
  • Je weet wat tekstverbanden zijn en wat signaalwoorden zijn;

  • Je kunt vier verschillende tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden;

  • Je kunt het chronologische, opsommende, tegenstellende en toelichtende verband in een tekst herkennen.

Slide 1 - Tekstslide

Samenhang
In een goede tekst hangen woorden, zinnen en alinea's met elkaar samen. Dit betekent dat ze goed op elkaar aansluiten.

Ik ga naar school. Huiswerk maken is zo vermoeiend. Lekker slapen. 

In de bovenstaande zin zit geen samenhang. 
Er is dus geen VERBAND.

Slide 2 - Tekstslide

Ik ga naar school. ____________ ga mijn huiswerk maken. Huiswerk maken is echt vermoeiend. ____________ ik moe ben ga ik maar vroeg naar bed om lekker te slapen. 
Ten eerste
Daarna
Daarom
Omdat

Slide 3 - Sleepvraag

Samenhang
Een samenhang in een tekst noemen we een verband. Tekstverbanden kun je herkennen aan signaalwoorden. Signaalwoorden geven dus de samenhang 
van een tekst aan. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Een tegenstellend verband beschrijft gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Welke signaalwoorden horen bij een opsommend verband?
A
vroeger, later, nu, eerst, daarna, vervolgens
B
maar, tegenover, daarentegen, toch
C
ten eerste, ook, verder, en
D
bijvoorbeeld, zo, zoals, denk aan

Slide 7 - Quizvraag

Hoe noemen we de samenhang in een tekst?

Slide 8 - Open vraag

Voorbeelden van de tekstverbanden
Chronologisch verband
Als ik naar school ga moet ik eerst met de fiets naar het busstation, dan met de bus naar Appingedam en vervolgens nog 5 minuten lopen. 

Slide 9 - Tekstslide

Opsommend verband
Om te beginnen vind ik dit boek erg vervelend om te lezen. Verder zou ik graag een ander thema kiezen. 

Slide 10 - Tekstslide

Tegenstellend verband
Ik vind pizza erg lekker, maar ik eet het niet zo vaak. 

Slide 11 - Tekstslide

Toelichtend verband
Ik houd heel erg van sporten, zo voetbal ik 2x in de week en tennis ik 1x in de week. 

Slide 12 - Tekstslide

Welk verband herken je in de tekst:
Het begint met een idee voor een game. Eerst maken de tekenaars figuren die bij een spel passen. Daarna wordt er een kartonnen bordspel van de game gemaakt. Vervolgens gaan de programmeurs aan de slag.

A
Chronologisch verband
B
Opsommend verband
C
Tegenstellend verband
D
Toelichtend verband

Slide 13 - Quizvraag

Welk verband herken je in de tekst: Met Jantine op haar rug kan het paard draven en galopperen. 'Maar vandaag niet, want door de regen is het weiland te nat.'
A
Chronologisch verband
B
Opsommend verband
C
Tegenstellend verband
D
Toelichtend verband.

Slide 14 - Quizvraag

  • Je weet wat tekstverbanden zijn en wat signaalwoorden zijn;

  • Je kunt vier verschillende tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden;

  • Je kunt het chronologische, opsommende, tegenstellende en toelichtende verband in een tekst herkennen.

Slide 15 - Tekstslide

Noteer in je eigen woorden wat een tekstverband is.

Slide 16 - Open vraag

Noteer in je eigen woorden wat een signaalwoord is.

Slide 17 - Open vraag

Chronologisch verband
Sleep de signaalwoorden naar het juiste tekstverband
Opsommend verband
Toelichtend verband
Tegenstellend verband
Ten eerste
zo
nu
binnekort
maar
vroeger
en
ook
zoals
toch

Slide 18 - Sleepvraag

Werken:
Maak van blz. 102 t/m 104 opdr. 1 + 2
Let op: Geef antwoord in hele zinnen.

Slide 19 - Tekstslide