NDG 4.7 kleuren zien les 1

4.7 Kleuren zien
Les 1 
NDG
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

4.7 Kleuren zien
Les 1 
NDG

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  1. Terugblik: Flyers, woordweb en Huiswerk 4.6
  2. Bespreken 4.7 + vragen maken
  3. Zelfstandig werken
  4. Afsluiting 

Slide 2 - Tekstslide

Regenboog
Wit licht bestaat uit zeven kleuren:
Rood Oranje Geel Groen Blauw Indigo Violet

Ezelsbruggetje
ROGGBIV  (ROGGeBrood) Is Vies

Slide 3 - Tekstslide

Kleurenspectrum

Kleurenband waar alle kleuren v.d. regenboog naast elkaar zijn
Prisma splitst licht

Slide 4 - Tekstslide

Een regenboog bevat alle kleuren. Hoe noem je deze reeks kleuren?
A
spectrum
B
kleurenboog
C
plectrum
D
lichtreeks

Slide 5 - Quizvraag

Zonlicht is?
A
Rood licht
B
Geel licht
C
Blauw licht
D
Wit licht

Slide 6 - Quizvraag

Oranje
Geel
Rood
Blauw
Violet
Groen

Slide 7 - Sleepvraag

Welke kleur hoort niet bij de zes kleuren van de regenboog?
A
Rood
B
Groen
C
Paars
D
Violet

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Video

Kleuren zien

Slide 10 - Tekstslide

Kleuren van voorwerpen zien
Je kunt alleen de kleuren van voorwerpen zien waarvan de gekleurde lichtstralen op jouw netvlies vallen (op de kegeltjes dus).

                                                  Een voorwerp weerkaatst alleen de  kleur die het heeft.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welke kleur heeft de rode auto als je er met groen licht op schijnt?

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Kleuren zien
Staafjes
werken bij weinig licht en geeft zwart, wit en grijstinten weer
Kegeltjes
werken overdag bij veel licht
geeft kleuren weer. Drie soorten kegeltjes, voor rood licht, voor blauw licht en voor groen licht. 

Slide 16 - Tekstslide

Een wit voorwerp weerkaatst alle kleuren licht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Een rood voorwerp absorbeert rood licht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Een kamer heeft een blauwe muur. Er schijnt wit licht op de muur.
Welke kleur zie je?
A
wit
B
blauw
C
zwart
D
je ziet de muur niet

Slide 19 - Quizvraag

Een kamer heeft een blauwe muur. Het is helemaal donker in de kamer. Er is alleen een gele lamp aan. Welke kleur zie je?
A
wit
B
blauw
C
geel
D
zwart

Slide 20 - Quizvraag

Je hebt een wit T-shirt aan met rode letters er op. Wat zie je als er alleen rood licht is?
A
wit T-shirt met rode letters
B
hele T-shirt is wit
C
roos T-shirt met witte letters
D
hele T-shirt is rood

Slide 21 - Quizvraag

Je hebt een wit T-shirt aan met rode letters er op. Wat zie je als er alleen groen licht is?
A
wit T-shirt met groene letters
B
groen T-shirt met zwarte letters
C
hele T-shirt is groen
D
wit T-shirt met zwarte letters

Slide 22 - Quizvraag

Hans heeft een trui aan die in zonlicht blauw is.
I Een blauwe trui is een trui die vooral blauw licht absorbeert.
II Een blauwe trui is een trui die vooral blauw licht terugkaatst.

A
I en II zijn niet juist.
B
Alleen I is juist.
C
Alleen II is juist.
D
I en II zijn juist.

Slide 23 - Quizvraag


Wat is de functie van staafjes?
A
Licht en donker zien
B
Kleuren onderscheiden
C
Ver kunnen kijken
D
Scherpe beelden zien

Slide 24 - Quizvraag

Welke kleur heeft het blauwe bord wanneer je er met geel licht op schijnt?
A
Blauw
B
Zwart
C
Wit
D
Geel

Slide 25 - Quizvraag

Bij welke kleur licht is de Nederlandse vlag zwart groen zwart?
A
Rood
B
Blauw
C
Groen
D
Wit

Slide 26 - Quizvraag

Witte voorwerpen 
weerkaatsen bijna al het licht.
Zwarte voorwerpen absorberen bijna al het licht.
Huizen in warme landen zijn vaak wit geschilderd, dit weerkaatst het licht, waardoor deze huizen koeler blijven.

Slide 27 - Tekstslide

Zwarte voorwerpen absorberen licht:
A
heel goed en blijven daardoor lang koel.
B
heel goed en worden daardoor snel warm.
C
heel slecht en blijven daardoor lang koel.
D
heel slecht en worden daardoor snel warm.

Slide 28 - Quizvraag

Kleurenfilters
Een rood filter laat alleen rood licht door, alle andere kleuren worden door het filter geabsorbeerd. 

Beantwoord de volgende vragen

Slide 29 - Tekstslide

Welke kleur licht wordt door een groen filter doorgelaten?
A
alleen rood
B
alle kleuren licht
C
alleen groen licht
D
groen en rood licht

Slide 30 - Quizvraag

Welke kleur licht wordt door een blauw filter doorgelaten?
A
geen licht
B
alle kleuren licht
C
alleen groen licht
D
alleen blauw licht

Slide 31 - Quizvraag

wat gebeurt er met de kleuren licht die niet door een filter worden doorgelaten?
A
deze worden door het filter weerkaatst
B
deze worden door het filter geabsorbeerd
C
deze krijgen de zelfde kleur als het filter

Slide 32 - Quizvraag

Hiermee kan je kleur zien
A
Staafjes
B
Kegeltjes

Slide 33 - Quizvraag

Wat is de prikkel van staafjes?
A
geluid
B
licht
C
smaakstoffen
D
geurstoffen

Slide 34 - Quizvraag

De primaire kleuren van licht
De primaire kleuren van licht zijn ...
Rood                    Groen                          Blauw

Met een combinatie van deze kleuren kunnen we alle kleuren maken.

Slide 35 - Tekstslide

Primaire kleuren

Rood, blauw, groen

  Met een combinatie van deze kleuren kunnen we alle kleuren maken.

        Let op! Het mengen van kleuren licht werkt anders dan bij verf.

Slide 36 - Tekstslide

Opdracht bij site op volgende slide
Kijk met de volgende site hoe licht mengen werkt.

  • Bepaal welke kleur een persoon ziet bij verschillende combinaties van rood, groen, en blauw licht.
  • Bekijk de kleur van het licht nadat het door verschillende gekleurde filters liep!

Je kunt dit via beide knoppen (één lamp en RGB lampen) proberen.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Link


Als je dichtbij het scherm komt dan ga je hele kleine lampjes zien. Deze heten ook wel LED.
Een pixel bestaat uit 3 LED kleuren.
Rood-Groen-Blauw

Slide 39 - Tekstslide

kleurenblind
Als de kegeltjes niet goed werken ben je kleurenblind.
Soms is dit gedeeltelijk.

Zie je welk getal in de afbeelding staat?

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Fosforescentie
  • Stoffen die licht afgeven nadat het belicht is, dus nog een tijdje nagloeien. Dit geeft dus licht af in het donker. 

Slide 42 - Tekstslide

Fluorescentie
  • Stoffen die licht afgeven als het door UV licht bestraalt wordt.
  • Aan wasmiddel en tandpasta worden fluorescente stoffen toegevoegd. Lijkt dan witter.

Slide 43 - Tekstslide

Wat is niet waar als het om fluorescentie gaat
A
Drukinkt is de lichtbron
B
worden aan wasmiddel en tandpasta toegevoegd
C
fluorescent is een kleur
D
snelheid van 300 000 km/s

Slide 44 - Quizvraag

Zelfstandig werken
  • Maken Vita opdrachten 1 t/m 6  
(Opdracht 5 is bekijken van een filmpje)
  • Oefen met de flitskaarten bij deze basisstof

Slide 45 - Tekstslide

Afsluiting: Wat heb je
vandaag geleerd?

Slide 46 - Woordweb

Slide 47 - Video