In Catilinam 1.9

In Catilinam 1.9
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

In Catilinam 1.9

Slide 1 - Tekstslide


Slide 2 - Open vraag

De eerste zin is echt lang (r. 6 t/m 10.) Eerst maar eens kijken hoeveel zinsdelen er zijn door te kijken hoeveel pv's je kunt vinden. Hoeveel vind je er?
A
6
B
10
C
11
D
12

Slide 3 - Quizvraag

11:
fuisti, distribuisti, statuisti,placeret, delegisti, relinqueres, educeres, descripsisti, confirmasti, dixisti, viverem.

Slide 4 - Tekstslide

Stap twee is het onderscheid maken in hoofd-en bijzinnen. Welke vier bijzinnen zijn er? (citeer eerste-laatste woord)

Slide 5 - Open vraag

Zo worden het allemaal kleine zinnetjes. Welke tijd zijn de pv's van de hoofdzin?
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 6 - Quizvraag

Tussen deze pv's van de hoofdzin staan geen voegwoorden. Hoe noem je dat stilistisch middel?

Slide 7 - Open vraag

Je krijgt dan deze indeling; de grote verticale strepen zijn de zinsdelen: telkens met één pv. We nemen ze één voor één door. 

Slide 8 - Tekstslide

illa nocte is een:

A
nominativus
B
ablativus

Slide 9 - Quizvraag

distribuisti partes Italiae.
Italiae is
A
een nominativus pl
B
een genitivus sg.
C
een dativus sg
D
een accusativus pl.

Slide 10 - Quizvraag

vertaal distribuisti partes Italiae

Slide 11 - Open vraag

statuisti, quo quemque proficisci placeret.
Lees de aantekeningen in je boek bij placeret. 

Maak quemque en proficisci blauw (= a.c.i.).

Besluit welke betekenis van statuisti en quo het beste bij elkaar aansluiten. (zie volgende slide)


Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Van welk lemma (=woordenboekvorm) komt quemque?

Slide 14 - Open vraag


Slide 15 - Open vraag

vertaal: statuisti, quo quemque
proficisci placeret

Slide 16 - Open vraag

delegisti komt van:
A
delego, legare

Slide 17 - Quizvraag

na delegisti volgt twee keer een afhankelijke vraag, met een twijfel (zie aant.). Hoe moet je 'quos' vertalen?
A
wie
B
die
C
welke

Slide 18 - Quizvraag

tecum komt van
A
tecus
B
tecum
C
cum te

Slide 19 - Quizvraag

vertaal: delegisti quos Romae relinqueres, quos tecum educeres,

Slide 20 - Open vraag

ad + acc. geeft een richting, óf een doel aan. 

Slide 21 - Tekstslide

vertaal m.b.v. aantekeningen in je boek: discripsisti urbis partes ad incendia

Slide 22 - Open vraag

na confirmasti volgt een a.c.i. Wat is de a, wat is de i?
A
te...esse
B
te ipsum... esse
C
te ipsum... esse exiturum
D
te.. esse exiturum

Slide 23 - Quizvraag

exiturum esse .
wat klopt?
(kijk evt. op p. 232-233 voor inf & aci)
A
inf. perf. pas. van exire
B
inf. fut. van exire
C
in. perf. van eximo
D
inf. fut. van eximo

Slide 24 - Quizvraag

vertaal: confirmasti te ipsum iam esse exiturum

Slide 25 - Open vraag

morae is een genitivus partitivus bij paulum (zie boven;) tibi is een dativus van bezit (zie onder)

Slide 26 - Tekstslide

ook na dixisti volgt een aci. Wat is de a, wat de i?

Slide 27 - Open vraag

vertaal dixisti paulum tibi esse etiam nunc morae

Slide 28 - Open vraag

vertaal quod ego viverem

Slide 29 - Open vraag

reperti sunt
A
nadat ze gevonden zijn
B
zij zijn gevonden
C
zij hebben gevonden
D
zij waren gevonden

Slide 30 - Quizvraag

liberarent is een coni. van doel, pollicerentur een definierende coniunctivus

Slide 31 - Tekstslide

vertaal qui ista cura liberarent

Slide 32 - Open vraag

na pollicerentur volgt een a.c.i.: se...interfecturos esse. Wie is/zijn 'se'?
A
Cicero
B
Catilina
C
de twee ruiters

Slide 33 - Quizvraag

alle vormen van 'se' zijn wederkerend (zelfde persoon als de pv)


Slide 34 - Tekstslide

vertaal se illa ipsa nocte paulo ante lucem me in meo lecto interfecturos esse pollicerentur.

Slide 35 - Open vraag

Slide 36 - Tekstslide