Par. 2 Cultuur en identiteit

Leerdoel behaald?
Je weet wat pluriformiteit en cultuur betekent in de Nederlandse samenleving
A
Ja
B
Nee
1 / 26
volgende
Slide 1: Quizvraag
GMFMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Leerdoel behaald?
Je weet wat pluriformiteit en cultuur betekent in de Nederlandse samenleving
A
Ja
B
Nee

Slide 1 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik: noem verschillende factoren van culturele diversiteit

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

PLURIFORME SAMENLEVING
 Par. 2 Cultuur en identiteit 

Lesdoel:
Je kan uitleggen hoe cultuuroverdracht verloopt en wat dit te maken heeft met je identiteit.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is het gedrag van mensen
aangeboren of aangeleerd
Aangeboren: eigenschappen die erfelijk zijn en die je hebt vanaf je geboorte.

Aangeleerd: eigenschappen die je overneemt van je omgeving. 
Nature- aanhangers: gedrag wordt het meest bepaald door aangeboren eigenschappen. 
Nurture- aanhangers: gedrag wordt het meest bepaald door aangeleerde of afgeleerde eigenschappen 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen nature- en nurture aanhangers?
A
Nature aanhangers geloven in aangeboren eigenschappen
B
Nurture aanhangers geloven in aangeboren eigenschappen
C
Nature aanhangers geloven in aangeleerde eigenschappen
D
Nurture aanhangers geloven hetzelfde als nature aanhangers

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Socialisatie
Het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert.

Bekijk de volgende video
https://vimeo.com/112819941/702d08f617

Waarom gaat deze video over socialisatie?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Socialiserende instituties
Dit zijn instellingen, organisaties en collectieve gedragspatronen, waardoor cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt. 

De belangrijkste socialiserende instituties zijn je gezin, school, vrienden, media, verenigingen en de overheid.

Slide 7 - Tekstslide

Bijv.: je gezin, school, vrienden, media en de overheid.


-> hoe hebben deze voorbeelden bijgedragen aan jouw socialisatie?
Socialisatie vindt plaats door:
- Imitatie: nadoen van anderen
- Informatie: kennisoverdracht 
- Sociale controle: manieren waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan geldende normen te houden. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe is de 'kippenjongen' gesocialiseerd?
A
Imitatie
B
Informatie
C
Sociale controle

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Internalisatie
Mensen gaan zich automatisch gedragen zoals de groep dat van hen verwacht. 

Slide 10 - Tekstslide

Het gewenste gedrag gaat vanzelf. 


Cultuuroverdracht/socialisatie is geslaagd op het moment dat er sprake is van internalisatie. 
Hoe vindt dit proces bij jou plaats?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijke identiteit

Aangeboren en aangeleerde kenmerken die bij jouw persoonlijkheid horen. 

Bijv. de muziek waar je graag naar luistert en je talenten. 
Sociale identiteit

De groepen en culturen waarmee je je verbonden voelt. 

-> groepsidentificatie


Slide 12 - Tekstslide

Sociale identiteit kan leiden tot wij-zij-gevoel 
Sociale controle leidt altijd tot internalisatie van gedrag
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Socialiserende instituties geven alleen de normen en waarden van de dominante cultuur door
A
juist
B
onjuist

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij socialiserende instituties is er altijd sprake van sociale controle
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nature-aanhangers denken dat ons gedrag vooral aangeleerd is
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De sociale identiteit van een persoon wordt gevormd door socialiserende instituties
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gedrag kun je alleen internaliseren door imitatie.
A
juist
B
onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De persoonlijke identiteit wordt mede gevormd door aangeboren eigenschappen
A
juist
B
onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Maak de online opdrachten van paragraaf 2 Cultuur en identiteit

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Individualisme
Nadruk op individuele ontplooiing en persoonlijke ontwikkeling.

Bijv. de Nederlandse cultuur
Collectivisme
Nadruk op de sociale identiteit. Collectiviteit boven het individu.

Bijv. Arabische en Afrikaanse culturen. 

Slide 21 - Tekstslide

De mate waarin iemand de vrijheid krijgt om een persoonlijke identiteit te ontwikkelen.
Masculiene culturen
- Duidelijke scheiding tussen mannen en vrouwen. 
- Mannen zijn meer leidend, vrouwen zijn meer bescheiden. 
Feminiene cultuur
- Rollen van mannen vrouwen lopen door elkaar.
- Mannen en vrouwen houden rekening met elkaar. 

Slide 22 - Tekstslide

Culturen verschillen van elkaar tov de verhouding tussen mannen en vrouwen. 
In collectivistische culturen komt het wij-zij-gevoel niet voor.
A
juist
B
onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In masculiene culturen wordt van vrouwen verwacht dat zij meer tijd besteden aan het huishouden en kinderen dan mannen.
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dominante Nederlandse cultuur noemen we individualistisch.
A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De manier waarop veel mannen en vrouwen zich gedragen, is het gevolg van het proces van internalisatie.
A
juist
B
onjuist

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies