3H - les 16 - los números

Programa
1. Leemos
2. PW U5
3. Clase anterior
4. Los números
5. Deberes
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Programa
1. Leemos
2. PW U5
3. Clase anterior
4. Los números
5. Deberes

Slide 1 - Tekstslide

Leemos
  1. Werkblad
  2. Opdrachten achterin
  3. Deadline = na toetsweek
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

PW U5
  • Leesvaardigheid/ luistervaardigheid
  • vocabulario 5.1 + 5.2 + 5.3 (NL-SP)
  • Roze ww blad 25 t/m 40 (SP-NL)
  • onregelmatige ww
  • Getallen t/m 1.000.000
  • Futuro (ir + a + heel ww)
  • Kloktijden
  • Ww: ser, estar, hay (vervoeg & gebruik)
  • Ww: tener, gustar
  • Regelmatige ww vervoegen
  • Wederkerende ww vervoegen










Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

FUTURO

- gebruik

als je wil aangeven dat je iets GAAT DOEN


- met werkwoorden

vervoeging werkwoord IR + A + HELE WW

vb. ik ga slapen -> VOY A DORMIR


- met wederkerende ww

Levantarse -> ME VOY A LEVANTAR 

of

Levantarse -> VOY A LEVANTARME

Slide 5 - Tekstslide

¿Qué hora es?
A
Son las diez menos diez
B
Son las diez y cuarto
C
Son las diez y diez
D
Son las diez y media

Slide 6 - Quizvraag

¿Qué hora es?
A
Son las once y treinta
B
Son las diez y veintisiete
C
Son las once menos media
D
Son las once y media

Slide 7 - Quizvraag


¿Qué hora es?
A
Son la una menos cinco
B
Es la una menos cinco
C
Son las doce
D
Es la una y cinco

Slide 8 - Quizvraag

¿Qué hora es?

Slide 9 - Open vraag

¿Qué hora es?

Slide 10 - Open vraag

¿Qué hora es?

Slide 11 - Open vraag

IR =  GAAN
VOY
VAS
VA
LAURA
YO

Slide 12 - Sleepvraag

IR =  GAAN
VAMOS
VAÍS
VAN
LAURA Y ELENA
VOSOTROS
NOSOTROS

Slide 13 - Sleepvraag

Vul de zinnen aan met de juiste vorm van de futuro:
Yo (pasar) mis vacaciones en Grecia.
A
voy pasar
B
voy a paso
C
voy a pasar

Slide 14 - Quizvraag

¿ Ir + a+ ........= futuro?

A
vervoeg werkwoord
B
heel werkwoord
C
werkwoord gustar
D
voltooid deelwoord

Slide 15 - Quizvraag

futuro: tener (yo)

Slide 16 - Open vraag

futuro: querer (tú)

Slide 17 - Open vraag

Futuro: decir (vosotros)

Slide 18 - Open vraag

Futuro
EB
Página 65, ejercicio 9

Slide 19 - Tekstslide

getallen t/m miljoen p. 66 EB

Getal 100 = cien 

Getal 101 = ciento uno


Getal 1000 = mil (onveranderlijk)

Getal 1.000.000 = un millón


Tussen millón en zelfst. nw komt het woordje ‘de’

BIJV: un millón DE habitantes.




Slide 20 - Tekstslide

ejemplos

VOLGORDE: denk eerst in het Nederlands!


3.651 =                   tres mil    seiscientos     cincuenta y uno


12.522 =                 doce mil    quinientos     veintidós


2.477.234 =         dos millones    cuatrocientos    setenta y siete mil doscientos                                   treinta y cuatro

Slide 21 - Tekstslide

Practicamos
EB página 66 - 67
Ejercicios 10 - 12


Klaar? Quizlet voca 5.1
Quizlet roze wwblad 25-40



Slide 22 - Tekstslide

Deberes
Leren: Roze wwblad 25-40 + voca 5.1, 5.2
Leren: klokkijken + futuro + getallen
Hacer: ejercicios 10-12 (EB pag. 66-67)

Slide 23 - Tekstslide