T1H5 Monopolistische concurrentie

T1H5 Monopolistische concurrentie

1. Kenmerken
2. Prijsvorming
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomietoetsSecundair onderwijs

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

T1H5 Monopolistische concurrentie

1. Kenmerken
2. Prijsvorming

Slide 1 - Tekstslide

LEERDOELEN
  • Je kan het begrip monopolistische concurrentie in eigen woorden omschrijven.
  • Je kan voorbeelden noemen van markten van monopolistische concurrentie
  • Je kunt de kenmerken van een monopolistische concurrentie omschrijven
  • Je kan productdifferentiatie omschrijven

Slide 2 - Tekstslide

Wat heb je nodig?
LessonUp
Cursusblok
Schrijfgerei
Laptop

Slide 3 - Tekstslide

Monopolistische concurrentie
HB pg. 58 - 61
WB pg. 49 - 50
LessonUp

Slide 4 - Tekstslide

Monopolistische concurrentie 
Komt veel voor. Lijkt op volkomen concurrentie, belangrijkste verschil heterogeen product. 
-> Van concurrent onderscheiden door productdifferentiatie. -> Maximaal inspelen op wensen doelgroep om sterke merkentrouw te bekomen. Via kwaliteitsverschillen, specifieke varianten en geleverde service probeert elke producent zijn klanten aan zich te binden. 
=>  Zo wordt individuele producent monopolist in eigen deelmarkt
Vb'en kledingwinkels, bakkers, slagers, restaurants ...

Slide 5 - Tekstslide

1. Kenmerken
* Veel aanbieders en veel vragers
* Heterogene producten
* Niet-transparant
* Open markt

Slide 6 - Tekstslide

2. Prijsvorming
Marketingmix -> sterke klantenbinding. 
-> kunnen zich binnen hun deelmarkt gedragen als monopolist
-> belangrijke verschil dat consumenten wel kunnen overschakelen naar concurrent.

Slide 7 - Tekstslide

Ter vervanging cursus pg. 59

Slide 8 - Tekstslide

2. Prijsvorming
Bij monopolistische concurrentie is 
er wel degelijk concurrentie. De 
prijselasticiteit van de vraag is groter, 
bij een prijsverandering is de 
verandering in de vraag groter.


Slide 9 - Tekstslide

2. Prijsvorming
De monopolist heeft te maken met 
een vraagcurve die inelastischer 
verloopt (de klanten hebben geen 
alternatief). Omdat de monopolist 
alleen produceert, geniet hij ten volle 
van schaalvoordelen. Dat houdt de 
GK laag, zo is er een grote winst per 
eenheid. De totale winst is dan ook 
groot omdat de monopolist het 
ideale punt (MO=MK) kan kiezen.

Slide 10 - Tekstslide

2. Prijsvorming

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide



is een voorbeeld van
A
Een monopolie
B
Een oligopolie
C
Monopolistische concurrentie
D
Volkomen concurrentie

Slide 13 - Quizvraag



is een voorbeeld van een bedrijf in
A
Een monopolie
B
Een oligopolie
C
Monopolistische concurrentie
D
Volkomen concurrentie

Slide 14 - Quizvraag



is een voorbeeld van een bedrijf in
A
Een monopolie
B
Een oligopolie
C
Monopolistische concurrentie
D
Volkomen concurrentie

Slide 15 - Quizvraag



is een voorbeeld van een bedrijf in
A
Een monopolie
B
Een oligopolie
C
Monopolistische concurrentie
D
Volkomen concurrentie

Slide 16 - Quizvraag