2.4 Economische Wereldcrisis


2.4 Economische Wereldcrisis  
vanaf 1929
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les


2.4 Economische Wereldcrisis  
vanaf 1929

Slide 1 - Tekstslide

Gezicht van de depressie
Florence Owens Thompson werd het toonbeeld van de Amerikaanse Grote Depressie.
Het onderschrift bij de foto luidt: 
'
Berooide erwtenplukkers in Californië. Moeder van zeven kinderen. Leeftijd: 32 jaar.'
Ze overleed in 1983.

Slide 2 - Tekstslide

Feniks, Geschiedenis Werkplaats, Memo, Saga
Tijd van Wereldoorlogen
1900 - 1950

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen 2.4:
Aan het einde van deze les kun je:

1. Uitleggen hoe de economie zich ontwikkelde in de jaren '20.
2. Hoe de economische wereldcrisis ontstond in 1929.
3. Oorzaken benoemen van de wereldcrisis.
4.  Uitleggen hoe de crisis werd bestreden in de VS en in NL.

Slide 4 - Tekstslide

Het kenmerkende aspect:

'De crisis van het wereldkapitalisme'

Slide 5 - Tekstslide

'Roaring Twenties'
  • In de VS ging het geweldig in de jaren '20. 

  • Veel mensen kochten spullen met een lening. 

  • Ook aandelen 

Slide 6 - Tekstslide

Wat is dus een belangrijk kenmerk van 'The Roaring Twenties'?
A
Periode van economische achteruitgang.
B
Periode van spanning tussen verschillende landen in Europa.
C
Periode waarin landen nieuwe wapens gingen ontwikkelen.
D
Periode vol nieuwe vormen van amusement.

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Video

Banken failliet
  • Banken hadden véél geld uitgeleend aan bedrijven en mensen.

  • Door de crisis kregen ze veel van dat geleende geld niet terug.

  • Daardoor gingen ook veel banken failliet.

  • Mensen met aandelen verloren het vertrouwen en gingen hun aandelen snel verkopen!

Slide 9 - Tekstslide


Beurskrach
'Black tuesday' 1929



  • De oorzaak voor de economische crisis noemen we de 'beurkrach'
  • De aandelenmarkt stortte in, veel aandelen waren meer waard dan het bedrijf zelf.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Wat zijn de oorzaken van de economische wereldcrisis in 1929? En wat is de aanleiding?
Oorzaken
Aanleiding
Landbouwoverschotten
Lenen van geld
Beurskrach
Speculatie in aandelen

Slide 12 - Sleepvraag

Armoede door crisis
1932:   
  • Het inkomen van de Amerikanen
     50% lager dan in 1929.
  • Waarde aandelen gedaald met
     88%!
  • 15.000.000 Amerikanen werkloos

In Europa: Vooral Engeland en Duitsland getroffen door de crisis.

Slide 13 - Tekstslide

Crisis in Nederland
  • Nederland wordt zwaar door de crisis geraakt: de handel met de VS en Duitsland komt vrijwel stil te staan.

  • Bedrijven en fabrieken moeten de deuren sluiten.

  • Tussen 1929 en 1935 stijgt de werkloosheid van 22.000 naar 500.000.....

Slide 14 - Tekstslide

Duitsland na de Eerste Wereldoorlog 
  • De herstelbetalingen zijn niet op te brengen en de inflatie is groot.

  • Duitsland leent geld van de VS, maar die willen het geld snel terug hebben

  • De crisis van 1929 slaat in als een bom...

  • Gevolg = grote onvrede

Slide 15 - Tekstslide

1924: Dawesplan 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video


Aanpassingspolitiek


Landelijke uitgaven aanpassen aan de teruglopende inkomsten.
(Nederlands antwoord op crisis van 1929)

Ingezet door Minister-president Hendrik Colijn.

Minder uitgeven = bezuinigingen!!


Minister-president Colijn houdt een toespraak in de Tweede Kamer in 1935. (Colijn links op foto, staand met zijn handen steunend op de tafel.)

Slide 18 - Tekstslide

Zo ziet Colijn zich graag:

'De leider die Nederland door de storm (crisis) heen stuurt...'

Slide 19 - Tekstslide

Andere Nederlanders zien hem meer zo en zeggen:

'Colijn is een zwijn!', zeggen sommige mensen.

Hoe wordt hij afgebeeld?

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video


New Deal, new hope?
Vanaf 1933


  • In 1932 wordt Franklin Roosevelt gekozen als president van de Verenigde Staten.
  • Hij komt met het programma New Deal
  • Door middel van sociale wetten, subsidies, werkverschaffingsprojecten en strenger toezicht op de banken wil hij de Amerikaanse economie hervormen.
De inhuldiging van Franklin Delano Roosevelt als president van de Verenigde Staten in 1933. 

De Amerikaanse New Deal was een omvangrijk sociaal en economisch hervormingsprogramma van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt om de Verenigde Staten uit het slop van de Grote Depressie te trekken.

Slide 22 - Tekstslide

New Deal: Hoover & Roosevelt
President Herbert Hoover van VS: “Economie moet zichzelf
maar herstellen”

Werklozen géén hulp, armoede bleef bestaan. 
1932 Nieuwe presidentsverkiezingen VS
Franklin Delano Roosevelt nieuwe president VS

Aanpak crisis: New Deal = Overheid ging al het geld wat er
nog was investeren in eigen economie van Amerika.
Banken werden gered, Werkloosheidsuitkeringen, Overheidsprojecten: Aanleg van wegen, industrieën en landbouwprojecten: Economie komt langzaam weer aan het draaien.

Slide 23 - Tekstslide

Wie introduceerde de New Deal?
A
Hoover
B
Roosevelt
C
Ford
D
Carter

Slide 24 - Quizvraag

Wat is de New Deal?
A
Een pokerspel
B
Een verkoopplaats voor nieuwe auto's
C
Een pakket maatregelen om grote depressie tegen te gaan
D
Een verkoopovereenkomst

Slide 25 - Quizvraag

Deze bron gaat over de New Deal.

Is de maker een voor of tegenstander?
A
Voorstander
B
Tegenstander

Slide 26 - Quizvraag

Wat is er nieuw aan de New Deal?
A
Amerika werd socialistisch
B
De Amerikaanse overheid ging experimenteren
C
Amerika werd fascistisch
D
De Amerikaanse overheid ging zich met de economie bemoeien

Slide 27 - Quizvraag

Koppel het begrip aan de juiste afbeelding
Stempelen
Beurskrach
Werkverschaffing
Aanpassings-
politiek

Slide 28 - Sleepvraag

Lesdoel 1:
Leg uit hoe de economie zich ontwikkelde in de jaren '20.

Slide 29 - Open vraag

Lesdoel 2:
Beschrijf hoe de economische wereldcrisis ontstond in 1929.

Slide 30 - Open vraag

Lesdoel 3:
Noem enkele oorzaken benoemen van de wereldcrisis.

Slide 31 - Open vraag

Lesdoel 4:
Beschrijf hoe de crisis werd bestreden in de VS en in Nederland.

Slide 32 - Open vraag

Leg uit waarom de bron past bij het kenmerkende aspect.

Slide 33 - Open vraag