3.2 Sociaal: Minder slaven, maar horigen en vrije boeren nemen het werk op het land over

1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisSecundair onderwijs

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Afgewerkt 3ECNW - 10/11
DWZ: toets 3.1 & 3.2 !!!! - 17/11
3HUTW: klaar 14/11 - toets 21/11
3.2.1 De Romeinse samenleving en slavernij

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoeksvragen:
Hoe leefden de mensen samen aan het einde van de klassieke oudheid? Welke rol speelde de slaaf aan het einde van de klassieke oudheid?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen om te onthouden
gelaagde samenleving 
gelijkheid
ongelijkheid
slavernij
(on)vrijheid 
handel

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even opfrissen...
Even opfrissen...

Slide 5 - Tekstslide

Onderlinge interactie tussen de vier verschillende maatschappelijke domeinen.
Welke omschrijving hoort bij het sociaal domein?
A
Alles wat mensen doen om in hun levensonderhoud te voorzien: zelf voedsel en kleding maken of werken voor een inkomen om dat te kunnen kopen.
B
Wat bijdraagt aan onze ontwikkeling als mensen en dat brengt ons bij kunst, geloof, wetenschap, techniek, onderwijs enz. Ook onze ontspanning, dagelijkse gewoonten en tradities horen erbij.
C
Alles wat betrekking heeft op hoe mensen of groepen ten opzichte van elkaar staan in een maatschappij.
D
Alles wat betrekking heeft op de organisatie van de maatschappij en de macht om regels te maken en te doen naleven.

Slide 6 - Quizvraag

Sociaal verwijst naar hoe mensen onderling met elkaar omgaan. Vandaar komt ook de uitdrukking 'Je bent een sociaal persoon!' Dan kan je vlot met anderen om. 

Welk van de onderstaande historische vragen kan je in het sociaal domein situeren?
A
Hoe werkte de boerenbevolking op het platteland in de eerste middeleeuwen?
B
Hoe slaagden de Karolingers er in om de macht naar zich toe te trekken en die macht de vergroten?
C
Hoe werd het christendom verspreid in Europa (tot ca. 600)?
D
Hoe was het om als kind te leven in de eerste middeleeuwen?

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Helemaal bovenaan de piramide:
  • de keizer
  • Helemaal onderaan de piramide:
  • de slaven
  • Soldaten waren vrije/onvrije burgers?
  • vrije burgers

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Het Romeinse keizerrijk werd vooral gedragen door ontelbare slaven."
A
juist
B
fout

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waren de Romeinen racisten?
racist = iemand die op een negatieve manier onderscheid maakt tussen mensen op grond van hun huidskleur, afkomst.

Lees bron 2 (Racisme en slavernij in de Romeinse wereld) in de omkadering of de vereenvoudigde versie in deze LessonUp.
timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Juist of fout?
"Slaven waren in de Romeinse tijd enkel uit de overwonnen volkeren gehaald." (waarom?)
A
juist
B
fout

Slide 12 - Quizvraag

Deze stelling is fout. Overwonnen volkeren leverden wel slaven, maar er kwamen ook Romeinen in de slavernij terecht, door veroordeling bijvoorbeeld.
Juist of fout?
"De Romeinse uitdrukking 'Zo goedkoop als een Sardiniër' wijst er op dat er veel Sardiniërs tot slaaf gemaakt werden."
A
Juist
B
Fout

Slide 13 - Quizvraag

Deze stelling is juist. Tijdens de verovering van Sardinië in 177 v. Chr. maakte Tiberius Sempronius Gracchus (163-133 v. Chr.) 80.000 inwoners van het eiland tot slaaf.
Juist of fout?
"De Romeinen waren geen racisten!"
(waarom?)

A
Juist
B
Fout

Slide 14 - Quizvraag

Deze stelling is fout. Hoewel de Romeinen geen onderscheid maakten naar herkomst wanneer zij mensen tot slaaf maakten, dat het voor een slaaf mogelijk was om zijn vrijheid terug te krijgen, of dat zijn kinderen zelfs Romeins burger konden worden, waren er toch vooroordelen over bepaalde volkeren aanwezig. Er was dus enig onderhuids ‘racisme’ aanwezig in de Romeinse slavernij.
Waarom kunnen we stellen dat de Romeinse samenleving van de keizertijd een gelaagde samenleving was? Baseer je voor jouw antwoord op de voorgaande tekst en op de sociale piramide

Slide 15 - Open vraag

De Romeinse samenleving van het Keizerrijk was een gelaagde samenleving. Ze werd geleid door de patriciërs. Zij vormden een gesloten toplaag van de maatschappij. Het overgrote deel van de bevolking waren plebejers.Tenslotte was er ook nog een grote groep onvrije slaven. Slaaf werd je door piraterij, veroordeling, handel en oorlog. Zij hadden geen rechten.
3.2.2.1 De paradox van de slavernij in de eerste middeleeuwen
Paradox?
  • Een paradox is een tegenstrijdige conclusie die niettemin ontstaat als gevolg van een correcte redenatie binnen een correcte hypothese.
  • Voorbeelden:
  • Deze zin is onwaar.
  • De Kretenzer Epimenides zegt: "Alle Kretenzers liegen altijd."

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.2.2.1 De paradox van de slavernij in de eerste middeleeuwen
Paradox?
  • Een paradox is een tegenstrijdige conclusie die niettemin ontstaat als gevolg van een correcte redenatie binnen een correcte hypothese.
  • Voorbeelden:
  • Deze zin is onwaar.
  • De Kretenzer Epimenides zegt: "Alle Kretenzers liegen altijd."

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoeksvragen
  • Hoe stonden mensen in eerste middeleeuwen tegenover slavernij?
  • Vond men het in de middeleeuwen ook 'normaal' om mensen te ontvoeren en tot slaaf te maken? Waar haalde men die slaven dan? 
  • Wat betekent het woord 'slaaf' eigenlijk? 
  • Werden horigen ook als slaven behandeld? 
  • Hoe keken moslims in de islamitische wereld naar slavernij?



Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen om te onthouden
slavernij
(on)vrijheid

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Patricius

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekende het om als onvrije te leven?
  • Lees bron 1 (Het leven als slaaf) en los de vragen op.
  • Hoe heet de auteur?
  • Heeft hij de feiten waarover hij schrijft meegemaakt?
  • De bron is dus een .... bron
  • De titel van de bron is Confessio. In het Nederlands?
  • Hoe werd Patricius een slaaf?
timer
3:00
Taal:
  • autobiografie = een boek of verhaal door iemand zelf geschreven dat gaat over zijn of haar eigen leven.
  • schapen hoeden = zorgen voor schapen
  • mijl = afstand van ongeveer 1,6 km.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekende het om als onvrije te leven?
  • Lees bron 1 (Het leven als slaaf) in de omkadering en los de vragen op.
  • Hoe heet de auteur?
  • Patricius
  • Heeft hij de feiten waarover hij schrijft meegemaakt?
  • Ja.
  • De bron is dus een .... bron
  • Primaire
  • De titel van de bron is Confessio. In het Nederlands?
  • Bekentenis/belijdenis
  • Hoe werd Patricius een slaaf?
  • Hij werd als jonge kerel ontvoerd door zeerovers.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Slavenhandel

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bestudeer Bron 2 (De slavenhandel in de eerste middeleeuwen in Europa) in de opbouw & maak opdracht 2.


timer
5:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Electeus, Gislevert en heel veel anderen 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En wat met de horigen?
  • Lees bron 3: De eigendommen van het klooster Saint-Germain-des-Prés bij Parijs (ca. 825.)
timer
5:00
Taal:
  • knechten = (jonge)mannen die in dienst van een heer of een abdij werken. In de ME meestal horigen.
  • maagden = (jonge) ongehuwde vrouwen
  • laten = een dienaar of bediende, meestal in dienst van een edelman of een heer. Werkt in ruil voor bescherming en onderdak (lijkt wat op een horige).

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke historische periode werd de bron (bron 3) gemaakt?
A
klassieke oudheid
B
middeleeuwen
C
vroegmoderne tijd
D
moderne tijd

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom werd de bron geschreven?
A
Omdat de abt dat moest doen van de Franse koning.
B
Om de bezittingen te kennen van de abdij én zo te kunnen bepalen hoeveel inkomsten er verwacht mochten worden.

Slide 30 - Quizvraag

Door alle bezittingen op te lijsten, kon de boekhouding van de abdij geoptimaliseerd worden. De monniken kregen zo inzicht in mogelijke opbrengsten van het land, van belastingen...
Welke woorden zijn synoniem van 'werknemers'. Zowel vrijwillig als gedwongen.

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Slavernij in de islamitische wereld

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slavernij in de islamitische wereld
  • Islamitische wereld strekte zich in de tiende eeuw uit over verschillende continenten. 
  • Moslims vormden een sterke gemeenschap + Arabische taal verbond hen. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slavernij in de islamitische wereld
timer
3:00
  • Islamitische wereld strekte zich in de tiende eeuw uit over verschillende continenten. 
  • Moslims vormden een sterke gemeenschap + Arabische taal verbond hen. 
  • Slavernij toonde vergelijkbare kenmerken in de hele islamitische wereld. ==> rechterlijke macht werd bepaald door de sharia.
  • Lees bron 4a- Slavernij volgens de sharia (deel 1)
Taal:
  • status = sociale positie van een persoon in de samenleving. Het geeft aan hoe belangrijk die persoon is.
  • sanctie = straf of maatregel als reactie op ongewenst gedrag.
  • gezag =  de macht of het recht om bevelen te geven. Respect speelt hier een rol. (bvb. Een leraar met gezag)
  • noch = evenmin (noch vis noch vlees = geen van beide)
  • omarmen = aanvaarden
  • legaal = volgens de wet

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Sharia?
A
De islamitische wetgeving.
B
Een hoofdelijke belasting die wordt opgelegd aan volwassen niet-islamitische mannen.
C
De gewapende strijd tegen diegenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigen.

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Jihad?
A
De islamitische wetgeving.
B
Een hoofdelijke belasting die wordt opgelegd aan volwassen niet-islamitische mannen.
C
De gewapende strijd tegen diegenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigen.

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Djizja?
A
De islamitische wetgeving.
B
Een hoofdelijke belasting die wordt opgelegd aan volwassen niet-islamitische mannen.
C
De gewapende strijd tegen diegenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigen.

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgens de sharia waren er twee redenen waarom iemand slaaf kon worden. De welke?


Slide 39 - Open vraag

1. De wil van God.
2. Iemand die verslagen was in een oorlog, kon tot slaaf gemaakt worden.
Juist of fout? "In de loop van de geschiedenis zijn bijna geen voorbeelden te vinden van moslims die zich niet aan deze bepalingen over slavernij hielden en toch andere moslims als slaaf aan het werk zetten."
A
Juist
B
Fout

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slavernij in de islamitische wereld
timer
5:00
Kon je als slaaf onder de sharia ook terug vrij worden?
Zijn er gelijkenissen of verschillen met elders in Europa?
Lees bron 4b- Slavernij volgens de sharia (deel 2)
Slavernij in de islamitische wereld (deel 2)
Taal:
  • norm = algemene regel
  • erfrecht = hoe eigendommen en bezittingen worden verdeeld na het overlijden van iemand.
  • testament = hoe eigendommen en bezittingen worden verdeeld na het overlijden van iemand.
  • een must = Het betekent dat je iets absoluut moet doen of hebben omdat het erg belangrijk is.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is uniek aan slavernij in de islam?
A
Slavernij is niet erfelijk.
B
Er bestaat een erfelijke slavenklasse.
C
Slaven kunnen vrijgelaten worden.

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een kind dat geboren wordt met een slavin als moeder en een moslim als vader...
A
Is vrij maar kan niet erven van zijn vader
B
Is onvrij maar kan erven van zijn vader
C
Is vrij en kan erven van zijn vader

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een gevolg van de unieke positie van slaven in de islam is ...
A
...dat er bijna geen slavernij bestond in de islamitische wereld.
B
...dat er voortdurend nieuwe slaven moesten worden aangevoerd.
C
...dat islamitische slavenhouders hun slaven bijna nooit de vrijheid schonken.

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5. Slavernij vandaag

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Lees het artikel uit de opbouw: 
  • Textielfabrieken in Leicester draaien op moderne vorm van slavernij (kies zelf welke versie je leest)
timer
5:00
Taal:
  • lockdown = periode waarin mensen thuis moeten blijven
  • erbarmelijk = verwijst naar situaties waarin mensen het moeilijk hebben en lijden.
  • anoniem = de naam of identiteit van de persoon niet bekend is of niet bekend wordt gemaakt.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste bewering.
A
In nagelstudio's in de stad Londen, in het centrum van Engeland, worden tot 25.000 mensen tewerkgesteld in omstandigheden die lijken op een moderne vorm van slavernij.
B
In de fruitbedrijven in de stad Gloucester, in het centrum van Engeland, worden tot 5.000 mensen tewerkgesteld in omstandigheden die lijken op een moderne vorm van slavernij.
C
In de textielfabrieken in de stad Leicester, in het centrum van Engeland, worden tot 10.000 mensen tewerkgesteld in omstandigheden die lijken op een moderne vorm van slavernij.

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste bewering.
A
De slechte werkomstandigheden zijn niet nieuw, maar kwamen weer aan de oppervlakte door de coronacrisis.
B
De slechte werkomstandigheden zijn nieuw, parlementairen zijn geschrokken nadat deze feiten aan het licht kwamen.

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste bewering.
A
Tijdens de algemene lockdown in het hele land in 2020 werd de productie in die fabrieken namelijk gewoon voortgezet.
B
Tijdens de algemene lockdown in het hele land in 2020 werd de productie in die fabrieken ook stilgezet en kwamen duizenden mensen zonder werk te zitten.

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste bewering.
A
De fabrieken zijn voornamelijk in handen van mensen met een Afrikaanse migratieachtergrond en ook de mensen die er werken, hebben vaak die achtergrond.
B
De fabrieken zijn voornamelijk in handen van mensen met een Amerikaanse migratieachtergrond en ook de mensen die er werken, hebben vaak die achtergrond.
C
De fabrieken zijn voornamelijk in handen van mensen met een Aziatische migratieachtergrond en ook de mensen die er werken, hebben vaak die achtergrond.

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies de juiste bewering.
A
Deze reportage toont aan dat mensen niet meer uitgebuit worden en dat slavernij gelukkig niet meer bestaat.
B
Deze reportage toont aan dat mensen nog steeds uitgebuit worden en dat slavernij dus nog altijd bestaat.

Slide 51 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies