3 vmbo-b Thema 1.3 Organen en cellen: werken met een loep en een microscoop

Thema 1 Organen en cellen
1.3 Werken met een loep en een microscoop
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 1 Organen en cellen
1.3 Werken met een loep en een microscoop

Slide 1 - Tekstslide

wat gaan we vandaag doen?
herhalen vorige les: 1.2 De bouw van een organisme
leerdoelen vandaag
nieuwe theorie: 1.3 De loep en een microscoop
zelf aan de slag
herhalen leerdoelen

Slide 2 - Tekstslide

Kleinste

Grootste
Zet de woorden en afbeeldingen
in de goede volgorde, van klein naar groot.
weefsel
organisme
orgaanstelsel
orgaan
cel

Slide 3 - Sleepvraag

Wat is een orgaanstelsel?
A
Organen die samenwerken aan dezelfde taak.
B
Een groep cellen met dezelfde vorm en functie.
C
Onderdeel van een organisme.
D
Een deel van een organisme met een eigen taak.

Slide 4 - Quizvraag


nummer 2?
A
Long
B
Hart
C
Nier
D
Maag

Slide 5 - Quizvraag


nummer 5?
A
Long
B
Hart
C
Nier
D
Maag

Slide 6 - Quizvraag


nummer 10?
A
Long
B
Hart
C
Nier
D
Maag

Slide 7 - Quizvraag


nummer 6?
A
Long
B
Dikke darm
C
Nier
D
Maag

Slide 8 - Quizvraag


Welke stelsels zie je?
A
bloedvatenstelsel zenuwstelsel
B
bottenstelsel zenuwstelsel
C
verteringsstelsel spierstelsel
D
je ziet alleen organen

Slide 9 - Quizvraag


Het hart is:
A
een organenstelsel
B
een cel
C
een orgaan
D
een organisme

Slide 10 - Quizvraag


Welk organenstelsel zorgt voor de vertering van je eten?
A
Het bloedvatenstelsel
B
De maag en de lever
C
Het verteringsstelsel
D
Het zenuwstelsel

Slide 11 - Quizvraag

leerdoelen vandaag
Aan het einde van de les:
- kan je werken met een loep en een microscoop
- kan je de onderdelen van een microscoop benoemen
- kan je een preparaat maken

Slide 12 - Tekstslide

1.3 Werken met een loep en een microscoop
Bij biologie probeer je zoveel mogelijk zelf de organismen waar te nemen.
Soms zijn organismen zo klein dat je ze met het blote oog niet (goed) kunt zien. Je kunt dan een loep of een microscoop gebruiken.

Slide 13 - Tekstslide

Een loep is een vergrootglas.
Je kunt het best een loep gebruiken die ongeveer 10 keer vergroot.

Je moet de loep dichtbij je oog houden. Het voorwerp waar je naar kijkt, moet je naar de loep toe brengen tot je een scherp beeld ziet.

Slide 14 - Tekstslide

1.3 Werken met een loep en een microscoop
Om cellen te kunnen zien, heb je een microscoop nodig.

Op de afbeelding op de volgende bladzijde kan je zien wat je met het blote oog kan zien wat met de microscoop.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

1.3 Werken met een loep en een microscoop
Vandaag gaan jullie niet zelf met een microscoop werken. Dat gaan we later doen (na de toets).

Je moet voor de toets WEL de onderdelen van een microscoop kennen!!

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

1.3 Werken met een loep en een microscoop
Met een microscoop bekijk je een preparaat.
Een preparaat bestaat uit 2 glaasjes:
- het grotere voorwerpglas
- het kleinere dekglas

Om een preparaat te maken, heb je prepareermateriaal nodig.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Het stukje over het maken van een preparaat en het werken met de microscoop slaan we over.

Dit gaan jullie doen na de toets!

Slide 21 - Tekstslide

VRAGEN??

Slide 22 - Tekstslide

zelf aan de slag
1.3 Werken met een loep en een microscoop: lees de tekst en maak de opdrachten:

opdracht 1, 2 en 4 maken (vanaf blz. 27)

Klaar? Dan laat je het zien!!

Slide 23 - Tekstslide

herhalen leerdoelen
Aan het einde van de les:
- kan je werken met een loep en een microscoop
- kan je de onderdelen van een microscoop benoemen
- kan je een preparaat maken

Slide 24 - Tekstslide