2324 Argumenteren1



Argumenteren
herhaling H4
voorbereiding SE Gedocumenteerd Schrijven
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les



Argumenteren
herhaling H4
voorbereiding SE Gedocumenteerd Schrijven

Slide 1 - Tekstslide

Standpunten
We onderscheiden 3 soorten standpunten:
Positief standpunt 
De regering heeft de juiste maatregelen genomen. 
Negatief standpunt:
De regering heeft niet de juiste maatregelen genomen. 
Standpunt van twijfel:
Ik weet niet wat ik moet denken van de juiste maatregelen. 




Slide 2 - Tekstslide

Je schaft een agenda aan!
A
Positief
B
Negatief
C
Twijfel

Slide 3 - Quizvraag

Ik kan nog niet goed zeggen wat ik van de persconferentie moet vinden.
A
Positief
B
Negatief
C
Twijfel

Slide 4 - Quizvraag

De vergadering van vanmiddag zal wel weer niet op tijd klaar zijn.
A
Positief
B
Negatief
C
Twijfel

Slide 5 - Quizvraag

Dat concert van Pink lijkt me echt iets voor jou!
A
Positief
B
Negatief
C
Twijfel

Slide 6 - Quizvraag

Iedereen vond die macarons van vorige week in Heel Holland Bakt niet te eten!
A
Positief
B
Negatief
C
Twijfel

Slide 7 - Quizvraag

Redenering
De combinatie van het standpunt en argument noemen we dus redenering. 
Met het argument wil je de waarheid of juistheid van de stelling bewijzen. 

Slide 8 - Tekstslide

Twee typen argumenten
Waarderende argumenten:
Deze argumenten zijn gebaseerd op een mening.

Feitelijk argumenten:
Deze argumenten zijn controleerbaar.

Slide 9 - Tekstslide

Stelling: Utrecht is een prettige stad om in te wonen. 
Utrecht was in 2013 de stad met de grootste stijging van het aantal inwoners
Er wonen in Utrecht veel jonge, gezellige mensen. 
Waarderend argument
Feitelijk argument

Slide 10 - Sleepvraag

Stelling: Je kunt beter met het OV naar Rotterdam gaan. 
Het is veel gezelliger om met het OV naar R'dam te komen. 
Dan maken er meer mensen gebruik van het OV. 
Waarderend argument
Feitelijk argument

Slide 11 - Sleepvraag

Stelling: Leiden is een prima stad om een excursie voor CKV te organiseren.
In Leiden kan je zeer diverse musea en galeries bezoeken. 
Leiden heeft een gezellige binnenstad.
Waarderend argument
Feitelijk argument

Slide 12 - Sleepvraag

Soorten argumenten
Welke hebben we ook alweer? 
* Feiten
*Onderzoek/ Wetenschap
* Normen/ Waarden
* Vermoedens
*Geloof
* Gezag/ Autoriteit
* Nut


Slide 13 - Tekstslide

Het beste is om minimaal 1,5 liter water per dag te drinken. Wetenschappers uit Leiden hebben dat laatst ontdekt.
A
Onderzoek/Wetenschap
B
Gezag
C
Nut
D
Feit

Slide 14 - Quizvraag

We kunnen beter een ander restaurant uitzoeken, want ik ben al twee keer ziek geworden van het eten daar.
A
Gezag
B
Feit
C
Onderzoek
D
Normen/Waarden

Slide 15 - Quizvraag

Ook al ben je nog zo’n goede voetballer en verdien ze nog zoveel, belasting betalen behoort iedereen te doen.
A
Geloof
B
Normen/Waarden
C
Feit
D
Vermoedens

Slide 16 - Quizvraag

Ik verwacht niet dat Rutte in de Tweede Kamer blijft. Ik kan me niet voostellen dat dat werk hem nog genoeg uitdaging zal bieden.
A
Feit
B
Geloof
C
Vermoeden
D
Wetenschap

Slide 17 - Quizvraag

Ik zou maar veel lezen want literaire klassiekers en poëzie kunnen je helpen je beter over je situatie na te laten denken. Literatuur heeft zo een therapeutische werking. Dat blijkt uit onderzoek van Wetenschappers van de Universiteit van Liverpool.
A
Feit
B
Gezag
C
Wetenschap
D
Nut

Slide 18 - Quizvraag

opdracht
Het schrijfproces op gang laten komen door creatieve opdrachten
Waarom:
Gewoon beginnen i.p.v. uitstellen
je wordt creatiever
je leert beter schrijven als je het vaker doet.



Slide 19 - Tekstslide

Hoe ziet jouw leven eruit als je hier zou wonen?

Schrijf een verhaal van 250 woorden
Gebruik verschillende argumenten

Slide 20 - Tekstslide

stappen
1. formuleer stelling
2. maak schrijfplan
3. schijf klad en typ je verhaal
4. onderstreep je stelling en kernzin van de alinea

Slide 21 - Tekstslide

Huiswerk
Verhaal afmaken
meenemen: Leesboek en Chromebook

Slide 22 - Tekstslide