cross

Herhalen H4 voor de toets 3B

Welkom!
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandsvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesopbouw
 Toets voorbereiden
 Zelfstandig leren woordenschat
 12.30 toets maken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen
Signaalwoorden
Tekstverbanden
Onderwerp
Kernzin
Tekstdoel!
Hoofdgedachte
Samenvatten

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordenschat
Betekenis van woorden uit je boek

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammatica en Spelling hfdst. 4 blz. 143
Woordsoorten 
(taalkundig ontleden)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Ik kan verschillende woordsoorten herkennen in de zinnen. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lidwoorden

3 lidwoorden:
het ('t)
de
een ('n)
Staan voor een zelfstandig naamwoord

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandige naamwoorden 
Je gebruikt ze voor: dieren, mensen, dingen, plaatsen en voor (eigen)namen (ook al kun je daar soms geen LW voor zetten).
je kunt er een lidwoord voorzetten. 
Je kunt ze meestal verkleinen
Ze hebben meestal een meervoud

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoeglijke naamwoorden
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

Het geeft een eigenschap, kenmerk of toestand aan van een zelfstandig naamwoord.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de mooie ring
de drukke hond
de lieve moeder
de kapotte telefoon


 De auto is rood. →
Rood is de eigenschap van de auto.

Mijn moeder is altijd heel erg lief. → Lief is de eigenschap van moeder.

De telefoon is tijdens de
wedstrijd kapot gegaan. → Kapot is de toestand van de telefoon.


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkwoorden
Je kunt aan werkwoorden zien wat je doet (doe-woorden). Ook hebben, zijn en worden zijn werkwoorden. 

Je kunt werkwoorden vervoegen 
(ik, hij/zij, het, enz.).

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooid deelwoord
Als je wilt vertellen dat iets al gebeurd is, dan gebruik je een voltooid deelwoord in een zin.
 
Ik heb een jas gekocht. (heb p.v. - gekocht v.d.)
Mijn vader heeft de auto gewassen. (heeft p.v. - gewassen v.d.)
De stoel is blauw geverfd.  (is p.v. - geverfd v.d.)


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van voltooid deelwoord naar bijvoeglijk naamwoord
Ik heb een jas gekocht > de gekochte jas.
Mijn vader heeft de auto gewassen > de gewassen auto.
De stoel is blauw geverfd > de geverfde stoel.

Een bijvoeglijk naamwoord schrijf je zo eenvoudig mogelijk.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onvoltooid deelwoord
Voltooid deelwoord: het is klaar, het is voltooid.
Onvoltooid deelwoord het is nog bezig, niet afgelopen.

Voorbeeld: lachend komt hij de kamer binnen. Hij loopt nog te lachen als hij binnenkomt.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onvoltooid deelwoord
Hoe schrijf je het?
Heel makkelijk:
Hele werkwoord + D
Altijd!
Lachend, huilend, kruipend, fluitend, dasend.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordenschat
Deze les leer je:

  • De spelling van lastige woorden met th of t



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vaste voorzetselcombinaties
Bij sommige werkwoorden hoort een vast voorzetsel
Het is dan vaak figuurlijk bedoeld
Bijvoorbeeld:
Nadenken over,
Rekenen op,
Achter de schermen kijken,
Op de kast zitten


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk het volgende filmpje

schema werkwoordspelling

-

uitgelegd in twee minuten

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is niet goed gespeld?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is niet goed gespeld?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Goed of fout?
Het is de tegenwoordige tijd.
Fout is natuurlijk: steund. Dit moet zijn: steunt.
(Het hele werkwoord: steunen. De stam: steun)
Bron: Taalfouten spotten.

Wat is de juiste vorm van het werkwoord in tegenwoordige tijd?
Hij (dansen) de tango.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste vorm van het werkwoord?

(drinken) jij graag thee?
A
drink
B
drinkt

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste vorm van het werkwoord?

Hij (landen) op Schiphol.
A
land
B
landt

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf het werkwoord in de verleden tijd?

Hij (rekenen) het bedrag uit.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?

Ik (koken) pasta.

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?

Wij (zetten) de pot op tafel.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Goed of fout?
Het gaat hier om de voltooide tijd.
- ingepakt: goed (want je hoort de 't' in: ingepakte; of gebruik 't ex-Kofschip: de 'k' zit erin) 
- bezorgt: fout! (je hoort een 'd' in bezorgde; of kijk naar 't ex-Kofschip: daar zit de 'g' niet in.)

(Let op: 'bezorgt' is wel goed in de tegenwoordige tijd! Hij bezorgt het pakje.)
Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

Hij heeft haar (beschermen)
A
Beschermd
B
Beschermt

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

Hij heeft haar (beschermen)
A
Beschermd
B
Beschermt

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

Ik heb (schaatsen).

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het voltooid deelwoord?

Zij hebben (betalen).
A
betaalt
B
betaald

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde uitleg
Tijd over? Dan woordjes leren.
Zoniet, starten met de toets

SUCCES!

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hoofdstuk 5 Lezen 3BB Blz. 159

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies