cross

4.4 Als er geen werk is

Hoofdstuk 4: Aan het werk
Paragraaf 4: Als er geen werk is
Hoofdstuk 4
Paragraaf 1
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4: Aan het werk
Paragraaf 4: Als er geen werk is
Hoofdstuk 4
Paragraaf 1

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je uitleggen:



  • Uitleggen wat de gevolgen van werkloosheid zijn​
  • Uitleggen hoe werkloosheid kan worden bestreden​
  • Uitleggen welke rol de overheid speelt bij het bestrijden van werkloosheid
LEERDOELEN

Slide 2 - Tekstslide


Lees het nieuwsbericht hiernaast.

- Verwacht je dat de verdwenen arbeidsplaatsen nog terugkomen? Verklaar je mening.


- Waarom noemt de directeur de ontslagen ‘pijnlijk’?

Slide 3 - Open vraag


Lees het nieuwsbericht hiernaast.

 
- Leg in eigen woorden uit waarom The Phone House een aantal medewerkers ontslaat.

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

Soorten werkloosheid
  1. Conjucturele werkloosheid
  2. Structurele werkloosheid
  3. Seizoenswerkeloosheid
  4. Regionale werkloosheid
  5. Frictiewerkloosheid



Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Conjuncturele werkloosheid
Werkloosheid die het gevolg is van een daling van de vraag naar goederen en diensten.

Tijdelijk
oorzaak: daling van lonen en/of export





Slide 8 - Tekstslide

Structurele werkloosheid
Werkloosheid als gevolg van veranderingen in de manier van produceren.
Blijvend




Slide 9 - Tekstslide

Leg uit wat conjuncturele werkloosheid is.

Slide 10 - Open vraag

Structurele werkloosheid
Structurele werkloosheid ontstaat als de aanbieders van producten blijvende veranderingen doorvoeren, zoals:


  • robots en machines inzetten in plaats van mensen
  • de productie verplaatsen naar lagelonenlanden
  • stoppen met het maken van verouderde producten
  • hun bedrijf reorganiseren

Ook als het aanbod van arbeid niet past bij de vraag naar arbeid:
werkzoekenden hebben niet de juiste opleiding voor de beschikbare vacatures




Slide 11 - Tekstslide

Verschil tussen regio's
Kan tegelijkertijd met conjuncturele en structurele
Regionale werkloosheid
regionale werkloosheid 2017
Werkloosheid die in bepaalde gebieden van het land hoger is dan gemiddeld in het land.

Slide 12 - Tekstslide

Frictie werkloosheid

  • Kortdurend
  • Kan tegelijkertijd met conjuncturele en structurele
  • Studie → baan
  • Baan → andere baan



Slide 13 - Tekstslide

Seizoenswerkloosheid
Tijdelijk (kan tegelijkertijd met conjuncturele en structurele)



Voorbeelden
IJsverkoper in de winter
Skileraar in de zomer
Strandtent in de winter

Slide 14 - Tekstslide

Wanneer je een tijdje per jaar niet kunt werken noem je deze werkloosheid ...
A
structurele werkloosheid.
B
seizoenswerkloosheid.
C
verborgen werkloosheid.
D
conjuncturele werkloosheid.

Slide 15 - Quizvraag

Welke werkloosheid is niet tijdelijk?
A
seizoenswerkloosheid
B
structurele werkloosheid
C
regionale werkloosheid
D
frictiewerkloosheid

Slide 16 - Quizvraag

Welke vorm van werkloosheid krijg je wanneer bedrijven zich naar het buitenland verplaatsen?
A
regionale werkloosheid
B
conjuncturele werkloosheid
C
seizoenswerkloosheid
D
structurele werkloosheid

Slide 17 - Quizvraag

Regionale
Structurele
Conjuncturele
Frictie
Seizoens

Slide 18 - Sleepvraag

Werkloosheid verminderen
  • Lagere belastingen voor bedrijven → meer investeringen bedrijven
  • Lagere loonbelasting voor werknemers → meer bestedingen consument
  • Lagere btw-tarieven → meer bestedingen consument
  • Bijscholing of omscholing van werklozen → grote kans op werk
  • Verlaging van het minimumloon → bedrijven nemen sneller mensen aan
  • Innoveren (technologische ontwikkeling) → betere concurrentiepositie bedrijven
  • arbeidstijdverkorting (Atv) vergroten → omvang baan omlaag = meer personeel kunnen aannemen
  • Bedrijfstijd verlengen →vaste kosten per product omlaag

Slide 19 - Tekstslide

Lonen stijgen....
Werknemers:
  • meer inkomen
  • meer besteden
  • goed voor de werkgelegenheid

Werkgevers:

  • hogere kosten
  • prijzen producten stijgen
  • verkoop daalt
  • slecht voor de werkgelegenheid
Loonmatiging
Loonmatiging:
De lonen stijgen niet of weinig
Lonen stijgen

Slide 20 - Tekstslide

Als de overheid de loonbelasting met 2% verlaagt, zullen....
A
- de loonkosten van de werkgever dalen - de nettolonen van de werknemers stijgen - de prijzen van producten hierdoor niet stijgen en de werknemers kunnen dan meer kopen
B
- de loonkosten voor de werkgever dalen - de nettolonen van de werknemers dalen - de prijzen van producten hierdoor niet stijgen en de werknemers kunnen dan meer kopen
C
- de loonkosten voor de werkgever stijgen - de nettolonen van de werknemers stijgen - de prijzen van producten hierdoor niet stijgen en de werknemers kunnen dan meer kopen
D
- de loonkosten voor de werkgever gelijk blijven - de nettolonen van de werknemers stijgen - de prijzen van producten hierdoor niet stijgen en de werknemers kunnen dan meer kopen

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn de gevolgen van werkloosheid?

Slide 22 - Open vraag

Welke soorten werkloosheid zijn er?

Slide 23 - Open vraag

Hoe kan je de werkloosheid bestrijden?

Slide 24 - Open vraag

Aan de slag
Wat: Maken paragraaf 4.4
Wie: Individueel
Hoe: Stilte (mits je een vraag hebt)
Vraag?: Stel hem eerst aan je buurman/buurvrouw
Tijd: 15 minuten

Klaar: mag je iets voor jezelf doen

Slide 25 - Tekstslide