Instructie 6.4 Hart- en vaatziekten

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Terugblik
Lesdoelen
Instructie
Huiswerk maken
Les afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Het hart
Het hart heeft 2 helften met in iedere helft 2 kamers en 2 boezems

linkerhelft
rechterhelft

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik

Slide 5 - Tekstslide

Terugblik
- Functie van het hart 
- Functie bloedvaten
- Welke type bloedvaten? Verschil?

- Hoe krijgt het hart voeding en zuurstof?

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je moet oorzaken en gevolgen van hart- en vaatziekten kunnen noemen
  • Je moet kunnen aangeven hoe je de kans op hart- en vaatziekten kunt verkleinen
  • We praten met respect over het onderwerp hart- en vaatziekten




Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide



Slide 15 - Tekstslide

slagaderverkalking =
kalkachtige afzettingen aan de binnenkant van een slagader

Hierdoor worden de bloedvaten smaller en minder elastisch


Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Hartinfarct of beroerte 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Hartinfarct

Een deel van de hartspier krijgt geen zuurstof en voedingsstoffen meer


Oorzaak: een kransslagader is verstopt geraakt


Gevolg: een deel van de hartspier sterft af, dit kan dodelijk zijn

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Hartinfarct (hartaanval)

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Slide 30 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je moet oorzaken en gevolgen van hart- en vaatziekten kunnen noemen
  • Je moet kunnen aangeven hoe je de kans op hart- en vaatziekten kunt verkleinen
  • We praten met respect over het onderwerp hart- en vaatziekten




Slide 31 - Tekstslide

Wat moet je niet doen voor de goede werking van je hart?
A
heel veel bewegen
B
veel vet eten
C
weinig bewegen
D
weinig bewegen en vet eten

Slide 32 - Quizvraag

Hoe noem je de vettige stof die een bloedvat nauwer kan maken?
A
cholesterol
B
trombose

Slide 33 - Quizvraag


Hoge bloeddruk
Lage bloeddruk
nauwelijks klachten
schade aan bloedvaten en organen
duizeligheid
flauwvallen
vermoeidheid

Slide 34 - Sleepvraag

Mensen die te zwaar zijn, hebben een grotere kans op hart- en vaatziekten.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 35 - Quizvraag

Waardoor vergroot je je kans op hart- en vaatziekten
A
Niet drinken
B
Niet roken
C
Niet sporten
D
Niet stressen

Slide 36 - Quizvraag

Mensen met overgewicht hebben een kleinere kans op het krijgen van hart- en vaatziekten dan mensen met een gezond gewicht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quizvraag

Hoe heet de stof die zorgt voor hart- en vaatziekten?
A
Zetmeel
B
Cholesterol
C
Suiker
D
Pindakaas

Slide 38 - Quizvraag

8. Hoe noemen we een verstopping in de bloedvaten van de hersenen?
A
hartinfarct
B
beroerte

Slide 39 - Quizvraag

Wat is geen signaal van een beroerte?
A
hangende mond
B
uitvallen van de voet
C
verwarde spraak
D
rechter boven helft verlamd

Slide 40 - Quizvraag

Hoe noemen we het als een kransslagader in het hart verstopt raakt?
A
beroerte
B
herseninfarct
C
hartinfarct
D
hartkramp

Slide 41 - Quizvraag

Wat is gevaarlijker? te hoge of te lage bloeddruk?
A
Hoge bloeddruk
B
Lage bloeddruk

Slide 42 - Quizvraag

Heeft iemand die regelmatig eventjes duizelig wordt als hij uit bed stapt last van lage of hoge bloeddruk?
A
lage bloeddruk
B
hoge bloeddruk

Slide 43 - Quizvraag