Slavernij en discriminatie

De Verenigde Staten
1773-1914

Slavernij en discriminatie

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2-6

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De Verenigde Staten
1773-1914

Slavernij en discriminatie

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide


Leerdoel

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen wat de positie van de zwarten in de Verenigde Staten was.

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet jij eigenlijk van 
de slavernij?

Slide 4 - Woordweb


Waarom slavernij?


  • De meeste plantages in Amerika waren bezit van Europeanen
  • Plantageprducten, zoals koffie, tabak, katoen en suiker, zijn erg populair in Europa
  • Om de producten te verbouwen waren veel landarbeiders nodig.
  • De oorspronkelijke bewoners van dit gebied waren volgens de Europeanen 'ongschikt' voor deze arbeid of al uitgemoord in de eeuwen ervoor.



Slide 5 - Tekstslide


Transatlantische slavenhandel

  • Europese handelaren namen producten, zoals munitie, wapens en alcohol mee naar Afrika.
  • Daar werden ze door Afrikaanse stammen geruild tegen tot slaaf gemaakten: dit waren meestal gevangengenomen leden van andere Afrikaanse stam. 
  • Deze tot slaaf gemaakten werden vervolgens vervoerd naar slavenmarkten in Zuid-Amerika.





De afbeelding laat zien op welke wijze slaven werden vervoerd op een slavenschip. Dergelijke tekeningen werden meestal gemaakt om aan te geven op welke vreselijke manier de slaven werden vervoerd. Deze tekening is gemaakt in opdracht van een commissie van de Engelse regering.

Slide 6 - Tekstslide

plantageproducten
tot slaaf gemaakten
ūüá¨ūüáß
ūüáļūüáł
o.a. wapens, munitie
ūüá™ūüáł
ūüáĶūüáĻ
ūüá≥ūüáĪ

Slide 7 - Tekstslide


Aan boord van een slavenschip

  • Vervoer en behandeling van de tot slaaf gemaakte mensen was vreselijk
  • Slaven werden vaak naakt en geketend aan elkaar vervoerd
  • Onhygi√ęnische en ziekmakende omstandigheden leidden vaak tot de dood
  • Dode slaven werden, zonder enige vorm van respect, overboord gegooid.
  • Een slavenschip kon je soms op 5 zeemijlen (9 kilometer) afstand ruiken







Slide 8 - Tekstslide


Slavernij in het noorden 

  • Onder het bestuur van de Engelsen waren de eerste tot slaaf gemaakten ingevoerd vanuit Afrika.
  • In de noordelijke staten was weinig landbouw en meer industrie.
  • In de industrie heb je arbeiders nodig en geen tot slaaf gemaakten.
  • Slavernij werd in de meeste noordelijke staten afgeschaft tussen 1777-1804.
New York rond 1830

Slide 9 - Tekstslide


Discriminatie in het noorden 

  • Hoewel er geen slavernij was, was er veel discriminatie in het noorden
  • De meeste Amerikanen zagen de zwarten als minderwaardig
  • Zwarte kinderen mochten niet naar een 'blanke' school, en konden zwarte mensen veel minder makkelijk een stuk grond kopen.
  • Zwarten mochten ook niet getuigen tegen een witte verdachte in een rechtzaak.
  • Zwarten hadden geen kiesrecht.
In de afbeelding zie je witte vrouwen en zwarte mannen met elkaar dansen. De zwarte mannen zijn als een soort 'wilde apen' afgebeeld. Deze racistische afbeelding is gemaakt als waarschuwing tegen 'teveel vrijheid voor de zwarten'.
Let op!
Deze afbeelding is door de tekenaar als bewust racistisch bedoeld.

Slide 10 - Tekstslide


Slavernij lijkt te verdwijnen...

  • Aan het einde van de 18e eeuw leek ook in de zuidelijke staten de slavernij te verdwijnen.
  • Oorzaak: de meeste tot slaaf gemaakten werkten op de tabaksplantages.
  • De vraag naar tabak neemt af en de winst nam af. 
  • Plantagehouders hielden hierdoor te weinig over voor om tot slaaf gemaakten van eten te voorzien.
Tabaksplantage

Slide 11 - Tekstslide


Katoenplantages in het zuiden

  • Katoen plukken en schoonmaken is erg tijdrovend werk
  • Lange tijd stond plukken en schoonmaken in evenwicht met elkaar: een tot slaaf gemaakte kon maar een beperkte hoeveelheid katoen schoonmaken.
  • Bij het schoonmaken worden de zaden uit de katoenbollen gehaald.
  • Hierdoor hoefden er niet meer tot slaaf gemaakten dan nodig ingezet worden bij het plukken.
Boomtown San Francisco in 1851

Slide 12 - Tekstslide

Cotton Gin
1793

  • Door de bevolkingsgroei (vooral in Engeland), nam de vraag naar katoen toe.
  • Er werden allerlei uitvindingen gedaan om de productie te vergroten.
  • De Cotton Gin van Eli Whitney kon snel zaden uit de katoenbollen halen.
  • Katoen werd goedkoper en de vraag ernaar steeg enorm.
  • Hierdoor waren veel meer (zwarte) katoenplukkers op de plantages nodig.
  • Het aantal tot slaaf gemaakten nam daarom snel toe in het zuiden van de VS.

Slide 13 - Tekstslide


Slavernij en de Grondwet

  • In de Northwest Ordinance was opgenomen dat in het gebied geen slavernij was toegestaan.
  • Op 1 januari 1808 kwam er een landelijk verbod op slavenhandel vanuit Afrika.
  • "Tot slaaf gemaakten dragen minder bij aan de welvaart": tellen niet als 1 persoon, maar als 3/5 persoon. Vijf tot slaaf gemaakten tellen als drie mensen mee.
  • Hiermee konden territoria met veel tot slaaf gemaakten t√≥ch staat worden.
Hoewel er een verbod was op het invoeren van nieuwe tot slaaf gemaakten uit Afrika, was het wél toegestaan om tot slaaf gemaakten te houden. Daarnaast was er enorm veel illegale slavenhandel vanuit Afrika. Samen met het Verenigd Koninkrijk stelden de VS in 1814 een controle in op smokkelhandel in slaven.

Berucht is de rechtzaak over het schip La Amistad. Hierin werd, uiteindelijk, bewezen dat de tot slaaf gemaakten aan boord niet in Amerika, maar in Afrika waren geboren. Hiermee was de wet overtreden: de tot slaaf gemaakten waren ontvoerd uit Afrika.

Slide 14 - Tekstslide

Missouri Compromise
1820-1821

  • Tussen het noorden (staten zonder slavernij) en het zuiden (staten met slavernij) was oneindigheid: kwam er wel of geen slavernij in de nieuwe staten?
  • In het Missouri Compromise werd afgesproken dat alle staten boven de zuidelijke grens van de staat Missouri geen staten met slavernij zouden komen.
  • Californi√ę lag onder die grens, maar werd een staat zonder slavernij (in 1850)
  • Hierdoor was het evenwicht tussen beide groepen weer uit balans 
Met het Missouri Compromise moest het aantal staten met - en zonder slavernij in evenwicht blijven. Dit was van belang voor de machtsverhoudingen in de Senaat.

Slide 15 - Tekstslide

Missouri Compromise 
1820-1821
Nieuwe staten boven deze lijn mochten geen 'slavenstaten' worden. Staten onder deze lijn werden staten met slavernij. Dit leverde als snel problemen op bij het opnemen van een aantal nieuwe staten.

Slide 16 - Tekstslide


Opstanden

  • Opstanden op de plantages kwamen weinig voor. Dit had vooral te maken met het gebrek aan scholing, waardoor organiseren van een opstand lastig was.
  • Daarnaast speelde het christelijke geloof van de tot slaaf gemaakten een belangrijke rol: het vertrouwen in een beter leven na de dood.
  • In 1831 kwam de tot slaaf gemaakte Nat Turner in opstand. De opstand werd snel onderdrukt en Nat Turner werd gedood.

Nadat de opstand van Nat Turner was neergeslagen, vluchtte hij het bos in. Daar werd hij twee maanden later ontdekt.

De grote afbeelding is afkomstig uit een speelfilm over Nat Turner.

Slide 17 - Tekstslide


Abolitionisten

  • To abolish betekent afschaffen
  • Deze groep, die voornamelijk in het noorden actief was, is tegen slavernij.
  • Ze hadden zich verenigd in de America Anti-Slavery Society
  • Een van de oprichters was William Lloyd Garrison, die al eerder de anti-slavernij krant The Liberator uitbracht.
Frederick Douglas leefde tot 1838 in slavernij toen hij succesvol vluchtte naar het noorden. Daar sloot hij zich aan bij de abolitionisten van William Lloyd Garrison. Hij werd de belangrijkste spreker van de organisatie.
Abolitionisme kwam niet alleen in de Verenigde Staten voor. Deze afbeelding is gemaakt door de British Anti-Slavery Society.

Slide 18 - Tekstslide


Underground Railroad

  • Deze ondergrondse spoorweg was geen echte spoorweg, maar een verzetsoganisatie de tot slaaf gemaakten hielp te ontsnappen uit het zuiden.
  • Voormalige tot slaaf gemaakten gingen terug naar het zuiden om van daaruit mensen te helpen vluchten.
  • Een bekende conductrice van de Underground Railroad is Harriet Tubman. Zij maakte 13 reizen en redde 70 mensen van de plantages uit het zuiden.
Hoewel de Underground Railroad geen echte spoorweg was, werden wel termen gebruikt die met spoorwegen te maken hadden, zoals: stations en conducteurs
Harriet Tubman was op 27-jarige leeftijd gevlucht naar het noorden en besloot zich vanuit daar in te gaan zetten bij het bevrijden van andere tot slaaf gemaakten uit het zuiden. Zij maakte 13 reizen en redde 70 mensen van de plantages uit het zuiden. 

Slide 19 - Tekstslide


Slavernij in het zuiden

  • De zuidelijke staten wilden slavernij niet afschaffen. Zij hadden daarvoor de volgende argmenten:
  1. Volkenkundig: "wit en zwart zijn gescheiden ontstaan en dat moet zo blijven"
  2. Biologisch: "het lichaam van zwarten is minder sterk, ze hebben hulp nodig"
  3. Sociaal-economisch: "in het zuiden worden de zwarten beschermd en opgevoed. In het noorden worden fabrieksarbeiders uitgebuit. Slavernij is dus beter"
Veel plantagehouders zagen zichzelf als een soort vader voor de tot slaaf gemaakten: ze moesten worden opgevoed, soms met mishandeling. Dat hoorde er volgens hen bij.
Let op!
Deze uitspraken zijn gebaseerd op standpunten van voorstanders van slavernij.

Slide 20 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

  • plantages
  • Cotton Gin
  • Missouri Compromise 
  • America Anti-Slavery Society
  • The Liberator 
  • Underground Railroad

Slide 21 - Tekstslide

Personen uit deze les

  • Eli Whitney
  • Nat Turner
  • William Lloyd Garrison
  • Frederick Douglas
  • Harriet Tubman

Slide 22 - Tekstslide

Jaartallen uit deze les

  • 1793: uitvinding van de Cotton Gin
  • 1808: verbod op invoeren van tot slaaf gemaakten uit Afrika
  • 1820-1821: Missouri Compromise
  • 1831: opstand van Nat Turner

Slide 23 - Tekstslide


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 24 - Open vraag


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 25 - Open vraag


Stel 1 vraag over iets dat je deze
les nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 26 - Open vraag