Digibordles woordenschat

Digibordles woordenschat


Week 46 I Woordenschat met Kidsweek in de Klas
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
WoordenschatBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Digibordles woordenschat


Week 46 I Woordenschat met Kidsweek in de Klas

Slide 1 - Tekstslide




              Lesdoelen
Jullie leren vandaag meer over vallende sterren.

We oefenen met de moeilijke woorden en plaatsen in het artikel 'Sandra over vallende sterren'.
Wat zouden jullie willen weten over dit onderwerp? Schrijf je vragen voor jezelf op.

Slide 2 - Tekstslide

Jullie lezen zo samen de tekst'Sandra over vallende sterren'
Daarna bekijken jullie een filmpje over vallende sterren.

Heb jij wel eens een vallende ster gezien?
En heb je toen een wens gedaan?

Bespreek het met je klasgenootje.

Slide 3 - Tekstslide

Lees 'Sandra over vallende 
sterren' hiernaast.

Slide 4 - Tekstslide

Welke woorden in het artikel vinden jullie lastig? Schrijf ze in het woordveld.

Slide 5 - Tekstslide

Kidsweek in de Klas heeft ook een aantal moeilijke woorden gekozen. Je leest ze hiernaast.
Deze woorden gaan we samen oefenen.
  • vallende ster
  • natuurverschijnsel
  • dampkring
  • satelliet
  • meteoriet

Slide 6 - Tekstslide


Bekijk het filmpje over vallende sterren op de volgende pagina.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Welke woorden passen nog meer bij een vallende ster? Klik op de woorden die erbij passen.
verbranding
goed!
atmosfeer
goed!
lichtspoor
goed!
regen
helaas...
vliegtuig
helaas...
sterrenregen
goed!
een wens doen
goed!
de zon
helaas...
lamp
helaas...

Slide 9 - Tekstslide

De dampkring is een laag van gassen om de aarde.
Wat is een synoniem voor dampkring?
A
atmosfeer
B
hemel
C
lucht
D
wolken

Slide 10 - Quizvraag

Op welke foto zie je een meteoriet?
A
Op deze foto zie je een vallende ster, ook wel een meteoriet genoemd.
B
Op deze foto zie je een volle maan.
C
Op deze foto zie je een satelliet in de ruimte.
D
Op deze foto zie je het noorderlicht.

Slide 11 - Tekstslide

Het woord natuurverschijnsel kun je in twee stukken hakken. In welke twee stukken?
Wat betekent het woord?

Slide 12 - Open vraag

Wat is een satelliet?
A
Een hemellichaam dat in een vaste baan om een ster heen draait.
B
Een nieuw soort ruimtevaartuig waarmee astronauten om de aarde vliegen.
C
Een ruimtevaartuig waarmee astronauten naar de maan vliegen.
D
Een ruimtevaartuig zonder mensen dat buiten de dampkring om de aarde draait.

Slide 13 - Quizvraag

In welk werelddeel ligt Japan
Klik op het oogje om jullie antwoord te controleren.
Azië
goed!
Europa
helaas...
Australië
helaas...
Afrika
helaas...

Slide 14 - Tekstslide

Weten jullie waar Japan ligt? Plaats het vlaggetje op de goede plek.
Klaar? Klik op het vlaggetje om jullie antwoord te controleren.

Slide 15 - Tekstslide

Denk je mee?

Welk woord vond je het leukst om te leren in deze les?

Wat wil je nog verder oefenen?

Slide 16 - Tekstslide

Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.

Slide 17 - Tekstslide