Weer en klimaat

WEER EN KLIMAAT

Het weer is de temperatuur, neerslag en wind op een bepaald moment.

Het klimaat is het gemiddelde in weer over een lange periode (20 tot 30 jaar).
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

WEER EN KLIMAAT

Het weer is de temperatuur, neerslag en wind op een bepaald moment.

Het klimaat is het gemiddelde in weer over een lange periode (20 tot 30 jaar).

Slide 1 - Tekstslide

Je kan de 5 weerselementen noemen.
Weerselementen - Het weer wordt beïnvloed door elementen.
  1. Wind
  2. Neerslag
  3. Temperatuur
  4. Bewolkingsgraad
  5. Luchtdruk

Slide 2 - Tekstslide

NEERSLAG
IN NEDERLAND

Slide 3 - Tekstslide

Je kan beschrijven hoe neerslag ontstaat.


1. Lucht stijgt op/verdampen
2. Lucht koelt af/condenseren
3. Kan minder waterdamp bevatten

Slide 4 - Tekstslide

Klimaatfactoren
- Breedteligging
- Hoogteligging
- Gesteldheid van het aardoppervlak
- Afstand tot zee
- Warmen en kouden lucht en water stromen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

hoogteligging

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Breedteligging

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Meer zonlicht op een klein oppervlakte betekend:
A
Meer warmte
B
Meer wind
C
Droogte
D
Steppeklimaat

Slide 14 - Quizvraag

Invloed van de zee

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

De temperatuur op aarde is instabiel.
Het is namelijk soms heel warme en soms heel koud
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Klimaatgrafiek
J t/m D zijn maanden
rode lijn = temperatuur (zeeklimaat nooit onder 0, landklimaat wel!)

Blauwe staafjes = de neerslagverdeling

Slide 18 - Tekstslide

Ontstaan van neerslag
Ontstaan neerslag
Neerslag ontstaat als lucht opstijgt:
  • Hoe hoger je komt hoe kouder het wordt.
  • Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme lucht.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Welke windrichting heeft Nederland meestal? Hoe komt dat?

Slide 23 - Open vraag

Spanje
1. Mediterraan klimaat
2. gematigd zee klimaat
3. landklimaat
4. steppeklimaat
5. hooggebergteklimaat

Kunnen lezen in een grafiek!

Slide 24 - Tekstslide

Nuttige neerslag = neerslag die beschikbaar is voor gebruik, dus de neerslag minus de verdamping.

Slide 25 - Tekstslide

1. landbouw zonder irrigatie
2. landbouw mét irrigatie
Tweedeling in landbouw Spanje

Slide 26 - Tekstslide

Noem een oorzaak waardoor de landbouwgrond niet geschikt is..

Slide 27 - Open vraag

Intensieve veeteelt
Voldoende neerslag
voldoende vee (voer) gras 
akkerbouw

Veel vee, weinig grond

Slide 28 - Tekstslide

Extensieve veeteelt
In droge gebieden

Veel grond, weinig vee
(grote vlakten, prairies)

Slide 29 - Tekstslide

Irrigatie
  • kunstmatig bevloeiien van het land
  • minder afhankelijk zijn van neerslag
  • winst door verbouwen van (tropische) groenten en fruit

Slide 30 - Tekstslide

druppelirrigatie ++
  • beste vorm van irrigatie
  • gaat verzilting tegen
  • nauwelijks verspilling
  • kennis nodig

  • duur

Slide 31 - Tekstslide

Maak
Examenblad 2021-2022
Examenblad 2020-2021
Onderdeel weer en klimaat.


timer
20:00

Slide 32 - Tekstslide