maanden en seizoenen

1 / 48
volgende
Slide 1: Video
RekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Lesdoel

Ik kan vertellen welke maanden er bij de seizoenen en kwartalen horen.

Slide 2 - Tekstslide

maanden en seizoenen

Slide 3 - Tekstslide

Maand

Een jaar heeft 12 maanden.

Een maand is een twaalfde deel van een jaar, ongeveer dertig dagen.

Slide 4 - Tekstslide

de maanden

Slide 5 - Tekstslide

Een jaar heeft 12 maanden

Het is belangrijk dat je weet welk cijfer bij welke maand hoort. 

Dit maakt het rekenen met de kalender gemakkelijker.


Slide 6 - Tekstslide

Welke maand is maand 1

Slide 7 - Open vraag

Welke maand is maand 10

Slide 8 - Open vraag

Welke maand is maand 12

Slide 9 - Open vraag

Welke maand is maand 5

Slide 10 - Open vraag

Welke maand is maand 3

Slide 11 - Open vraag

Welke maand is maand 7

Slide 12 - Open vraag

Welke maand is maand 9

Slide 13 - Open vraag

Kwartaal

Een kwartaal is een periode van drie maanden

Slide 14 - Tekstslide

Kwartaal

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

In een kwartaal zitten....
A
2 maanden
B
3 maanden
C
4 maanden
D
5 maanden

Slide 17 - Quizvraag

Een jaar heeft.....
A
1 kwartaal
B
2 kwartalen
C
3 kwartalen
D
4 kwartalen

Slide 18 - Quizvraag

Januari zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 19 - Quizvraag

April zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 20 - Quizvraag

Maart zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 21 - Quizvraag

Juli zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 22 - Quizvraag

Augustus zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 23 - Quizvraag

Oktober zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 24 - Quizvraag

September zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 25 - Quizvraag

November zit in het ......
A
1e kwartaal
B
2e kwartaal
C
3e kwartaal
D
4e kwartaal

Slide 26 - Quizvraag

Seizoen

Periode, die elk jaar optreedt, waarin het weer specifieke kenmerken vertoont.
Bijvoorbeeld: temperatuur en neerslag.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Jaargetijde = seizoen
Het eerste deel van het jaar begint niet op 1 januari.

de lente begint rond 21 maart
de zomer begint rond 21 juni
de herfst begint rond 21 september
de winter begint rond 21 december


Slide 33 - Tekstslide

Jaargetijde = seizoen

de lente  maart, april, mei, juni

de zomer  juni, juli, augustus, september



Slide 34 - Tekstslide

Jaargetijde = seizoen

de herfst september, oktober, november, december

de winter december, januari, februari en maart



Slide 35 - Tekstslide

de seizoen

Slide 36 - Tekstslide

Lesdoel

Ik kan vertellen welke maanden er bij de seizoenen en kwartalen horen.

Slide 37 - Tekstslide

Opdracht
Werkboek Strux Tijdrekenen

blz 14 tot en met 17
Opdracht 13, 14, 15, 16 en 17

Slide 38 - Tekstslide

De opdracht

We maken onze eigen seizoenen / maanden kalender.

Slide 39 - Tekstslide

stap 1

kleur uit

Slide 40 - Tekstslide

stap 2

Schrijf in het gele vak 
12. december

Slide 41 - Tekstslide

stap 3
Schrijf vanaf december de maanden van het jaar. 
Na 12. december komt

1. januari
2. februari
...................

Slide 42 - Tekstslide

stap 4

Kleur de plaatsjes in.

Let wel op. Het gaat om de seizoenen!

Slide 43 - Tekstslide

stap 5

Knip de plaatjes netjes langs de randen uit.

Slide 44 - Tekstslide

stap 6

Plak de seizoenen in het juiste vakje. 

Te beginnen bij de winter.
Kijk goed naar het voorbeeld. 


Slide 45 - Tekstslide

stap 7

Schrijf de seizoenen in het juiste vak.

Te beginnen met de winter
 daarna lente, zomer, herfst.

Slide 46 - Tekstslide

Wat vond je ervan?

Slide 47 - Tekstslide

Snappet
Snappet - rekenen -groep 4 - werkpakket -  seizoenen

Slide 48 - Tekstslide