cross

Grammar: to be and to have got

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Engelsvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Peppa pig heeft een klein broertje

Slide 2 - Woordweb

Het broertje heeft een toverstokje

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Link

Today ...
Vandaag gaan we verder met het werkwoord to be & to have (got)

Doel: aan het eind van de les kunnen we de vorm van to be  & to have ( got) toepassen.

Slide 5 - Tekstslide

Wat denk je dat het werkwoord to be in het Nederlands betekent?
A
zijn
B
zijn/worden
C
worden
D
heb

Slide 6 - Quizvraag

Uitleg ...
Er valt weinig uit te leggen je moet dit rijtje gewoon goed onthouden!!

Slide 7 - Tekstslide

to be = zijn
I
You

She
He
It

We
You
They
Am
Are

Is
Is
Is

Are
Are 
Are
'm
're

's
's
's

're 
're
're
Je mag het ook afkorten:
I
You

She
He
It

We
You
They

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Write a sentence from Peppa pig.
Use have/ has got

Slide 10 - Woordweb

Maak een zin met de vorm van to be

Slide 11 - Open vraag

Pas toe ...kies uit am/are/is
is are
are is
is are
are are
is
is am is
is are am

Slide 12 - Tekstslide

Antwoorden ...

Slide 13 - Tekstslide

John and Casey _____ best friends
A
're
B
are
C
is
D
's

Slide 14 - Quizvraag

Sleep de vormen van to be naar de juiste plek in de zinnen.
1. I _________ at home.

2. You _________ with your brother.

3. He _________ working out.
am
is
are

Slide 15 - Sleepvraag

Kies het juiste antwoord:

My sister ____ my best friend.
A
Am
B
Is
C
Are
D
's

Slide 16 - Quizvraag

I ____ a big black dog at home.
A
am
B
have
C
has
D
are

Slide 17 - Quizvraag

My father and I _____ at the zoo today.
A
am
B
is
C
are
D
have

Slide 18 - Quizvraag

have got = hebben
I
You

She
He 
It

We 
You 
They
I
You

She
He 
It

We 
You 
They
Je mag het ook afkorten:
have (got)
have (got)

has (got)
has (got)
has (got)

have (got)
have (got)
have (got)
've (got)
've (got)

's (got)
's (got)
's (got)

've (got)
've (got)
've (got)

Slide 19 - Tekstslide

Greg ____ beautiful long hair. His parents _____ short grey hair.
A
have - has
B
has - have
C
has - has
D
have - have

Slide 20 - Quizvraag

I ____ a boy and I _____ a lot of friends.
A
am - am
B
am - has
C
am - have
D
are - have

Slide 21 - Quizvraag

My parents ___ a blue car. The car ___ at the garage at the moment.
A
have - is
B
has - is
C
have - are
D
have - am

Slide 22 - Quizvraag

My dad ____ blond hair, my mom ____ brown hair. They ____ 57 years old.
A
has - has - is
B
have - has - are
C
has - has - are
D
have - have - is

Slide 23 - Quizvraag

you 
He/she/it 
We/you/they
am
are 
is 
have (got) 
has got
Ik
Wij 
've got
's got 
'am 
're 

Slide 24 - Sleepvraag

Uit welke drie woorden kan ik kiezen
als ik 'to be' zie staan?

Slide 25 - Open vraag

Uit welke twee woorden kan ik kiezen
als ik 'have got' zie?

Slide 26 - Open vraag

Please do the next green exercises
Good luck!

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Link

Slide 29 - Link

Slide 30 - Link

Slide 31 - Link

Well done!


Slide 32 - Tekstslide

Ik kan de juiste vorm van to be & to have ( got) gebruiken.
A
ja
B
nee
C
een beetje
D
misschien

Slide 33 - Quizvraag