Soorten en biotopen koppelen
Soorten en biotopen koppelen
Wat weet je al over biotopen en indicatorsoorten?
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je soorten koppelen aan biotopen, seizoenen benoemen waarin ze zichtbaar zijn en aangeven of het indicatorsoorten zijn.
De vraag
Hoe kan soortenkennis van studenten van Bos- en natuurbeheer effectiever worden ondersteund door soorten systematisch te koppelen aan biotopen, indicatorwaarde en geschikte excursiemomenten in het jaar?
Deelvraag
Wat is het belang van soortenkennis?
Welke biotopen komen het meeste voor in de sortimentslijst?
Welke soorten zijn indicator soorten?
Wat zijn geschikte excursiemomenten per biotoop?
Waarom is soortenkennis belangrijk?
Soorten laten zien hoe gezond of bijzonder een gebied is. Indicatorsoorten vertellen iets over nat/droog, voedselrijk/arm en helpen bij het plannen van excursies.
Wat is een biotoop?
Een biotoop is een leefgebied met kenmerkende omstandigheden, zoals natte graslanden, heide, bos, akkers en waterzones.
Voorbeelden van biotopen
Natuurlijk
- Natte graslanden - Droge graslanden - Heide - Bos (loof/naald)
- Akkers - Struweel - Oever- en waterzones
Door mensen beïnvloed
Seizoenen & zichtbaarheid
In elk seizoen zijn andere soorten zichtbaar: Voorjaar: bloeiers, amfibieën Zomer: heide, libellen Najaar: paddenstoelen, bessen Winter: knoppen, vogels
Wat is een indicatorsoort?
Een indicatorsoort vertelt iets over vocht, voedsel, bodem of verstoring binnen een biotoop. Voorbeelden: struikheide (voedselarm) of dotterbloem (nat, voedselrijk).
Voorbeelden van indicatorsoorten
- Voedselarme zandgrond - Nat, voedselrijk - Oud loofbos - Verstoorde natte graslanden
- Struikheide - Dotterbloem - Bosanemoon - Pitrus
Soort
Betekenis
Opdracht
Jullie krijgen een lijst soorten. Per soort bepalen jullie het biotoop, het beste seizoen en of het een indicatorsoort is. Ook is er ruimte voor opmerkingen.
Voorbeeld: soorten invullen
Dotterbloem – Natte graslanden – Voorjaar – Ja – Staat bij hoge waterstand Struikheide – Heide – Zomer – Ja – Voedselarm Vingerhoedskruid – Kaalslag/bosrand – Zomer – Nee – Na verstoring
Werkwijze
Werk in duo's. Jullie krijgen 10–15 soorten. Vul het werkblad in. Geen stress: perfectie is niet vereist. We bespreken opvallende bevindingen gezamenlijk.
Reflectie: wat valt op?
Welke biotopen kwamen vaak terug? Welke soorten vallen op als indicator? Welke excursies kun je logisch plannen?
Bedankt voor jullie inzet!
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.