Geleerd dat een elektrische warmtebron de elektrische energie E volledig omzet in warmte Q.
Daarbij kennen we de formule:
Q = E = P x t
Vandaag kijken we naar brandstoffen die warmte leveren.
Slide 3 - Tekstslide
Dit gaan we leren:
Je kan berekening doen met de verbrandingswarmte van een stof.
Je kan het reactieschema van aardgas noteren.
Je kan uitleggen wat onvolledige verbranding is, en waarom het gevaarlijk is.
Slide 4 - Tekstslide
Energie die in een stof is opgeslagen heet chemische energie. Door een stof te verbranden kan je die energie omzetten in warmte-energie.
Niet elke brandstof heeft evenveel opgeslagen energie, dus niet alles geeft evenveel warmte af.
Slide 5 - Tekstslide
De verbrandingswarmte van een stof geeft aan hoeveel warmte er vrijkomt per hoeveelheid stof (in kilogram, liter, of kubieke meter).
Voorbeeld:
Voor elke kilogram hout die je verbrandt, krijg je 16 Megajoule aan warmte-energie.
Slide 6 - Tekstslide
Een huishouden verbruikt per maand 3.000 MJ aan warmte. Bereken:
a. Hoeveel kilogram hout je daarvoor moet verbranden
b. Hoeveel liter benzine
c. Hoeveel kubieke meter aardgas
timer
2:00
Slide 7 - Tekstslide
Uitwerking
1 kilogram hout geeft 16 MJ warmte.
Je wil weten hoeveel keer 16 MJ nodig is om tot 3.000 MJ te komen.
3.000 MJ / 16 MJ = 188 (afgerond)
Je hebt 187,5 kg hout nodig.
Benzine: 3.000 / 33 = 91 liter
Aardgas: 3.000 / 32 = 94 m3
Slide 8 - Tekstslide
Raketten gebruiken speciale brandstoffen met een heel hoge verbrandingswarmte zoals vloeibare waterstof.
Vloeibare waterstof heeft een verbrandingswarmte van ongeveer 120 MJ/kg.
Slide 9 - Tekstslide
Oefenopdracht
Stel dat Artemis ongeveer 30.000 kg aan vloeibare waterstof gebruikt met een verbrandingswarmte van 120 MJ/kg.
a. Hoeveel energie komt er vrij bij die verbranding?
b. Hoeveel benzine zou je moeten gebruiken om hetzelfde effect te behalen?
timer
2:00
Slide 10 - Tekstslide
Uitwerking
30.000 kg vloeibare waterstof, 120 MJ/kg.
a. Er komt 30.000 x 120 = 3.600.000 MJ aan warmte-energie vrij. Dat is 3,6 Tera-Joule.
b. 3.600.000 MJ / 33 MJ (warmte per liter) = 109.091 liter benzine.
Dat is ongeveer 76.000 kg.
Slide 11 - Tekstslide
Aan de slag
Zelf maken: paragraaf 6.2, opdracht 4.
Hoe? In je (online) boek.
Met wie? Je mag rustig overleggen met je buur.
Hoe lang? 5 minuten, dan samen bespreken.
Klaar? Maak ook opdracht 6.
timer
5:00
Slide 12 - Tekstslide
Uitwerking
Hoeveel warmte komt vrij als je 4 kg hout verbrandt?
Massa: 4 kg
Verbrandingswarmte: 16 MJ per kg.
Totale warmte: 16 MJ x 4 kg = 64 MJ.
Slide 13 - Tekstslide
Uitwerking
Hoeveel warmte komt vrij als je 5 L benzine verbrandt?
Volume: 5 L
Verbrandingswarmte: 33 MJ per L.
Totale warmte: 33 MJ x 5 L = 165 MJ.
Slide 14 - Tekstslide
Uitwerking
Hoeveel warmte komt vrij als je 15 m3 aardgas verbrandt?
Volume: 15 m3
Verbrandingswarmte: 32 MJ per m3.
Totale warmte: 32 MJ x 15 m3 = 480 MJ.
Slide 15 - Tekstslide
Uit proeven blijkt dat er voor vijf minuten douchen met een waterbesparende douchekop ongeveer 3 MJ warmte nodig is.
Hoeveel m3 aardgas moet daarvoor worden verbrand?
De verbrandingswarmte van aardgas is 32 MJ/m3.
timer
2:00
Slide 16 - Tekstslide
Uitwerking
Je weet dat 1 kubieke meter 32 MJ levert. Je wil weten hoeveel je nodig hebt voor 3 MJ.
In een verhoudingstabel: reken eerst uit hoeveel kubieke meter 1 MJ levert, en reken dan uit hoeveel kubieke meter je nodig hebt voor 3 MJ.
Slide 17 - Tekstslide
Aardgas wordt in veel huishoudens gebruikt voor verwarming.
Aardgas is een mengsel van methaan en stikstof. Als je zuurstof toevoegt en het gas aansteekt, verbrandt de methaan.
Het reactieschema:
methaan + zuurstof → koolstofdioxide + water
Slide 18 - Tekstslide
Gevaar:
Het reactieschema
methaan + zuurstof → koolstofdioxide + water
klopt alleen bij een volledige verbranding.
Als er niet genoeg zuurstof is om alle methaan te verbranden, krijg je een onvolledige verbranding. Er ontstaat dan koolstofmono-oxide (CO), een reukloos en heel giftig gas.
Slide 19 - Tekstslide
Dit weten we nu:
Dat elke stof zijn eigen verbrandingswarmte heeft (hoeveel warmte het levert per kg/L/m3).
Hoe we daarmee kunnen rekenen.
Waarom onvolledige verbranding van aardgas gevaarlijk is.
Rekenen voor jou goed te doen? Maak: 6.2, opdracht 1 t/m 6 en als extra: 12.
Rekenen voor jou lastig? Meedoen met oefening en daarna paragraaf 6.2, opdracht 1 t/m 6.
Slide 20 - Tekstslide
Nog wat rekenoefening
1. Een dompelaar van 500 W verwarmt een glas water gedurende 1 minuut. Hoeveel warmte heeft de dompelaar afgegeven aan het water?
2. Een waterkoker van 2500 W voegt 225 kJ (kilojoule) warmte toe aan het water. Hoe lang heeft de waterkoker aan gestaan?
3. Steenkool heeft een verbrandingswarmte van 29 MJ/kg. Hoeveel steenkool heb je nodig om 5 MJ aan warmte te krijgen?
timer
5:00
Slide 21 - Tekstslide
Uitwerkingen
1. Een dompelaar van 500 W verwarmt een glas water gedurende 1 minuut. Hoeveel warmte heeft de dompelaar afgegeven aan het water?
Gegeven: Vermogen P = 500 W, Tijd t = 1 minuut = 60 seconden. Formule: Q = E = P x t.
Q = 500 W x 60 sec = 30.000 J (dus 30 kJ)
2. Een waterkoker van 2500 W voegt 225 kJ (kilojoule) warmte toe aan het water. Hoe lang heeft de waterkoker aan gestaan?
Gegeven: Vermogen P = 2500 W, warmte Q = 225 kJ = 225.000 J. Formule: t = Q / P
t = 225.000 J / 2500 W = 90 seconden (1,5 minuut)
3. Steenkool heeft een verbrandingswarmte van 29 MJ/kg. Hoeveel steenkool heb je nodig om 5 MJ aan warmte te krijgen? 1 MJ wordt geleverd door 0,034 kg, 5 MJ door 0,17 kg.