Hoofdstuk 2 paragraaf 3 Duitsland, van democratie naar dictatuur

2.3 Duitsland, van democratie naar dictatuur
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

2.3 Duitsland, van democratie naar dictatuur

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen:
• Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: ‘Het racistisch en totalitair karakter van het nationaalsocialisme.
• Je kan uitleggen welke politieke problemen ontstonden in Duitsland.
• Je kan uitleggen welke economische problemen ontstonden.
• Je kan uitleggen hoe Hitler aan de macht kwam.
• Je kan uitleggen hoe Duitsland een totalitaire dictatuur werd.
• Je kan het verschil uitleggen tussen de linkse en rechtse.
• Je kan 3 voorbeelden noemen waarom de Weimarrepubliek niet zorgde voor orde en veiligheid.
• Je kan uitleggen waarom Duitse generaals en politici niet tevreden waren met de Vrede van Versailles.

• Je kan 1 oorzaak noemen van de economische crisis in de Weimarrepubliek.
• Je kan uitleggen waarom de economische crisis in de VS zorgde voor een nieuwe economische crisis in de Weimarrepubliek.
• Je kan 4 kenmerken noemen van het nationaalsocialisme.
• Je kan het verschil tussen fascisme en nationaalsocialisme uitleggen.
• Je kan uitleggen wat rassenleer is.
• Je kan 2 gevolgen noemen van dat Hitler aan de macht kwam.
• Je kan uitleggen hoe Hitler doormiddel van de SA burgers de orde herstelde in het land.
• Je kan uitleggen hoe de totalitaire dictatuur in Duitsland zichtbaar was.
• Je kan 4 voorbeelden noemen hoe Hitler zich voorbereidde op een nieuwe oorlog.
• Je kan één oorzaak noemen waarom Hitler bij de Duitsers zeer populair was.

Slide 2 - Tekstslide

• Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: ‘Het racistisch en totalitair karakter van het nationaalsocialisme.

Slide 3 - Open vraag

Geef 3 oorzaken waarom er na 1919 veel onrust was in Duitsland.

Slide 4 - Open vraag

Bedreigde democratie
  • 1918/1919 Duitse keizer Wilhelm 2 vlucht naar Nederland.
  • Duitsland vanaf nu democratische republiek.
  • Onrust in Berlijn, parlement bijeen in Weimar. --> Weimar- Republiek.
  • Nieuwe grondwet. Doel: Rust, orde en veiligheid.
  • Zware jaren volgen!
  • Werkloosheid frontsoldaten.
  • Tekort aan voedsel.
  • Zware financiële lasten vanwege Verdrag van Versailles.
  • Democratie niet geliefd, verlangen naar keizerrijk.
  • Geweld tussen links en rechts.

Slide 5 - Tekstslide

Leg uit waarom Duitsland herstelbetaling moest betalen aan Frankrijk.

Slide 6 - Open vraag

Leg uit waarom er enorme inflatie was in Duitsland in 1923.

Slide 7 - Open vraag

Chaos en herstel
  • 1923 Duitsland kon herstelbetalingen niet betalen, Fransen bezetten  Ruhrgebied; Stakingen 
  • Inflatie= geld werd minder waard omdat er extra geld werd bijgedrukt.
  • Armoede nam toe
  • Economische hulp van VS:Dawesplan
  • Gevolg: mensen krijgen vertrouwen terug! 
  • Durven weer vooruit te kijken -->bemoeien met politiek. 

Slide 8 - Tekstslide

• Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: ‘Het racistisch en totalitair karakter van het nationaalsocialisme.

Slide 9 - Open vraag

Planning

  • 20 minuten uitleg. 
  • 20 minuten zelfstandig werken.
  • 10 minuten: Beantwoorden leidende vraag. 

Slide 10 - Tekstslide

Afspraak: 
Ben je klaar met beantwoorden van de vraag: Ga verder met je huiswerk. 

Slide 11 - Tekstslide

Leg uit waarom de Wereldcrisis zorgde voor extra problemen in Duitsland.

Slide 12 - Open vraag

Crisis in Duitsland
-Economische wereldcrisis 1929 :treft ook Duitsland. 
-Einde van Weimar- Republiek. -->orde, rust en herstel van Duitsland niet gelukt.  
-VS wilde geleend geld terug. 
Duitsland failliet. 

Slide 13 - Tekstslide

Leg uit waarom veel Duitsers op de nazi's stemden.

Slide 14 - Open vraag

Crisis Duitsland
Werkloosheid enorm.
1932 helft van Duitse bevolking werkloos.
Weimar parlement kansloos --> Communisten en Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij (NSDAP) ruiken hun kans!

Slide 15 - Tekstslide

Nazi-Duitsland
-Machtsuitbreiding Duitsland
-Hitler trekt de touwtjes strakker an.

Slide 16 - Tekstslide

Leg uit hoe Hitler op een legale wijze aan de macht kwam.

Slide 17 - Open vraag

Adolf Hitler en zijn NSDAP
  • Democratische wijze komt Hitler aan de macht in 1933.
  • Extreem nationaal socialistisch. --> gewelddadig. Nationaal socialisme
  • Hitler kan goed spreken voor groot publiek, wordt leider van NSDAP. (Führer)
  • Wraakgevoelens -> Verdrag van Versailles ongedaan maken.
  • Hitler’s ideeën extreem -->Joden uitroeien -->antisemitisme

Slide 18 - Tekstslide

Hitler en NSDAP
-Einde maken aan democratie en economische crisis.
-Hitler sloot samenwerking met Mussolini.
-Plannen Hitler opgeschreven in Mein Kampf
-Hitler: Arische ras moet overwinnen.

Slide 19 - Tekstslide

Noem 4 overeenkomsten tussen fascisten en nationaalsocialisten.

Slide 20 - Open vraag

Noem het grootste verschil tussen fascisten en nationaalsocialisten en leg ook uit wat het betekent.

Slide 21 - Open vraag

Overeenkomst en verschillen Nazi's en Fascisten 
Hitler en Mussolini overeenkomsten: 
-anti democratisch en anti communistisch 
- Extreem nationalistisch 
-1 sterke leider, 1 groot rijk, 1 partij als ideaal 
-totalitair systeem (leven in teken voor de oorlog) 
-geweld en militairen belangrijk 
-propaganda  
Hitler en Mussolini verschillen: 
-Hitler had een rassenleer en antisemitisme = Jodenhaat, Mussolini NIET. 
-Mussolini afhankelijk van Koning, Hitler NIET. 
- Hitlers doelen bereikt: 1 sterk Duitstalig land creëren, Mussolini’s doelen om oud Romeins rijk te herstellen NIET 

Slide 22 - Tekstslide

Beloften van Hitler
  • Hitler profiteerde van economische wereldcrisis.
  • Hierdoor populariteit Hitler vergroot.
  • Hij beloofde een einde te maken aan de crisis. Werk en welvaart creëren --> Plan is gelukt. Duitsland snel uit crisis.
  • Einde maken aan Verdrag van Versailles: ook gelukt.
  • Duitsland industrialiseerde ook snel --> Oorlogsindustrie.
  • Opkomst van SS en SA. --> aanpakken straatgeweld.
  • Alles wat Joods en communistisch was werd vernietigd.
  • 1 sterk Duitsland creëren waar alle Duits sprekenden samen leefden.

Slide 23 - Tekstslide

Machtsovername nazi's 
  • 1932 Verkiezingen gewonnen door Nazi’s.
  • 1933 Hitler werd rijkskanselier.
  • Hitler zet parlement af, benoemt zelf nieuwe regering.
  • Rijksdagbrand 27 februari 1933 helpt hem zijn macht te vergroten (actie tegen communisten)
  • Hitler trok alle macht naar zich toe en kreeg deze ook.
  • Nu kans om Hitlers idealen uit te voeren.

Slide 24 - Tekstslide

• Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: ‘Het racistisch en totalitair karakter van het nationaalsocialisme.

Slide 25 - Open vraag

Planning

  • 20 minuten uitleg. 
  • 20 minuten zelfstandig werken.
  • 10 minuten: Beantwoorden leidende vraag. 

Slide 26 - Tekstslide

Afspraak: 
Ben je klaar met beantwoorden van de vraag: Ga verder met je huiswerk. 

Slide 27 - Tekstslide

Leg in 4 stappen uit hoe Hitler van een democratisch Duitsland een dicatatuur maakte.

Slide 28 - Open vraag

Leg uit wat propaganda is.

Slide 29 - Open vraag

Leg uit wat Censuur is.

Slide 30 - Open vraag

Duitsland onder Hitler
  • Opbouw totalitaire staat.
  • Eerste stap: verbod alle politieke partijen, alleen NSDAP mocht bestaan.
  • Tweede stap: Volk opvoeden naar Nationaal -Socialistische ideeën.
  • Volk indoctrineren -> Propaganda o.l.v. Minister Joseph Goebbels.
  • Censuur media, kunst en films.

Slide 31 - Tekstslide

Leg uit wat persoonsverheerlijking is.

Slide 32 - Open vraag

Duitsland onder Hitler
  • Oprichting Hitlerjugend en Bond Deutsche Mädel
  • Persoonsverheerlijking Hitler
  • Hitlergroet, militaire parades, hakenkruizen, enz.
  • Bewapeningsprogramma opgezet --> voorbereiding WO 2.
  • Werkloosheid voorbij, mensen blij!
  • Mensen geen idee van Hitler’s terreur.

Slide 33 - Tekstslide

• Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: ‘Het racistisch en totalitair karakter van het nationaalsocialisme.

Slide 34 - Open vraag

     Aan de slag!
Maken paragraaf 2.3. 
Leren leerdoelen 2.3. 

Slide 35 - Tekstslide