5 Aeneis VI, 125-148

1 / 45
volgende
Slide 1: Interactive video met 5 slides
LatijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

5

Slide 1 - Video

01:06
Wie bewaakt de toegang tot de onderwereld?

Slide 2 - Open vraag

01:17
Hoe heet de belangrijkste rivier in de onderwereld? Antwoord in één woord.

Slide 3 - Open vraag

01:24
Wie regeert de onderwereld?

Slide 4 - Open vraag

01:57
In de onderwereld vind je een heel aantal gestrafte mensen terug. Sleep de straf naar de juiste persoon.
Tantalus
Sisyphus
Rolt een rots omhoog
Kan niet eten en drinken

Slide 5 - Sleepvraag

01:17
Wat is de naam van de veerman in de onderwereld?

Slide 6 - Open vraag

Reis naar de onderwereld

Slide 7 - Tekstslide

Wat weet je al over de onderwereld?

Slide 8 - Woordweb

Situering in het verhaal
- Storm & Afrika
- Flashbacks
- Onmogelijke liefde
- Zelfmoord
- Herdenking Anchises
- Voorspelling sibille
- Afdaling onderwereld

Slide 9 - Tekstslide

Reis naar de onderwereld

Cum sic orsa loqui vates: 
`Sate sanguine divom,
Tros Anchisiade, 
facilis descensus Averno;

Slide 10 - Tekstslide

Reis naar de onderwereld
Cum sic orsa loqui vates: `Sate sanguine divom,
Tros Anchisiade, facilis descensus Averno;
noctes atque dies patet atri ianua Ditis;
sed revocare gradum superasque evadere ad auras,
hoc opus, hic labor est. Pauci, quos aequus amavit
Iuppiter, aut ardens evexit ad aethera virtus,
dis geniti potuere. (...)

Slide 11 - Tekstslide

Reis naar de onderwereld
Pauci, quos aequus amavit
Iuppiter, aut ardens evexit ad aethera virtus,
dis geniti potuere. Tenent media omnia silvae,
Cocytusque sinu labens circumvenit atro.

Slide 12 - Tekstslide

Maak een schematische plattegrond van de onderwereld en deel deze hier.

Slide 13 - Open vraag

Reis naar de onderwereld
Quod si tantus amor menti, si tanta cupido est,
bis Stygios innare lacus, bis nigra videre
Tartara, et insano iuvat indulgere labori,
accipe, quae peragenda prius. Latet arbore opaca
aureus et foliis et lento vimine ramus,
Iunoni infernae dictus sacer; hunc tegit omnis
lucus, et obscuris claudunt convallibus umbrae.

Slide 14 - Tekstslide

Welke stijlfiguur vind je in het eerste vers (quod si ... cupido est)?
A
Traductio
B
Parallellisme
C
Anafoor
D
Ellips

Slide 15 - Quizvraag

Welke stijlfiguur vind je in het tweede vers (bis Stygios... videre)
A
Traductio
B
Omarmend hyperbaton
C
Anafoor
D
Gekruist hyperbaton

Slide 16 - Quizvraag

Wat is pereganda (est)?

Slide 17 - Open vraag

Welke stijlfiguur is 'aureus folliis ramus'?

Slide 18 - Open vraag

Aan welke godin was deze tak gewijd? Geef haar Romeinse naam.

Slide 19 - Open vraag

Wat moet Aeneas nog doen voor hij in de onderwereld kan afdalen?

Slide 20 - Woordweb

Reis naar de onderwereld
Sed non ante datur telluris operta subire,
auricomos quam quis decerpserit arbore fetus.
Hoc sibi pulchra suum ferri Proserpina munus
instituit. Primo avulso non deficit alter
aureus, et simili frondescit virga metallo.

Slide 21 - Tekstslide

Wat is de kern van 'auricommos'?

Slide 22 - Open vraag

Welke opdracht krijgt Aeneas van de Sibylle?

Slide 23 - Open vraag

Reis naar de onderwereld
Ergo alte vestiga oculis, et rite repertum
carpe manu; namque ipse volens facilisque sequetur,
si te fata vocant; aliter non viribus ullis
(...)
Dixit, pressoque obmutuit ore.


Slide 24 - Tekstslide

Hoe weet Aeneas dat het lot hem toestaat om naar de onderwereld te gaan?

Slide 25 - Open vraag

Hoe zal het verhaal volgens jou verder gaan?

Slide 26 - Woordweb

Aeneis VI, 268-289.
Zelfstandig lezen

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Link

Slide 29 - Link

Aeneis VI, 290-316.
Zelfstandig lezen

Slide 30 - Tekstslide

Aeneis VI, 290-316.

Corripit hic subita trepidus formidine ferrum
Aeneas, strictamque aciem venientibus offert,
et, ni docta comes tenues sine corpore vitas
admoneat volitare cava sub imagine formae,
inruat, et frustra ferro diverberet umbras.

Slide 31 - Tekstslide

Aeneis VI, 290-316.

Hinc via, Tartarei quae fert Acherontis ad undas.
Turbidus hic caeno vastaque voragine gurges
aestuat, atque omnem Cocyto eructat harenam.

Slide 32 - Tekstslide

Teken in paint wat er beschreven wordt en upload het hier.

Slide 33 - Open vraag

Aeneis VI, 290-316.
Turbidus hic caeno vastaque voragine gurges
aestuat, atque omnem Cocyto eructat harenam.
Portitor has horrendus aquas et flumina servat
terribili squalore Charon, cui plurima mento
canities inculta iacet; stant lumina flamma,
sordidus ex umeris nodo dependet amictus.

Slide 34 - Tekstslide

Teken in paint wie er beschreven wordt en upload het hier.

Slide 35 - Open vraag

Scandeer het vers: 'et ferruginea subvectat corpora cymba'. Is de 'a' van 'ferruginea' lang of kort?
A
Kort en dus nominatief
B
Lang en dus ablatief
C
Kort en dus ablatief
D
Lang en dus nominatief

Slide 36 - Quizvraag

Quid videtis in imagine?

Slide 37 - Tekstslide

Aeneis VI, 317-323.
Ipse ratem conto subigit, velisque ministrat,
et ferruginea subvectat corpora cymba,
iam senior, sed cruda deo viridisque senectus.
Huc omnis turba ad ripas effusa ruebat
matres atque viri, defunctaque corpora vita
magnanimum heroum, pueri innuptaeque puellae,
impositique rogis iuvenes ante ora parentum:

Slide 38 - Tekstslide

Welke stijlfiguur is 'iam senior sed cruda'?

Slide 39 - Open vraag

Welk woord ontbreekt er in het vers 'iam senior, sed cruda deo viridisque senectus'?

Slide 40 - Open vraag

Quid videtis in imagine?

Slide 41 - Tekstslide

Aeneis VI, 324-330.
iam senior, sed cruda deo viridisque senectus.
Huc omnis turba ad ripas effusa ruebat
matres atque viri, defunctaque corpora vita
magnanimum heroum, pueri innuptaeque puellae,
impositique rogis iuvenes ante ora parentum:
quam multa in silvis autumni frigore primo
lapsa cadunt folia, aut ad terram gurgite ab alto

Slide 42 - Tekstslide

Aeneis VI, 331-336.
quam multae glomerantur aves, ubi frigidus annus
trans pontum fugat, et terris immittit apricis.
Stabant orantes primi transmittere cursum,
tendebantque manus ripae ulterioris amore.
Navita sed tristis nunc hos nunc accipit illos,
ast alios longe submotos arcet harena.

Slide 43 - Tekstslide

Welke stijlfiguur is 'quam multa in silvis ... apricis'?

Slide 44 - Open vraag

Welke uitspraak is waar?
A
Iedereen mag de Styx over, maar moet zijn beurt afwachten.
B
Iedereen mag de Styx over. Er is geen vaste volgorde.
C
Niet iedereen mag de Styx over.
D
Niet iedereen wil de Styx oversteken.

Slide 45 - Quizvraag