BSR 20/11 u3bd H2 Vroeger - Schrijven

Open je boek alvast op blz 56-57.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

Start van het hoofdstuk
blz. 56-57: Schrijven H2
Voordat we beginnen:
Welkom U3BD
Hoofdstuk 2
VROEGER
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
MentorlesMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Open je boek alvast op blz 56-57.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

Start van het hoofdstuk
blz. 56-57: Schrijven H2
Voordat we beginnen:
Welkom U3BD
Hoofdstuk 2
VROEGER

Slide 1 - Tekstslide

Waar werken in deze les naartoe?
  • Je kunt het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik uitleggen.
  • Je weet hoe je een zakelijke mail moet schrijven. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze les              45 minuten
Bespreken Lezen H2
De planning doornemen
Instructie Schrijven H2 + startopdracht
Opdracht 1 t/m 3 maken
Opdrachten bespreken
Gezamenlijk afronden

5 minuten
5 minuten
10 minuten
10 minuten
10 minuten
5 minuten

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide


  • Maandag 20 november en
    dinsdag 21 november
Schrijven H2 (zakelijke mail).
 
  • Woensdag 22 november
Deeltoets Schrijven H2 (zakelijke mail).
Deze wordt samen met je eerdere schrijftoets beoordeeld.

Volgende week: stage.
De planning

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Tekstdoelen en tekstsoorten
Tekstdoel
De schrijver wil...
Tekstsoort
Informeren
dat je iets te weten komt.
nieuwsbericht, artikel in krant 
of tijdschrift, schoolboektekst.
Overtuigen
dat je dezelfde mening als de schrijver krijgt.
reactie op een website/Insta 
of ingezonden brief.
Instrueren
uitleggen hoe je iets moet doen.
recept, handleiding, gebruiksaanwijzing.
Activeren
dat je iets gaat doen.
reclametekst of advertentie.
Waarschuwen 
dat je iets niet doet.
reclametekst, advertentie of folder.
Adviseren
je raadt geven.
folder (van bijv. de apotheek).
Amuseren
je vermaken.
strip, mop, cabarettekst, verhaal.

Slide 7 - Tekstslide

Huiswerk bespreken

Slide 8 - Tekstslide

Instructie 

Slide 9 - Tekstslide

In welke situaties schrijf je een zakelijke mail?

Slide 10 - Open vraag

Hoe begin je een zakelijke mail?

Slide 11 - Open vraag

Hoe eindig je een zakelijke mail?

Slide 12 - Open vraag

Instructie
Zakelijke e-mail
Wat? Een e-mail die je stuurt naar bedrijven, personen of organisaties. 

De inhoud van een zakelijke e-mail: 
- Inleiding: Je vertelt de aanleiding van jouw e-mail. Vertel ook wie je bent.
- Kern/middenstuk: meer informatie of stel je vragen. 
  Soms stuur je een bijlage mee, zoals de rekening van een bestelling of
  een ingevuld formulier. Noem deze bijlage dan ook in je tekst.
- Slot: Spreek in het slot een wens of verwachting uit, bijvoorbeeld:
             Ik hoop snel een antwoord van u te krijgen.


timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

Instructie
De vorm van een zakelijke mail: 
- Vul altijd de onderwerpregel in. Daarin zet je kort en duidelijk waarover je e-mail gaat.
- Begin met een beleefde aanhef, bijvoorbeeld Geachte heer of mevrouw, of Geachte mevrouw Meppelink,. Na de aanhef gebruik je een komma. Begin wel de eerste alinea met een hoofdletter.
- Gebruik witregels tussen alle onderdelen van de e-mail.
- Spreek de ander aan met ‘u’ en gebruik beleefde taal.
- Sluit af met een beleefde groet, gevolgd door een komma. Zet daaronder je voor- en achternaam. Bijvoorbeeld:
Met vriendelijke groet, 
Jay van Vleuten
Zet onder je naam, alleen als dat nodig is, je adres en/of telefoonnummer.
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeld
Op bladzijde 270 
van je boek vind 
je een voorbeeld
van een zakelijke
mail.

Slide 15 - Tekstslide

Wat?
Hoofdstuk 2: Vroeger (blz. 56-61). Schrijven H2.
Een zakelijke e-mail schrijven.
Opdracht 5.
Hoe?
In stilte. Maak de opdracht in je boek. 
Hulp
Steek je vinger op als je iets niet begrijpt. 
Tijd
15 minuten.

Klaar?
Maak een samenvatting van Schrijven H2 of 
bestudeer het voorbeeld op blz. 270 van je boek. 
Maken
timer
15:00

Slide 16 - Tekstslide

= taal die je gebruikt in serieuze situaties. Je gedraagt je netter dan gebruikelijk. Bijvoorbeeld op je werk of bij mensen die je niet super goed kent. 
  • Sollicitatiebrieven, mails etc.
Formeel 
taalgebruik 

Slide 17 - Tekstslide

Wat is formele taal?
 

Formele taal is taal die je gebruikt in serieuze situaties. 
Je gebruikt het als je contact hebt met mensen die je niet zo goed kent of met mensen die belangrijk zijn.


Slide 18 - Tekstslide

= taal die je gebruikt bij mensen die je goed kent. Denk aan je ouders, vrienden of klasgenoten. Je gebruikt informele woorden in minder serieuze situaties.  
  • Op feestjes, in de kantine etc.
Informeel 
taalgebruik 

Slide 19 - Tekstslide

Wat is informele taal?
Informele taal is taal die je gebruikt in minder serieuze situaties. Het is ‘losser’. Je gebruikt het als je praat met je vader of moeder of als je een berichtje schrijft naar een vriend of een klasgenoot. 
  • Let op: informeel betekent niet dat je meer fouten mag maken. Je gebruikt alleen wat eenvoudigere woorden, die lijken op de taal die je spreekt.


Slide 20 - Tekstslide

Gaat het in de onderstaande zin om formeel of informeel taalgebruik?

Geachte meneer Jansen,
A
formeel
B
informeel

Slide 21 - Quizvraag

Gaat het in de onderstaande zin om formeel of informeel taalgebruik?

Met mij is alles prima!
A
formeel
B
informeel

Slide 22 - Quizvraag

Gaat het in de onderstaande zin om formeel of informeel taalgebruik?

Bij voorbaat dank voor uw reactie.
A
formeel
B
informeel

Slide 23 - Quizvraag

Gaat het in de onderstaande zin om formeel of informeel taalgebruik?

Met vriendelijke groet,
A
formeel
B
informeel

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Link

Waar werken in deze les naartoe?
  • Je kunt het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik uitleggen.
  • Je weet hoe je een zakelijke mail moet schrijven. 

Slide 26 - Tekstslide

Check
vragen

Slide 27 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik?
Leg uit in je eigen woorden.

Slide 28 - Open vraag

Hoe ziet de alineaverdeling eruit van een zakelijke e-mail?

Slide 29 - Open vraag

Hoe start je een zakelijke e-mail en hoe sluit je hem af?

Slide 30 - Open vraag

Reflectie
Wat ging bij jou goed tijdens deze les?
Wat kan nog iets beter?

Slide 31 - Open vraag

Neem deel onze LessonUp klas
Wat kun je hier vinden?
  • LessonUps
  • Video's
  • Handige websites 

Klassencode:
u3bd: uecuk

Slide 32 - Tekstslide