H4.3 - Hydraten en Hydratatie

§4.3 - Zouthydraten (en hydratatie)


Hoe worden zouten gevormd?
Ionsoorten leren kennen
Namen en formules van zouten opstellen
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

§4.3 - Zouthydraten (en hydratatie)


Hoe worden zouten gevormd?
Ionsoorten leren kennen
Namen en formules van zouten opstellen

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Leerdoelen

  • Voorkennis
  • Uitleg

  • Evaluatie
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
□ Je kunt uitleggen wat hydraten zijn en hoe het kristalwater ontbonden kan worden uit een         hydraat;
     o a. Je weet hoe een zout er op microniveau uit ziet,
     o b. Je weet wat kristalwater is,
     o c. Je weet hoe kristalwater uit het kristalrooster (ionrooster) vrij worden gemaakt,
     o d. Je kan berekenen hoeveel mol kristalwater gebonden is in een hydraat.
□ Je kunt op microniveau tekenen en uitleggen hoe de watermoleculen zich rond ionen                   rangschikken (hydratatie);
     o a. Je weet dat water een polaire stof is, 
     o b. Je weet dat ionen geladen deeltjes zijn,
     o c. Je weet dat tegengestelde polen (+ en -) elkaar aantrekken.


Slide 3 - Tekstslide

Voorkennis
  • Opstellen van verhoudingsformules
  • Opstellen van oplosvergelijkingen 

Slide 4 - Tekstslide

De oplosvergelijking van
zinknitraat,
ZnNO3
A
Zn2+(aq)+2NO3(aq)Zn(NO3)2(s)
B
Zn(NO3)2(s)Zn2+(aq)+2NO3(aq)
C
Dit zout lost slecht op.
D
Zn(NO3)2Zn2++2NO3

Slide 5 - Quizvraag

De oplosvergelijking van aluminiumfosfaat
AlPO4
A
Al3+(aq)+PO43(aq)AlPO4(s)
B
AlPO4(s)Al3+(aq)+PO43(aq)
C
Dit zout lost slecht op.
D
AlPO4Al3++PO43

Slide 6 - Quizvraag

Hydraat 
  • Zouten kunnen goed oplosbaar zijn...

  • Zouten die watermoleculen in hun ionrooster kan opnemen zonder dat het oplost worden hydraten genoemd. 

  • De watermoleculen die in het ionrooster zitten verwijst dan naar kristalwater. 

Slide 7 - Tekstslide

Hydraat
  • Ionen in een ionrooster zitten op een bepaalde afstand van elkaar.
  • Er zit dus ruimte in het ionrooster ofwel: kristalrooster.

  • Soms zit daar water in: kristalwater.

  • Deze zouten worden ook wel hydraten genoemd.


  • Niet verwarren met hydratatie/gehydrateerd 



Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Hydraat naamgeving
  • Een zouthydraat wordt weergegeven als zout en de hydraten erachter met een punt
  • CaSO4 . 2H2O
  • calciumsulfaatdihydraat

  • Naam zout + hoeveel hydraten (telling in Binas T66-C)

Slide 10 - Tekstslide

  • Hydraat niet verwarren met hydratatie

  • Beide hebben te maken met Hydra
  • Hydra = water

  • Maar beide andere processen!!

Slide 11 - Tekstslide

Oplossen van zouten 
  • Bij het oplossen wordt de ionbinding verbroken 
  • Watermoleculen omringen de ionen
  • We noemen dat hydratatie

  • Positieve kant watermolecuul draait naar negatieve ion, en andersom

Slide 12 - Tekstslide

Hydratatie ionen
  • Water heeft een partieel positieve (H) en negatieve (O) kant 
  • => Polaire binding

  • Ionen zijn positief of negatief geladen (formele lading).
  • Tegengestelde ladingen trekken elkaar aan. 

Slide 13 - Tekstslide


Welke hydratatie zie je hiernaast?
A
Hydratatie van een positief ion
B
Hydratatie van een negatief ion

Slide 14 - Quizvraag


Is de hydratatie van ionen
een waarneming op micro of macro?
A
micro, want je kunt het water zien met het blote oog
B
macro, want je kunt het water zien met het blote oog
C
micro, want een ion is te klein om te zien, het is een model
D
macro, want ionen kun je zien

Slide 15 - Quizvraag

Hoe noem je een vast zout waar water in de kristalstuctuur zit?
A
Waterig zout
B
Hydriet
C
Hydraat
D
Hydratatie

Slide 16 - Quizvraag

Welke toestandsaanduiding heeft een hydraat?
A
(aq)
B
(l)
C
(g)
D
(s)

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de juiste notatie van een hydraat?
A
Cu2+(aq)+Cl(aq)
B
NaCl(aq)+H2O(l)
C
BaBr(s)+H2O(l)
D
Ca3Si2O7H2O(s)

Slide 18 - Quizvraag

Calciumchloride is een zout dat wordt gebruikt om waterdamp uit de lucht op te nemen.
Hierbij ontstaat het hydraat calciumchloridehexahydraat.
Wat is de formule van dit hydraat?
A
CuCl+6H2O
B
CaCl2(aq)+6H2O(l)
C
CaCl[?]6H2O(s)
D
CaCl26H2O(s)

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de rationele naam van het volgende zout (gebruik eventueel Binas 66):


AlK(SO4)2.12H2O
A
aluminiumkaliumdisulfaat-hydraat
B
aluminiumkaliumdisulfaat-dodecahydraat
C
aluminiumkaliumsulfaat-dodecahydraat
D
aluin

Slide 20 - Quizvraag

Aan de slag 

  • Doorlezen §4.3

  • Maken:
      * §4.3 => opdr. 




  • Fluisterend overleggen met buur of werken met muziek

  • Vraag? Steek je hand op
  • Af? => Geen huiswerk

Slide 21 - Tekstslide

Filmpje 1
Hydraten basis

Leerdoel 16

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Filmpje 2
Hydraten uitgebreid

Leerdoel 16

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Filmpje 3
Hydraten berekeningen

Leerdoel 16

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Filmpje 4
Hydratatie 

Leerdoel 17

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video