Politieke partijen week 49 4v4

Politieke partijen
door Saar, Willem, Kris en Myrthe 
4v4
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Politieke partijen
door Saar, Willem, Kris en Myrthe 
4v4

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je over
Politieke partijen?

Slide 2 - Woordweb

Huiswerk
-overleg
-vertellen

Slide 3 - Tekstslide

LInks en rechste schaal

Partijen kunnen in een links, rechts of midden stroming vallen.
-LInkse en rechtse schaal staan zaken zoals: Economie, zorg en belasting.
-Linkse partijen pleiten voor welvaartsverdeling en een grotere rol van de staat.
-rechtse partijen pleiten voor vrije markt en individuele verantwoordelijkheid

Slide 4 - Tekstslide

progressief & conservatief

-Hier gaat het om thema's zoals samenwerking binnen EU, migratie en klimaat.
-Progressieve partijen zijn allemaal voor de bovenstaande zaken maar conservatieve daarentegen willen belang voor hun eigen land.







Slide 5 - Tekstslide

Politieke spectrum van partijen
-Vooral links of rechts kabinet?
-Is de coalitie vooral progressief of conservatief?

Slide 6 - Tekstslide

Opdracht
-koppel het standpunt van de partij over de stikstofplannen aan de plek in het politiek spectrum. (Links, rechts, midden progressief, conservatief)
-Verdeel de klas in voor of tegen de stikstof maatregelen (op basis van de mening van hun partij) en onderbouw het standpunt met argumenten.

Slide 7 - Tekstslide

Opbouw Tweede Kamer

- opposite 
- coalitie 
- ministers 


Slide 8 - Tekstslide

Door wie wordt de coalite gevormt
A
informateur
B
samenvoegende
C
partijleider
D
minister-president

Slide 9 - Quizvraag

Welke partijen zitten in de coalitie
A
VVD, GROENLINKS, PVDA, D66
B
D66, CDA, CU, PVV
C
CDA, VDD, D66, CU
D
FVD, SP, VVD, CU

Slide 10 - Quizvraag

Hoeveel zetels moet een coalitie minimaal hebben

Slide 11 - Open vraag

Welke zaken horen tot de linkse en rechtse schaal
A
economie, zorg en belasting
B
belasting, zorg, welvaartsverdeling
C
welvaartsverdeling, economie, vrije markt
D
zorg, individuele verantwoordelijkheid

Slide 12 - Quizvraag

welke zaken behoren tot de progressief-conservatieve schaal
A
zorg, samenwerking binnen de eu
B
klimaat problematiek, zorg, economie
C
migratie, economie, klimaatproblematiek
D
samenwerking binnen de eu, klimaat problematiek, migratie

Slide 13 - Quizvraag

Functies van een partij
  • integratie
  • articulatie
  • informatie
  • participatie
  • selectie van kandidaten 

Slide 14 - Tekstslide

Wat houdt integratie in?
A
Ze moeten mensen aanbieden in de politiek
B
iedereen heeft een eigen taak binnen de partij
C
Alle partijen hebben een aparte taak
D
Mensen op hun laten stemmen (reclame maken)

Slide 15 - Quizvraag

Tot stand komen van een partij
- Een Politieke partij wordt gevormd door mensen die globaal dezelfde ideeën heeft over de ideale samenleving. bijv Partij voor de Dieren uit onvrede over de omgang met dieren. 
- de meeste partijen onstaan uit een fusie, 
zoals het CDA uit ARP (eerste partij van NL) KVP en de CHU. DIt kan op twee manieren: opgaan in de moederpartij of een nieuwe partij oprichten.

Slide 16 - Tekstslide

Binnen de PvdA en GroenLinks wordt gesproken over fuseren. Wat is er nodig?
A
Er moet een nieuwe partij opgericht worden
B
Overeenkomstige politieke idealen
C
Het aantal leden van beide partijen moet halveren
D
Als een partij in de ander opgaat komt er een nieuwe naam

Slide 17 - Quizvraag

Wat mag je NIET doen als partij tijdens het campagne voeren?
A
Flyers uitdelen
B
Posters ophangen
C
Kiezers geschenken geven voor hun stem
D
Debatten voeren tussen lijsttrekkers

Slide 18 - Quizvraag