In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken 11C, Naamwoorden en Symboulè
Bespreken 11D, t/m 13
Vertalen 11D.
Slide 1 - Tekstslide
Vragen grammatica?
Slide 2 - Open vraag
Geen vragen (meer)?
Maak maar twee rijtjes....
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
A Naamwoorden 2
ναῦς νῆες
νεώς νεῶν
νηί ναυσί(ν)
ναῦν ναῦς
Slide 5 - Tekstslide
Συμβουλή 1-2
1 Er werd blijkbaar niet op de schepen overnacht; de bemanning ging ’s nachts aan land.
2 Hij wil dat het bodeschip eerst weer wegvaart zonder de waarheid te zeggen (namelijk dat Kallikratidas verslagen is). Het bodeschip moet dan omkranst weer terugkomen en de opvarenden moeten roepen dat Kallikratidas gewonnen heeft. Dit doet hij om te voorkomen dat zijn mannen in paniek raken; zo zorgt hij ervoor dat ze in rust kunnen wegvaren en zichzelf in veiligheid kunnen brengen.
b bijzin die een doel aangeeft, maar na een verleden tijd in de hoofdzin
c ἥκοιεν: in de hoofdzin staat een verleden tijd (παρεσκεύασαν), in tekst 11.B r. 19 een infinitivus.
Slide 25 - Tekstslide
Grammaticavragen
r. 8 σύνεισι 3 mv ind. praes. Zij zijn samen met
r. 12 ἀπολωλότων ptc. perf. act. gen. mv zelfst. gebruikt van de omgekomenen
r. 16 συγγεγραφέναι inf. perf. act. in a.c.i. dat zij een onwettig voorstel hadden ingediend
r. 19 βούληται 3 ev coni. praes. generalis: ‘wat het ook maar wilde’
Slide 26 - Tekstslide
Grammaticavragen
r. 22/3 ἠναγκάσθησαν 3 mv ind. aor. pass. zij werden gedwongen
r. 23 ἀφιέναι inf. praes. act. te laten varen
r. 24 προθήσειν inf. fut. act. in a.c.i. ‘dat ze zouden voorleggen’
r. 25 ἀναβάς ptc. aor. nom. ev mnl. hij beklom en …
r. 28 φοβηθέντες ptc. aor. pass. nom. mv mnl. omdat ze bang waren/uit angst
Slide 27 - Tekstslide
Συμβουλή 1-2
1 a Deze mensen waren zichtbaar in de rouw en dus zou het geloofwaardig lijken als ze zich voor familieleden van de bij de Arginousai eilanden omgekomen soldaten zouden uitgeven.
b De soldaten die bij de Arginousai eilanden waren verdronken.
2 ἔνιοι vormt een tegenstelling met τὸ πλῆθος in de volgende zin die met δέ begint.
Slide 28 - Tekstslide
Συμβουλή 3-4
3 van τὸ πλῆθος (r.17)
4 Zolang ze spreken in het college van prytanen zeggen ze wat ze werkelijk vinden. Als de (opgehitste) menigte eist dat degenen die het voorstel niet willen voorleggen met naam en toenaam worden genoemd, worden ze bang en krabbelen terug.
φοβηθέντες (r.28)
καλεῖν τοὺς οὐ φάσκοντας (r. 26/7)
Slide 29 - Tekstslide
Συμβουλή 5
5 a degenen van de prytanen die beweerden dat het voorstel onwettig was
b het volk niet toestaan te doen wat het wil.
Slide 30 - Tekstslide
Opdracht bij de tekst
Kleur in elke zin:
De persoonsvorm.
Andere werkwoordsvormen in een andere kleur.
Alle Nominativi in een andere kleur.
Alle directe en indirecte objecten ieder in een andere kleur.
(Dus: lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp).
Slide 31 - Tekstslide
Aan het werk.
Leer de woordjes en grammatica t/m 11D
Maak B, bijzinnen.
Vertaal 11D, t/m 19.
Kleur 11D, t/m 27.
Dit is ook huiswerk.
Slide 32 - Tekstslide
Wat heb je vandaag geleerd?
Slide 33 - Open vraag
Wat is nog onduidelijk? Waar wil je meer over weten?