Les 2 - Capitulo Derde klas

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Hoy es miércoles, 1 de abril

Slide 8 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer hoy?

  • ¿Qué hemos hecho en estas vacaciones?
  • Vamos a ver qué haremos este año escolar
  • Empezar con el capítulo 1
  • Hacer algunos ejercicios

Slide 9 - Tekstslide

¿Cuáles son las metas de hoy?

  • Ik weet minimaal 3 vakantie gerelateerd woorden in het Spaans

Slide 10 - Tekstslide

Las reglas:
Respect:
Als iemand praat is de rest stil
Ik steek me vinger op als ik iets wil zeggen
We maken elkaar niet belachelijk
We komen onze afspraken na (HW, geen mobiel, etc.)

Slide 11 - Tekstslide

Capítulo 1
introducción
.

Slide 12 - Tekstslide

¿Qué vamos a hacer?
Wat? Libro de ejercicio: Maak opdr. 1 t/m 3 van blz. 6 en 7
Hoe? in duo's
Hulp: Steek je vinger op als je een vraag hebt
Tijd: 10 minutos
Uitkomst: Ik weet minimaal 3 vakantie gerelateerd woorden in het Spaans
Klaar? Libro de ejercicio opdr. 5 blz. 8

Slide 13 - Tekstslide

Schrijf de woordjes uit de vocabulario onder de juiste categorie:
WB blz. 38 y 39
Schoolspullen
instrumenten
werkwoorden: eindigen op -AR, -ER, -IR of -SE
bijvoegelijk naamwoorden: zegt iets over het zelfstandig nmw
plekken
vakantie-woorden
talen

Slide 14 - Tekstslide

Escuchar

Libro de ejercicio:  pág. 8 en 9, ejercicio 4 en 6



Slide 15 - Tekstslide

Los deberes

Libro de ejercicio:  blz. 38, fuente A en B: Schrijf de woorden met vertaling op. Van 'las vacaciones' t/m 'la puesta del sol'



Slide 16 - Tekstslide

¿Cuál es la meta de hoy? 

Ik weet minimaal 3 vakantie gerelateerd woorden in het Spaans

Slide 17 - Tekstslide

¿Preguntas?

Slide 18 - Tekstslide

Sleep het juiste antwoord bij de juiste zin:                 
   Kies uit:


1. __________ libro es rojo.
2. Ella juega con __________ amigos en el parque.
3. __________ película nos gusto mucho.
4. __________ montañas están cubiertas de nieve.

el
la
los
las

Slide 19 - Sleepvraag

Kies het juiste onbepaald lidwoord.
1.Veo __________ mariposa en el jardín.
A
un
B
una
C
unos
D
unas

Slide 20 - Quizvraag

Kies het juiste onbepaald lidwoord.
2. Compré __________ manzanas en el supermercado.
A
un
B
una
C
unos
D
unas

Slide 21 - Quizvraag

Kies het juiste onbepaald lidwoord.
3. Necesito __________ bolígrafo para tomar apuntes.
A
un
B
una
C
unos
D
unas

Slide 22 - Quizvraag

Kies het juiste onbepaald lidwoord.
4. Quiero comprar __________ zapatos nuevos.
A
un
B
una
C
unos
D
unas

Slide 23 - Quizvraag

Quizlet
https://ap.lc/wzBbJ

Slide 24 - Tekstslide