Les van 30 april

Les van 30 april
Wat gaan we doen?

- bespreken officiele oefenopdracht;
- bespreken andere lees en luisteropdracht;
- mondeling oefenen;
- aandacht voor bepaalde foutjes.

1 / 71
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands10th Grade

In deze les zitten 71 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les van 30 april
Wat gaan we doen?

- bespreken officiele oefenopdracht;
- bespreken andere lees en luisteropdracht;
- mondeling oefenen;
- aandacht voor bepaalde foutjes.

Slide 1 - Tekstslide

Leesopdracht
Het Straatfeest: 
• veel inhoudelijke punten aanwezig;
• goed tekstbegrip van de folder;
• Je noemt nergens ‘sociale contacten’;
• Lees de opdracht goed en houd de nummering van de opdracht aan (dat is voor iedereen veel duidelijker: voor jou, maar ook voor degene die jouw werk nakijkt)
• Antwoorden zijn herkenbaar, ondanks spelfoutjes en soms niet lopende zinnen
Verbeterpunten:
• Formulering: probeer korter en duidelijker te noteren (kernwoorden)
• Structuur: soms wat rommelig genoteerd
 

Slide 2 - Tekstslide

Leesopdracht
Fotowedstrijd: 
Je begrijpt de opdracht goed en verwerkt bijna alle gevraagde informatie correct.

Je hebt de opdracht inhoudelijk heel goed gedaan: bijna alle onderdelen zijn aanwezig en je beschrijft je foto creatief.  Ook heel leuk dat je de foto erbij had gedaan.

Verbeterpunten:
Let er wel op dat je duidelijk opschrijft waarom je de e-mail schrijft (deelname). 
 

Slide 3 - Tekstslide

Luisteropdracht
In het huishouden
Je hebt bijna alle inhoudelijke punten genoemd. 

• Alle tips volledig en correct
• Meerdere juiste varianten genoemd waar nodig (bijv. douchen, verwarming)

Probeer te letten op spelfouten (bijv. milieau, plestic, gezrict).

Slide 4 - Tekstslide

Luisteropdracht
Buurtbijeenkomst:
Inhoudelijk sterk (bijna volledig),
Je begrijpt de luistertekst goed en verwerkt de kerninformatie correct
Je hebt de informatie uit het fragment heel goed begrepen en bijna alles correct verwerkt. Vooral de problemen en oplossingen zijn beschreven.

Verbeterpunten:
• mist één essentieel onderdeel (actie bewoners)
• gebruikt niet de juiste tekstsoort (verslag vs. brief)
• kijk nog even goed naar spelfoutjes

Slide 5 - Tekstslide

Leesopdracht
Cultuurverschillen op het werk

Ik begrijp dat dit een moeilijke opdracht was met heel veel lezen en waarschijnlijk werd je er een beetje door overdonderd.
Deze opdracht ging niet zo goed.

Je hebt denk ik maar een beperkt deel van de opdracht begrepen.







Slide 6 - Tekstslide

Leesopdracht
Cultuurverschillen op het werk

Voor het rapport had je vooral informatie uit het krantenartikel moeten halen, maar:


- Je hebt de tabel (belangrijk onderdeel!) volledig gemist/ niet gebruikt;
- Er ontbreken in jouw verhaal een aantal concrete voorbeelden:
- Het rapport is onvolledig en onvoldoende uitgewerkt, het had veel uitgebreider gemoeten.

Wel heb je laten zien dat je iets begrijpt van cultuurverschillen, vooral over communicatie en non-verbaal gedrag. Dat is goed.





Slide 7 - Tekstslide

Leesopdracht
Cultuurverschillen op het werk

Maar voor deze opdracht moest je veel uitgebreider werken:


- LEES de opdracht goed (WAT willen ze weten?);
- Gebruik alle informatiebronnen (ook de tabel!);
- Noem concrete voorbeelden;
- Vergeet de bronvermelding niet;
- Schrijf in een duidelijke rapportstructuur;
- Ik heb een voorbeeld rapport naar je gestuurd: kijk daar nog eens goed naar.






Slide 8 - Tekstslide

Leesopdracht
Cultuurverschillen op het werk
Dit was de opdracht:


Waarover moet precies gerapporteerd worden?
· Soorten cultuurverschillen (noem alle verschillen die je tegenkomt!);
· Per cultuurverschil de Nederlandse opvatting en die van drie
‘andersdenkende’ nationaliteiten;
· Voorbeelden van misverstanden door cultuurverschillen;
· Overige relevante informatie m.b.t. communicatiestoornissen;
· Zoveel mogelijk suggesties voor teamleiders om verschillen te overbruggen.






Slide 9 - Tekstslide

Leesopdracht
Cultuurverschillen op het werk

Kijk nog even goed naar de opdracht en daarna naar het voorbeeld rapport 

Zie hiervoor mijn e-mail met het  document "Cultuurverschillen op het werk" daar zie je een voorbeeld rapport (dat geeft je een goed idee hoe zoiets er uit zou moeten zien).






Slide 10 - Tekstslide

Luisteropdracht
Rookverbod:
Ook met deze had je een beetje moeite.

Ik denk nog steeds een voldoende zou score maar, maar je bent niet volledig nauwkeurig.

Je laat zien dat je de hoofdlijnen goed begrijpt, maar je mist enkele belangrijke details en je interpreteert één kernvraag verkeerd.





Slide 11 - Tekstslide

Luisteropdracht
Rookverbod:

Je hebt veel informatie goed genoteerd, vooral over rookkamers en het terras. 

Let er wel op dat je de vraag precies goed begrijpt (zoals bij “waar?”) en dat je regels volledig noteert, bijvoorbeeld met de juiste volgorde van maatregelen. Dat maakt je antwoord nog beter en sterker.




Slide 12 - Tekstslide

Mondeling
(Neem het mondeling van "Opruimactie" af)

Slide 13 - Tekstslide

Bespreking foutjes
- werkwoordvervoeging
- Je maakt nog steeds foutjes met het bzvn;
- Samengestelde woorden;
- klinkerdief (leren ipv leeren);
- verdubbelaar (interesseert ->dubbel 's').

Slide 14 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord
Bij Buurtbijeenkomst
- mij idee -> mijn idee
- onze huis ->  ons huis
- mij telefoonnummer -> mijn telefoonnummer

Slide 15 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord

Nog even oefenen

Slide 16 - Tekstslide

Is dit m____ fiets en is dat j____ fiets?

Slide 17 - Open vraag

Dat boek is van Bruno.
Ligt ____ boek nog op de tafel?

Slide 18 - Open vraag

Ik begrijp dat er een nieuwe docent is bij jullie op school.
Legt ____ docent de les goed uit?

Slide 19 - Open vraag

Onze vrienden wonen bij ons in de straat.
Staat ____ huis aan het einde van de straat?

Slide 20 - Open vraag

De juf zegt tegen de leerlingen: "Morgen moet ____ opdracht af zijn."

Slide 21 - Open vraag

Samengestelde woorden
In het Nederlands vormen twee aparte woorden vaak een samengesteld woord:

- fiets en zadel -> fietszadel
dieren en arts -> dierenarts

Slide 22 - Tekstslide

Samengestelde woorden
straat + feest -> straatfeest
parkeer + plekken -> parkeerplekken
ski + pak -> skipak 
dichter + bij -> dichterbij
telefoon + nummer -> telefoonnummer
rook + ruimtes -> rookruimtes

Slide 23 - Tekstslide

Klinkerdief 
parkeren -> par- ke-ren
geven -> ge- ven
wonen -> wo - nen (jij schreef wonnen)
bomen -> bo - men (jij schreef bommen)
 
Ook lange klank: kaartje (ipv kartje)

Slide 24 - Tekstslide

Verdubbelaar
plekken -> plek - ken
makkelijk -> mak - ke - lijk


Slide 25 - Tekstslide

Werkwoord vervoeging

Pak je vervoegingsschema erbij!


Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Verleden tijd

Stap 1: Gaat het om een zwak of sterk werkwoord

Sterke werkwoorden: leer de lijst uit je hoofd
Zwakke werkwoorden: Zie volgende slide

Slide 29 - Tekstslide

Verleden tijd
Gaat het om een zwak werkwoord, ga alsvolgt te werk
Stap 2: schrijf het werkwoord op
Stap 3: haal 'en' eraf
Stap 4: bepaal de 'werkletter'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?
Stap 6: Bepaal de ik-vorm van het werkwoord
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n)
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n)

Slide 30 - Tekstslide

Verleden tijd
Bijvoorbeeld: het werkwoord bakken

Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: bakken
Stap 3: bak
Stap 4: 'k'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: ja
Stap 6: ik bak
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> ja-> ik bak + te = ik bakte/ wij bakten
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n)

Slide 31 - Tekstslide

Verleden tijd
Bijvoorbeeld: het werkwoord beloven

Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: beloven
Stap 3: belov
Stap 4: 'v'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: nee
Stap 6: ik beloof
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> nee
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n) --> ja-> ik beloof + de = ik beloofde/ wij beloofden

Slide 32 - Tekstslide

Verleden tijd
Bijvoorbeeld: het werkwoord wachten

Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: wachten
Stap 3: wacht
Stap 4: 't'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: ja
Stap 6: ik wacht
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> ja-> ik wacht + te = ik wachtte /wij wachtten
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n)

Slide 33 - Tekstslide

Verleden tijd
Bijvoorbeeld: het werkwoord verhuizen

Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: verhuizen
Stap 3: verhuiz
Stap 4: 'z'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?:
Stap 6: ik verhuis
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> nee
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n) --> ja-> ik verhuis + de = ik verhuisde/ wij verhuisden

Slide 34 - Tekstslide

Even oefenen

Slide 35 - Tekstslide

Hij (pakken) zojuist iets uit de kast.

Slide 36 - Open vraag

Jij (rijden) gisteren veel te hard.

Slide 37 - Open vraag

Ik (geven) jou vorig jaar een mooi cadeau voor je verjaardag.

Slide 38 - Open vraag

Zij (redden) het hondje afgelopen winter uit het water.

Slide 39 - Open vraag

Zij was verdwaald en (vragen) de weg aan een voorbijganger

Slide 40 - Open vraag

Zij (beloven) haar vorige week plechtig haar binnenkort te verrassen.

Slide 41 - Open vraag

Zij (antwoorden) niet meteen op die moeilijke vraag, ze moest eerst hard nadenken.

Slide 42 - Open vraag

Zij (worden) gisteren opgehaald van het vliegveld.

Slide 43 - Open vraag

Jij (kleden) je vroeger altijd zo kleurrijk.

Slide 44 - Open vraag

Wij (wachten) gisteren uren op de bus.

Slide 45 - Open vraag

Tegenwoordige tijd

UITZONDERING:

Als er 'je'  of 'jij' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen

Slide 46 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld

Slaap je altijd met de gordijnen open?

Neem je meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?

Slide 47 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Maar ALLEEN als het om jou gaat:

Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?
Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?


Slide 48 - Tekstslide

Weer even oefenen:

Slide 49 - Tekstslide

Mama heeft deeg gemaakt en (kneden)…….. het nog een keer voordat ze het de oven inschuift.

Slide 50 - Open vraag

Annelies heeft straks een proefwerk en (bestuderen) ……… de leerstof nog even snel.

Slide 51 - Open vraag

(Redden) ........... je het zo zonder je zus thuis?

Slide 52 - Open vraag

Fien (mopperen) …………… dat ze natgeregend is.

Slide 53 - Open vraag

(Broedden)………… je zus de telefoon uit?

Slide 54 - Open vraag

Deze klas (duren)……. wel heel erg lang, wanneer (eindigen) het?

Slide 55 - Open vraag

Hij is vergeten te tanken en hij (stranden)…….. langs de kant van de weg zonder benzine.

Slide 56 - Open vraag

(Redden) ........... je moeder het zo zonder je zus thuis?

Slide 57 - Open vraag

Voltooid deelwoord

Bekijk het volgende filmpje:

Slide 58 - Tekstslide

Slide 59 - Video

Voltooid deelwoord


- een werkwoord dat aangeeft dat iets klaar is;
- het vld verandert niet als je de zin in een andere tijd zet;
- bij een vdv hoort een vorm van de werkwoorden 'hebben', 'zijn' of 'worden';
- veel vdw beginnen met 'ge';
- ze eindigen op een 'd', een 't' of 'en'.
-

Slide 60 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
'd' of 't'?

- Maak het langer
- Als je daar niet uitkomt 't exkofschip
't', 'x', 'k', 'f', 's', 'ch', 'p'. 

Slide 61 - Tekstslide

Ik heb dat denk ik verkeerd (horen).....

Slide 62 - Open vraag

Voltooid deelwoord
Stap 1: wat is het werkwoord? -> horen
Stap 2: 'en' eraf -> hor
Stap 3: wat is de werkletter -> 'r'
Stap 4: is dat een 't exkofschip ('t', 'x', 'k', 'f', 's', 'ch', 'p') letter? -> nee -> dan 'd'

Slide 63 - Tekstslide

Mijn oma heeft een leuk kleedje (haken)

Slide 64 - Open vraag

Voltooid deelwoord
Stap 1: wat is het werkwoord? -> haken
Stap 2: 'en' eraf -> hak
Stap 3: wat is de werkletter -> 'k'
Stap 4: is dat een 't exkofschip ('t', 'x', 'k', 'f', 's', 'ch', 'p') letter? -> Ja -> dan 't'

Slide 65 - Tekstslide

De brief is gisteren (versturen) naar alle ouders.

Slide 66 - Open vraag

Het probleem is eindelijk (oplossen) na lang zoeken.

Slide 67 - Open vraag

De deur is niet goed (sluiten), waardoor het tocht.

Slide 68 - Open vraag

De verloren sleutel is later weer in de (vinden) jaszak.

Slide 69 - Open vraag

Het document is zorgvuldig (controleren) door de docent.

Slide 70 - Open vraag

Voor de volgende les
Kijk heel goed naar het werkwoordvervoegschema /stappenplan

Maak de nieuwe opdrachten en de werkwoord oefening (die ik je later zal toesturen).

Succes met alles en als je iets niet snapt/vragen hebt: vraag het in de app

Slide 71 - Tekstslide