1.2. Wat beïnvloedt jouw eetgedrag?

Pg 12

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappij & WelzijnSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Pg 12

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

dat je elke dag ontbijt, dat je elke dag groenten en fruit eet, niet teveel snoepen of chips eten, rustig aan tafel zonder tv of gsm, altijd proeven, water bij het eten, meehelpen koken,...

tijdsgebrek, lege koelkast,...

weinig gezonde keuzes, moet snel gaan,...

weinig gezonde keuzes...

verleidingen aan de kassa, proevertjes,...

verkoop smosjes, snoep- frisdrankautomaat,...

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

3

4

1

2

Uitleg van de afbeelding: “Wat beïnvloedt jouw eetgedrag?”

In de afbeelding zie je 4 cirkels. Die tonen 4 soorten factoren die bepalen hoe jij eet.
Elke factor hoort bij een letter (A–D) en bij een uitleg (1–4).

1. Individuele factoren (D – 2)

Dit gaat over jouzelf.
Dingen zoals je leeftijd, of je jongen of meisje bent, je smaak, wat je lekker vindt, wat je al weet over gezond eten…
➡️ Jij bepaalt dus ook een stukje hoe jij eet.

2. Sociale omgeving (C – 1)

Dit zijn mensen om je heen:
je ouders, vrienden, familie, leerkrachten…
Als zij gezond eten belangrijk vinden, dan ga jij dat ook sneller doen.
➡️ Mensen beïnvloeden jouw keuzes.

3. Fysieke omgeving (B – 4)

Dit gaat over wat er rondom jou te koop of beschikbaar is.
Bv: wat je kunt kopen in de winkel, wat er op school wordt aangeboden, wat je thuis hebt.
➡️ Als er veel snacks zijn, eet je sneller snacks; als er veel fruit ligt, eet je fruit.

4. Beleid/macrosystemen (A – 3)

Dit is het grotere geheel, zoals regels en wetten.
Bv regels op school over wat je mag kopen, wetten over reclame, of labels op verpakkingen.
➡️ Dit helpt je om betere keuzes te maken.

Samengevat voor leerlingen

Jijzelf bepaalt mee hoe je eet.

Mensen rondom jou beïnvloeden jouw eetgewoonten.

Wat er in je omgeving te vinden is, bepaalt wat je meestal eet.

Regels en wetten zorgen ervoor dat je gezondere keuzes kunt maken.

D

D

A

D

C

C

B

D

D

C

B

A

C

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

betere sociale vaardigheden (gesprekken, luisteren, ...)

kinderen leren wat wel/niet mag in gezelschap

kinderen leren nieuwe dingen proeven

ouders stimuleren vaak gezond eetgedrag

...

Deze slide heeft geen instructies

Thuis eten wat de pot schaft?

Voor - Tegen

Argumenteer - Discussieer


Deze slide heeft geen instructies

De Vlaamse overheid is de groep mensen die regels maakt en beslissingen neemt voor Vlaanderen.

Ze zorgen voor dingen zoals onderwijs, gezondheid, milieu, cultuur en openbaar vervoer.

Je kan het vergelijken met een grote organisatie die helpt om ervoor te zorgen dat Vlaanderen goed werkt en dat mensen hier veilig en fijn kunnen leven.


Vlaanderen is het noordelijke deel van België waar mensen vooral Nederlands spreken.

Verleiden → aantrekken, lokken, inspireren, stimuli geven

Schoolkantine → refter, schoolrestaurant, eetruimte

Cruciaal → heel belangrijk

Consumptie → iets eten of drinken

Stimuleren → iemand aanmoedigen om iets te doen

Immers → namelijk, want

Wetenschappers → mensen die dingen onderzoeken

Verenigd Koninkrijk → een land in Europa met Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland

Positionering → hoe je iets voorstelt zodat het opvalt

Uitstraling → hoe iets eruitziet en welke sfeer het geeft

Advertenties en reclames → berichten die je proberen iets te laten kopen

Stripfiguren → tekenfilm- of comicfiguren

Kantine → eetruimte op school

Aantrekkelijke namen → leuke of lekkere klinkende namen

Aantrekkelijke labels → stickers of kaartjes die iets extra leuk of opvallend maken

Aantrekkelijke porties → leuke of lekkere hoeveelheden eten

Serveren → eten geven of opdienen

Bijgerechten → kleine extra’s bij je hoofdgerecht, zoals groenten of salade

Portie → de hoeveelheid eten die je krijgt

Vitamine C → een gezonde stof in fruit en groenten die je helpt om niet ziek te worden

Vezels → delen van eten (zoals in fruit, groenten en brood) die goed zijn voor je buik en je stoelgang

Consumptie → iets eten of drinken

moeilijke woorden?

Deze slide heeft geen instructies

Markeer in de tekst

verschillende omgevingsfactoren

Deze slide heeft geen instructies

Markeer in de tekst

maatregelen

Deze slide heeft geen instructies

meer fruit in huis halen zodat ik iets gezonds kan pakken - minder frisdrank drinken en meer water - samen koken zodat ik leer wat gezond is - snoep minder zichtbaar leggen - vaste plek maken voor gezonde tussendoortjes - ...

Meer fruit op school - Gezonde snacks in de automaat - Een extra waterpunt - Gezonde broodjes toevoegen - Groentebekers verkopen - Minder snoep en frisdrank - Leuke namen voor gezonde opties - Een wekelijkse “gezonde dag” - ...

Deze slide heeft geen instructies