Maandag 28 september

Maandag 28 september 
De komende lessen gaan we ons bezig houden met fictie.D De volgende termen komen aan bod:
Fictie/non-fictie 
Hoofdpersonen
Inleven/realistisch
genre
perspectief
kenmerken van de hoofdpersoon


1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Maandag 28 september 
De komende lessen gaan we ons bezig houden met fictie.D De volgende termen komen aan bod:
Fictie/non-fictie 
Hoofdpersonen
Inleven/realistisch
genre
perspectief
kenmerken van de hoofdpersoon


Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van de les
Weet je wat het verschil is tussen fictie en non-fictie.
Weet je wat het verschil is tussen realistisch fictie en niet-realistische fictie. 

Slide 2 - Tekstslide

Fictie

Slide 3 - Woordweb

5

Slide 4 - Video

Slide 5 - Tekstslide



Is dit boek fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 6 - Quizvraag


Zijn deze boeken fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 7 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 8 - Quizvraag


Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 9 - Quizvraag

Bedenk nu zelf 1 voorbeeld van fictie en een voorbeeld van non-fictie . Zet erbij wat het is.

Slide 10 - Open vraag

Realistisch / niet-realistisch

Fictie kan realistisch of niet-realistisch zijn


Realistisch;
-Verhaal lijkt heel erg op de werkelijkheid, alles kan in het echt

Niet-realistisch;
-Verhalen met veel dingen die niet echt kunnen gebeuren




Slide 11 - Tekstslide

0

Slide 12 - Video

0

Slide 13 - Video

Oorlogswinter is ...
A
heel realistisch
B
deels realistisch
C
niet-realistisch

Slide 14 - Quizvraag

Black Panther is ...
A
heel realistisch
B
deels realistisch
C
niet-realistisch

Slide 15 - Quizvraag

Opdracht genres
Je kunt leesboeken koppelen aan één of meerdere genres (soorten boeken). 

Je hebt een vel gekregen met daarop de pictogrammen van genres. Onder hier pictogram staat een code en hier moet het nummer van het juiste genre komen te staan. Je mag maar 1 genre aan een pictogram koppelen. 
timer
15:00

Slide 16 - Tekstslide

Bedenk nu zelf een voorbeeld van een realistisch verhaal en van een niet-realistisch verhaal.

Slide 17 - Open vraag

Afsluitende opdracht
Lees een stuk  (25 blz. ) uit je eigen boek.
Bepaal of je boek fictie of non-fictie is. Leg ook uit (in een goede zin) waarom.
Bepaal ook of je boek realistisch of niet-realistisch is. Leg ook (in een goede zin) waarom. 
Schrijf je antwoorden in een Google-document

Slide 18 - Tekstslide