Voegwoorden

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Voegwoorden

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Statement of inquiry

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
Je leert wat voegwoorden zijn.

Je leert zinnen samen te stellen met voegwoorden.

Slide 7 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Voorkennis
Om met voegwoorden aan de slag te kunnen, moet je weten hoe zinnen samen gesteld zijn.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bestaat een zin uit?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Instructie
Voegwoorden zijn woorden die zinnen (of woorden) 'aan elkaar voegen'. Voorbeelden van voegwoorden zijn omdat, en, als, hoewel, want en maar.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Voegwoorden
EN→ Wanneer je twee dingen opsomt.
Voorbeeld: Ik eet een appel en drink een glas water.

MAAR→ Wanneer je een tegenstelling aangeeft.
Voorbeeld: Ik wil naar buiten, maar het regent.

OF→ Wanneer je een keuze aangeeft.
Voorbeeld: Wil je thee of koffie?

WANT→ Wanneer je een reden aangeeft.
Voorbeeld: Ik ga naar bed, want ik ben moe.

DUS→ Wanneer je een gevolg aangeeft.
Voorbeeld: Het regent, dus ik neem een paraplu.
Aantekening
Schrijf de voegwoorden + betekenis in je map

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voegwoorden
OMDAT→ Wanneer je een reden aangeeft.
Voorbeeld: Ik blijf binnen, omdat het regent.

DOORDAT→ Wanneer je een oorzaak aangeeft (buiten iemands controle).
Voorbeeld: De straat is nat, doordat het geregend heeft.

TERWIJL→ Wanneer twee dingen tegelijk gebeuren.
Voorbeeld: Ik lees een boek, terwijl jij tv kijkt.
HOEWEL→ Wanneer je een tegenstelling aangeeft.
Voorbeeld: Hij kwam te laat, hoewel hij op tijd was vertrokken.

ALS→ Wanneer je een voorwaarde of tijd aangeeft.
Voorbeeld: Ik kom langs, als ik tijd heb.

WANNEER→ Wanneer je een tijdstip aangeeft.
Voorbeeld: Bel me, wanneer je klaar bent.

ZODAT→ Wanneer je een doel of gevolg aangeeft.
Voorbeeld: Hij sprak luid, zodat iedereen hem kon verstaan.
Aantekening
Schrijf de voegwoorden + betekenis in je map

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Aan de slag
Lees gezamenlijk Les 13 Voegwoorden. Burgers en Stoommachines.

Ga aan de slag met de opdrachten.

Slide 14 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Afsluiting

Slide 16 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Welke voegwoorden ken je nog?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een voorbeeldzin met een voegwoord.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies