Les 1.4.3 Herhaling Hartkloppingen 2022-2023

                           Hartkloppingen



Leerdoelen bespreken +- 5 min
Herhaling vorige week +- 5 min
Herhaling ABCDE +-15 min
Opdracht triagewijzer hartkloppingen +- 20 min
Theorie hartkloppingen +- 20 min
Opdracht casus schrijven als patiënt +- 20 min
Evaluatie +- 5 min


1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
TriageMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

                           Hartkloppingen



Leerdoelen bespreken +- 5 min
Herhaling vorige week +- 5 min
Herhaling ABCDE +-15 min
Opdracht triagewijzer hartkloppingen +- 20 min
Theorie hartkloppingen +- 20 min
Opdracht casus schrijven als patiënt +- 20 min
Evaluatie +- 5 min


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Aan het einde van de les kan je benoemen wat hartkloppingen zijn.
  • Aan het einde van de les kan je omschrijven wat de alarmsignalen zijn bij hartkloppingen. 

Slide 2 - Tekstslide

Geef meerdere studenten een beurt, zodat zij kunnen aangeven waar zij vandaag op gaan letten. 
wat weten we nog van vorige week
over pijn thorax?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling; wat weten we nog? 


We gaan er snel doorheen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vragen stel je bij de A?
timer
1:00

Slide 5 - Open vraag

A-vragen
Is de luchtweg vrij?
Kan de pt. goed lucht krijgen?
Heeft de pt. een hoorbare ademhaling?
---------------------------------------------------
- Zit er iets in de mond/keelholte?
   (voorwerp/bloed/braaksel)
- Ziet de Pt. blauw?
- Zijn er bijgeluiden als de patiënt
   ademt? (stikken/verslikken(niet)
   bedreigde stridor)
- Kwijlt de patiënt? (speeksel niet door
   kunnen slikken)
- Bij een baby is het neusje vrij?

Welke vragen stel je bij de B?
timer
1:00

Slide 6 - Open vraag

B -vragen
Kan hij/zij goed lucht krijgen?
Is er ademhaling aanwezig?
-----------------------------------------------------

- Is de ademhaling aanwezig?
- Is er een hoorbare ademhaling?
  (reutelen/piepen)
- Kan de patiënt spreken?
  (kreunen/kortademig/woorden/
   zinnen)
- Is er sprake van extra ademarbeid?
   (schouders optrekken/neusvleugelen  
   (baby)/intrekkingen van de borstkas)
Welke vragen stel bij de C?
timer
1:00

Slide 7 - Open vraag

C-vragen
Is er sprake van een probleem in de circulatie?
--------------------------------------------------
- Is er sprake van een uitwendige
   bloeding?(gering/matig/hevig)
- Wat is de kleur van de huid/gelaat?
  ( grauw/bleek/blauw/gemarmerd)
- Zijn er vegetatieve verschijnselen?
 (klam/transpieren/koud/braken/misselijk  en of gevoel van flauwvallen)
- Heeft de patiënt een snelle pols?
- Gevoel het bewustzijn te verliezen?
Welke vragen stel je bij de D?
timer
1:00

Slide 8 - Open vraag

D-vragen
Is de patiënt bij bewustzijn?
Is de patiënt goed aanspreekbaar?
Hoe reageert de Pt. op u?
----------------------------------------------

AVPU
  • Alert
  • Verbale reactie op aanspreken
  • Reactie op Pijnprikkel(aanschudden)
  • Geen reactie: Unresponsive (no respons)

- Is de patiënt aanspreekbaar?
  (adequaat/verward/ander gedrag dan
   normaal)
- Verlammingsverschijnselen korter dan
   4,5uur (FAST)
Welke vragen stel je bij de E?
timer
1:00

Slide 9 - Open vraag

E-vragen
Zijn er bedreigende omgevingsfactoren?
-----------------------------------------------------

- Is er sprake van
  onderkoeling/beklemming/
  rook/koolmonoxide?
- Is de omgeving veilig?
  (geweldsdreiging/suïcidaal)
- Paniek
Vervolg-> Wat is er bedreigd?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stikt
A
A
B
C
C
B
D
D

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hevige bloedverlies
A
C
B
A
C
B
D
D

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

VERLAMMING, (GELAAT OF LEDEMATEN), SPRAAKSTOORNIS ACUUT ONSTAAN, KORTER DAN 4.5 UUR
A
B
B
A
C
D
D
E

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

NIET ALERT; SUF/VERWARD/VERMINDERD AANSPREEKBAAR
A
C
B
B
C
E
D
D

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

ADEMT NIET
A
C
B
B
C
D
D
E

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

REAGEERT NIET
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

KAN SPEEKSEL NIET INSLIKKEN
A
E
B
C
C
B
D
A

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

HEEFT ZICH VERSLIKT EN IS BENAUWD
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

GEWELDSDREIGING
A
A
B
B
C
E
D
D

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

NEUSVLEUGELEN
A
D
B
B
C
C
D
E

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

ERNSTIG BENAUWD:SPREEKT HORTEND/PAAR WOORDEN
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

KREUNENDE ADEMHALING(VOORAL BIJ KINDEREN)
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

KLAM/KOUD/TRANSPIREREN
A
E
B
B
C
C
D
D

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SUICIDAAL
A
A
B
E
C
C
D
D

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Open je triagewijzer op de ingangsklacht Hartkloppingen
Lees de vragen, criteria, adviezen en achtergrondinformatie
Maak van iedere pagina 2 toetsvragen
Lever deze in teams in.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hartkloppingen
Wat ervaar je als je hartkloppingen hebt? 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat merk je bij hartkloppingen?
Niet iedereen voelt hetzelfde:
  • Het hart kan heel snel gaan kloppen. Je voelt je daardoor heel onrustig.
  • Het hart kan heftig bonzen.
  • De hartslag kan heel onregelmatig zijn: soms ineens sneller en dan ineens weer langzamer.
  • Je kunt voelen dat het hart soms een slag lijkt over te slaan. Vaak komt daarna een extra harde hartslag die voelt als een bons, bonk of dreun.
  • Het hart kan ook heel snel of onregelmatig kloppen zonder dat u dat   merkt.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kunnen hartkloppingen kwaad?

Slide 28 - Woordweb

Hartkloppingen zijn meestal ongevaarlijk.
Je kunt er wel van schrikken als u ze voor het eerst krijgt. Neem dan contact op met de huisarts. De huisarts zal samen zoeken naar de oorzaak van de hartkloppingen.

Soms kunnen hartkloppingen wel gevaarlijk zijn (* zie sheet 33) 
Hoe ontstaan hartkloppingen?

Slide 29 - Woordweb

Hartkloppingen kun je krijgen door:
- Actief bewegen en sporten
- Grote hoogte (bijvoorbeeld in de
   bergen)
- Alcohol drinken
- Roken
- Gebruik van drugs (vooral cocaïne)
   koffie of andere dranken met cafeïne
  (cola, energydrank)
- Een vette maaltijd
- Pijn
- Emoties
- Stress
- Psychische klachten, zoals
  angstklachten zorgen over de   
  hartkloppingen. In deze situaties zijn de
  hartkloppingen vaak een normale
  reactie van uw lichaam.

Hartkloppingen kunnen ook komen door problemen in het lichaam, zoals:
  • Een te snel werkende schildklier
  • Longontsteking
  • Bloedarmoede
  • Een allergie
  • Een hartziekte of hartritmestoornis
  • Hoge bloeddruk
  • Diabetes (suikerziekte)
  • Sommige medicijnen (zoals prednison , medicijnen bij ADHD, sommige medicijnen tegen astma, sommige medicijnen voor de schildklier)


Slide 30 - Tekstslide

Een langzame hartslag kan te maken hebben met:
- Een goede lichamelijke conditie
  (sporthart)
- Sommige medicijnen (bijvoorbeeld bètablokkers)
- Een te langzaam werkende schildklier
- Een hartziekte
Soms kun je bij de hartkloppingen ook andere klachten (erbij) krijgen. Welke kunnen dat zijn?

Slide 31 - Woordweb

- Duizelig of licht in het hoofd.
- Gevoel geen lucht te krijgen of benauwd
   bent
- Tintelingen handen/voeten/mond.
- Droge mond.
- Hoofdpijn.
- Misselijk.
- Slap gevoel.
Wanneer bellen bij hartkloppingen?
 Direct bellen bij;
  • Een pijnlijk, drukkend gevoel in of op de borst. Het gaat niet weg na een paar minuten. (U1)
  • Hart gaat veel te snel ( hart op hol) en vegetatieve verschijnselen (U1)
  • Je bent er erg benauwd bij (U2)
  • hart gaat te snel (hart op hol) en een acuut begin (U2)
  • Je hebt een onrustig gevoel, bent misselijk, bleek en zweterig (U2)
  • Hevig duizelig en/of wegrakingen (U2)


Slide 32 - Tekstslide

Tussentijds advies: 
geen inspanning meer verrichten
Wanneer bellen met hartkloppingen?

Minder spoed (U3);

  • Als je voor het eerst hartkloppingen krijgt die niet overgaan als je een paar minuten rustig zit.

  • Als je ineens een heel onregelmatige hartslag krijgt: het hart klopt ineens sneller en dan ineens weer langzamer.

Slide 33 - Tekstslide

Tussentijds advies; niet teveel inspanning verrichten
Wanneer treedt er een levensbedreigende situatie op bij Hartkloppingen?
A
Als de patiënt ook kortademig erbij is.
B
Als het onregelmatig is en snel is ontstaan
C
Bij erge duizeligheid
D
Als het hart op hol is en er vegetatieve verschijnselen zijn

Slide 34 - Quizvraag

Bij te snel én vegetatieve verschijnselen U1
De andere genoemde is een U2, wel graag zo snel mogelijk beoordeling door huisarts. 
Opdracht
Je krijgt een ingangsklacht en urgentie toebedeeld.
Je schrijft deze alsof jij de patiënt bent.
Ieder ander zou deze casus moeten kunnen spelen als patiënt
In de volgende slide staat een voorbeeld.
Je levert deze casus in teams in.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie
Wat vonden jullie van deze les. 
Geef een cijfer
Wat was er nieuw
Wat wist je al?

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies