W 11 Grammatik Die Fälle

W 11 Grammatik
Kapitel 5
 Die Fälle (1e, 3e en 4e naamval)
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsWOMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

W 11 Grammatik
Kapitel 5
 Die Fälle (1e, 3e en 4e naamval)

Slide 1 - Tekstslide

Naamvallen
voorzetsels, zin ontleden (HIJ-HEM proef)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Bij welk naamval hoort het voorzetsel "durch"?
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 8 - Quizvraag

Bij welk naamval hoort het voorzetsel "für"?
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 9 - Quizvraag

Bij welk naamval hoort het voorzetsel "aus"?
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 10 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Das Geschenk ist für (dich).
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 11 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Er kommt aus (dem Schwimmbad).
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 12 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Wir spielen mit (euch) Fußball.
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 13 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Ohne (meine Eltern) gehe ich nicht in die Stadt.
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 14 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
(Eine Schwester) heißt Barbara.
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 15 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Der Mann mit (dem Hund) ist blond.
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 16 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Wir haben (keine Freunde)!
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 17 - Quizvraag

Bepaal de naamval:
Ich habe gestern (eine Torte) gegessen.
A
1e
B
3e
C
4e

Slide 18 - Quizvraag

Aan de slag
  • Zet het juiste persoonlijk voornaamwoord in de zin.
  • Zet het juiste lidwoord in de zin. 
  • Plak de juiste uitgang achter de woordjes.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

(Ik) .............. habe eine Tasche.

Slide 23 - Open vraag

(mij) Ist das Kleid für ..........

Slide 24 - Open vraag

(jullie) Wir kommen morgen zu ....... .

Slide 25 - Open vraag

Peter hat kein....... Stift (m).

Slide 26 - Open vraag

Meine Schwester hat ein..... Kaninchen (o)

Slide 27 - Open vraag

D........ Freund (m) meiner Mutter ist nett.

Slide 28 - Open vraag

Kein ..... Kind (o) mag Blumenkohl.

Slide 29 - Open vraag

Seit d..... Unfall (o) ist Hanna krank.

Slide 30 - Open vraag

E N D E

Slide 31 - Tekstslide