versnelling en vertraging


Versnelling en vertraging
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


Versnelling en vertraging

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je leert: 
  • Hoe een versnelling of vertraging ontstaat 
  • Hoe je de versnelling of vertraging berekent
  • Hoe je de versnelling uit snelheden berekent
  • Hoe je de snelheid na een versnelling of vertraging berekent

Slide 2 - Tekstslide

wat is versnelling?
verandering van snelheid
hoeveel meter per seconde de snelheid per seconde verandert
a = 4 m/s2
of 
a = -4 m/s2
een vertraging in een negatieve versnelling 

Slide 3 - Tekstslide

Nettokracht

Slide 4 - Tekstslide

Hoe ontstaat een versnelling of vertraging? 
  • voor beweging is kracht nodig
  • om sneller of langzamer te gaan is er dus een kracht nodig

beweging
oorzaak
eenparig vertraagd
nettokracht tegen de bewegingsrichting

constante snelheid
geen nettokracht
eenparig versneld
nettokracht in de bewegingsrichting 

Slide 5 - Tekstslide

versnelling, massa en kracht

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Een auto heeft met inzittenden en bagage een massa van 1200 kg. De auto versnelt met een nettokracht van 850 N. Bereken de versnelling

Slide 8 - Open vraag

De trein in een achtbaan versnelt in 3,2 seconde van 5 naar 25 m/s. Wat is de versnelling?

De trein in een achtbaan versnelt in 3,2 seconde van 5 naar 25 m/s. Wat is de versnelling?

Slide 9 - Tekstslide

wat is versnelling?
verandering van snelheid
hoeveel meter per seconde de snelheid per seconde verandert
a = 4 m/s2
of 
a = -4 m/s2
een vertraging in een negatieve versnelling 

Slide 10 - Tekstslide

grootheid
symbool
eenheid
versnelling
a
meter per seconde kwadraat
m/s2
eind snelheid
ve
meter per seconde
m/s
begin snelheid
vb
meter per seconde
m/s
tijdsduur
t
seconde
s

Slide 11 - Tekstslide

De trein in een achtbaan versnelt in 3,2 seconde van 5 naar 25 m/s. Wat is de versnelling?

vb = 5 m/s 
ve = 25 m/s 
t = 3,2 s 
a=?

a=t(vevb)=3,2(255)=3,220=6,3s2m

Slide 12 - Tekstslide

maak opgave 24
timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

ve=vb+at
grootheid
symbool
eenheid
versnelling
a
meter per seconde kwadraat
m/s2
eind snelheid
ve
meter per seconde
m/s
begin snelheid
vb
meter per seconde
m/s
tijdsduur
t
seconde
s

Slide 14 - Tekstslide

Lesdoelen behaald?
Ik weet: 
  • Hoe een versnelling of vertraging ontstaat 
  • Hoe je de versnelling of vertraging berekent
  • Hoe je de versnelling uit snelheden berekent
  • Hoe je de snelheid na een versnelling of vertraging berekent

Slide 15 - Tekstslide

Zelfstandig werken


Maak opdracht: 

  • 9, 10, 11, 13 t/m 15
  • 18, 19, 21, 23
  • 25 t/m 27

Slide 16 - Tekstslide