BK1 Thema 5 B3+4 Oog OOr Zenuwstelsel

OOG OOR Zenuwstelsel
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

OOG OOR Zenuwstelsel

Slide 1 - Tekstslide

lens
De lens zit achter de iris  en de pupil.  De ooglens is een belangrijk deel van de beeldvorming op ons netvlies.
hoornvlies
Het hoornvlies  is het doorzichtige deel van de buitenkant van het oog waar het licht door naar binnen valt.
Pupil
De pupil  is de opening van het midden van de iris.  Omdat het in het oog donker is lijkt de pupil zwart. De pupil zit achter het hoornvlies en voor het glasachtig lichaam.
Iris
De iris of het regenboogvlies bepaalt de kleur van de ogen. Het is een ring achter het hoornvlies. De hoeveelheid doorgelaten licht naar het netvlies wordt bepaald door het samentrekken van kringspier in het midden van de iris, wat leidt tot verkleining van de pupil  waardoor er dus minder licht doorgelaten wordt.
Oogspier
Ieder oog heeft 6 verschillende oogspieren. Deze oogspieren zorgen voor de beweging van de ogen. Om scherp en vooral niet dubbel te zien hebben we een goede werking van deze oogspieren nodig.
Harde oogvlies
Het oogwit of sclera is de buitenste witte laag van het oog en bestaat uit stevig bindweefsel. De buitenste laag van het oog wordt ook wel de harde oogrok genoemd. Gaat aan de voorkant van het oog over op het hoornvlies (doorzichtig)
Vaatvlies
Het vaatvlies  bevat veel bloedvaten en pigment. Het zorgt samen met de iris voor een intensieve doorbloeding van het oog. Het vaatvlies ligt tussen hoornvlies en het netvlies. Aan de voorkant gaat het vaatvlies over in de iris (regenboogvlies).
Netvlies
Het netvlies of de retina vormt de binnenbekleding (het lichtgevoelige 'scherm') van ons oog en bestaat uit 10 lagen. Eén van deze lagen bevat de fotoreceptoren (zintuigcellen) die beter bekend zijn als de staafjes en kegeltjes. De prikkels worden hier omgezet in impulsen en gaan via de oogzenuw naar de hersenen. In het midden van het netvlies ligt de gele vlek, daar kun je het scherpst zien. 
Oogzenuw
Is een gevoelszenuw. Hij verbindt het oog met de hersenen. De plaats van het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat, heet de blinde vlek. Hier liggen geen zintuigcellen. 
Glasachtig lichaam
Geleiachtige massa die het oog vult en het netvlies op zijn plaats houdt. 
Je kan nu opdracht 5.3 in Biologie voor jou beantwoorden 

Slide 2 - Tekstslide

Lens
Pupil
Iris
Hoornvlies
Harde oogvlies
Vaatvlies
Glasachtig lichaam
Oogzenuw
Oogspier
Blinde vlek
Gele vlek
Straallichaam
Netvlies

Slide 3 - Sleepvraag

Onderdeel
Functie
Hoornvlies
Lens
Iris
Straalvormig lichaam
Netvlies

Vaatvlies
Zet de juiste functie bij het juiste onderdeel
Beschermd het binneste van het oog
Breekt (convergeerd) het binnenkomende licht 
Versteld de lens door de lens boller of holler te maken
Zet lichtprikkels om in impulsen door middel van lichtreceptoren
Regelt hoeveel licht het oog binnenkomt
Bevat bloedvaten voor de voeding 

Slide 4 - Sleepvraag

Het oor
Buitenoor: oorschelp en gehoorgang
Middenoor: trommelvlies, trommelholte, geluidsbeentjes
Binnenoor: slakkenhuis (hier liggen de zintuigcellen)

Slide 5 - Tekstslide

Oorschelp
Gehoorgang
Slakkenhuis
Trommelvlies
Gehoorbeentjes

Slide 6 - Sleepvraag

Wat trilt er als eerste wanneer een geluid je oor binnenkomt? Zet in de juiste volgorde.
trilhaartjes in het slakkenhuis
vocht in het slakkenhuis
trommelvlies
gehoorbeentjes

Slide 7 - Sleepvraag

Sleep de woorden op de juiste plaats in de tekst. 
Wanneerje gaat duiken: 
Hoe dieper in het water, hoe ................... de druk. 
De druk in het buitenoor zal dus ............................. . 
De druk in het middenoor wordt in verhouding ..................... dan in het uitwendig oor. 
Kleiner
Hoger
Dalen
Stijgen

Slide 8 - Sleepvraag

Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit
- het centraal zenuwstelsel
     - hersenen
     - ruggenmerg
- perifeer zenuwsyelsel
      - zenuwen

Slide 9 - Tekstslide

Zenuwcellen
Impulsen bewegen zich door het zenuwstelsel via zenuwcellen.

Elke zenuwcel heeft een cellichaam met daarin de celkern. 
Aan het cellichaam zitten een of meer uitlopers.
De impulsen verplaatsen zich langs de uitlopers. 

Slide 10 - Tekstslide

De pupil reflex

Slide 11 - Tekstslide

Reflex (en reflexboog)
Reflexboog


  • zintuigcel
  • gevoelszenuwcel
  • schakelcellen in
     ruggenmerg of hersenstam

Slide 12 - Tekstslide

Abdul loopt graag op blote voeten buiten. Op een ochtend trapt hij in een stukje  glas. In een reflex trekt hij zijn voet weg. Hij voelt de pijn. 
Zet de juiste woorden op de juiste plek.
T1, 2p
De impulsen gaan via                                        naar het ruggenmerg.

De impulsen gaan over op                                        .

De                                        geleiden impulsen naar de spieren.
bewegingszenuwcellen
gevoelszenuwcellen
schakelcellen

Slide 13 - Sleepvraag