Romantiek en Realisme: Les 9: HO 5: Het Einde van de Eeuw

LES 9
 HO 5: Het Fin de Siecle
             
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
TekenenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 49 slides, met tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

LES 9
 HO 5: Het Fin de Siecle
             

Slide 1 - Tekstslide

H5 Het fin du siècle
Einde van de 19e eeuw

Slide 2 - Tekstslide

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld.

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang?

Slide 3 - Tekstslide

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld.

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang?

Slide 4 - Tekstslide

fin du siècle / belle époque
Twee gevoelens overheersen aan het einde van de eeuw
  • Melancholie: het einde van een tijdperk
  • Feestelijks-positief: een laatste uitbarsting van levenslust
'Het einde van de eeuw'
prachtig tijdperk

Slide 5 - Tekstslide

Maatschappelijke ontwikkelingen

Slide 6 - Tekstslide

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld.

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang?

Slide 7 - Tekstslide

Art Nouveau / Jugendstil
Art Nouveau of Jugendstil is een decoratieve stijl in de toegepaste kunst en de architectuur.

Kenmerkend zijn:
-organische vormen, in combinatie met vloeiende lijnen
- vaak totaalkunst: interieur, meubilering en stoffering, allemaal in dezelfde stijl vaak door dezelfde persoon ontworpen

Slide 8 - Tekstslide

Art Nouveau / Jugendstil
  • Een reactie op de neo-stijlen
  • Met hulp van nieuwe technieken zoals staal mogelijk 
  • Vormgeving gebaseerd op natuurlijke, organische (slingerende) vormen)
  • Al snel wordt het totaalkunst: het interieur ook in dezelfde stijl 
  • Omdat het vaak om handwerk gaat is het kostbaar en alleen voor de rijken.
  • vgl. met Arts en Crafts in Engeland halverwege 19e eeuw (blz. 49) die het ambacht terughaalde in tijd van industrialisering

Slide 9 - Tekstslide

Jugendstil Bouwkunst

Slide 10 - Tekstslide

Antoni Gaudi 1852-1926
  • Belangrijkste architect van Barcelona
  • Maakt zijn eigen variant op de Art Nouveau
  • Kenmerkend is gebruik van mozaïek 
  • Natuur is inspiratiebron / organische vormen
  • La Sagrada Familia, begonnen in 1882, is nog steeds niet af

Slide 11 - Tekstslide

eigen variant op Art Nouveaustijl.

Geinspireerd op oude Moorse bouwstijlen

Inspiratie natuur

excentrieke exterieur
kronkelende balkonhekken
meubels,
grotachtige binnenruimten

--

totaalkunst

Slide 12 - Tekstslide

Art Nouveau / Jugendstil
De jugendstil is de laatste decoratieve stijl. In de volgende jaren krijgt geleidelijk het modernisme de overhand en dat wijst iedere vorm van decoratie af omdat het niet functioneel is.

(forms follow function principe)

p. 64

Slide 13 - Tekstslide

Ook in de vormgeving meubels
en affiches is de sierlijke lijn van Art Nouveau terug te vinden.
Jugendstil toegepaste kunst

Slide 14 - Tekstslide

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld.

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang?

Slide 15 - Tekstslide

Symbolisme: spiritualiteit en verbeeldingskracht. Literaire inspiratiebronnen. Vormgeving beïnvloed door Art Nouveau.
Femme Fatale (zoals hier Salomé) is populair.

  
Post impressionisme: nieuwe, persoonlijke blik op de werkelijkheid, volgend op impressionisme. Pointillisme, Cézanne, Gauguin en Van Gogh. 
Minder vluchtig dan impressionisme
Beeldende Kunst: Symbolisme of Postimpressionisme

Slide 16 - Tekstslide

Symbolisme
Het symbolisme is de stroming die het beste de tijdsgeest van de 'fin de siecle' tot uitdrukking brengt. 
Kunst is voor de symbolisten in 1e instantie een emotionele ervaring.
Het gaat er niet om hoe iets gezien wordt maar hoe iets gevoeld wordt en daarom veranderen ze wat ze zien in symbolen.
Zoeken naar betekenis achter de waarneming.
Geispireerd: literaire thema's, de femme fatal
Sterk verwant met jugendstil.
Voornamelijk schilderstroming

p. 66

Slide 17 - Tekstslide

De schilders van het symbolisme wijzen het realisme en het naturalisme af. 
Verbeeldingskracht, spiritualiteit, mystiek en intuïtie kwamen centraal te staan. 
Er was sprake van een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het esoterische en het onverklaarbare. 
Symbolisten wilden niet afstandelijk observeren, ze zochten vooral naar het bijzondere, het fantastische.
Arnold Böcklin, Die Toteninsel, 1883

Slide 18 - Tekstslide

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld.

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang?

Slide 19 - Tekstslide

De Postimpressionisten
Een aantal kunstenaars, min of meer beinvloed door het impressionisme, gaat volledig zijn eigen weg. Ze werken zonder opdrachtgever en trekken zich weinig tot niets aan van de vraag van de kunstmarkt. Zij bewandelen de paden die toonaangevend zijn voor de overgang naar de twintigste eeuw. We noemen ze de 'postimpressionisten' omdat ze vanuit het impressionisme hun kunst verder ontwikkelen.

Onder de VIER postimpressionisten verstaan we:
Seurat,
Cezanne,
Gauguin
van Gogh

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Pointilisme

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Onderzoek naar structuur en ordening

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Symbolist
Invloed Japanse 
prentkunst

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Expressionisme

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

De Postimpressionisten
Wie vind jij het meest vernieuwend?
En bij wie zie je de sporen van het impressionisme nog het meest terug?

Slide 34 - Tekstslide

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld.

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang?

Slide 35 - Tekstslide

Wagner / Gesamtkunstwerk
Wagner speelt voor architect, toneelmeester en decorateur. Hij treedt zelfs op als impresario, zangleraar en regisseur. Hij wilde niet alleen het publiek vermaken maar ook een religieus effect behalen. Alles moest daaraan worden aangepast.
De tempel van Bayreuth: Buiten de stad op een heuvel
Wagner wilde voor zijn ‘kunstwerk van de toekomst’ een speciaal theater.
1872 het Festspielhaus.
Het ontwerp grijpt terug op klassieke theaters maar nieuw zijn: 
  • diepe orkestbak ( geluiddemping  en geen visuele afleiding)
  • publiek zit recht voor het podium (geen loges en balkons)
  • zaallicht gaat uit tijdens het spel / het publiek in het donker
  • harde stoelen voor betere akoestiek (niet comfortabel)


Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Link

Wagner / Oneindige melodie
Vernieuwend is ook zijn muziek
Wagners opera’s laten een voortdurende stroom van vocale en instrumentale muziek horen (= de unendliche melodie). 
Het zeer grote en kleurrijke orkest wordt bijna een ‘karakter’ in het drama omdat het leidmotieven (= terugkerende themamuziek bij bepaalde personen of stemmingen) presenteert, stemmingen verklankt en zangstemmen (aria’s) begeleidt.

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Richard Wagner: Der Ring des Nibelungen: 
De Ringcyclus gaat over de tragedie van het menselijk lot. 
De reeks is gebaseerd op de Germaanse mythologie en Noorse sagen (Typisch voor Romantiek: irrationele/ bovennatuurlijke)
Het verhaal van Wotan: de strijd van egoïsme en liefde. 
Daarnaast een aanklacht tegen de kapitalistische maatschappij van de 19e eeuw. 

Wagner maakt een Gesamtkunstwerk ( alle onderdelen vormen een eenheid) 
Koppelt leidmotief (muzikaal etiket) aan een gebeurtenis, zaak of persoon.

Slide 40 - Tekstslide

Impressionistische muziek
Sfeer wordt verkozen boven emotie (net als bij de impressionistische schilders) en de bezetting (orkest) wordt juist kleiner.
Inspiratie komt o.a. van de jazzcultuur in de VS en Oosterse muziek.
  • Claude Debussy
  • Maurice Ravel

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

LESDOEL: kennismaking met de belangrijkste leerpunten van HO5

1. Wat betekent 'fin de siecle'

2. Wat wordt er onder 'jugendstil' verstaan en wat zijn de kenmerken voor de bouwkunst en de beeldende kunst?

3. Wat verstaan we onder 'symbolisme' en hoe zie je dit in de schilderkunst?

4. Wie waren de belangrijkste postimpressionisten van de 19e eeuw?

5. Muziek: wat wordt er onder een gesamtkunstwerk verstaan? En geef een voorbeeld. En wat wordt er onder impressionistische muziek verstaan?

6. Dans: wat zet de ondergang van het ballet in gang? - p. 72

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Slide 45 - Video

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Succes met de toetsweek!

Slide 49 - Tekstslide