Gustar

Viernes

el verbo GUSTAR
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Viernes

el verbo GUSTAR

Slide 1 - Tekstslide

Gustar
  • Wat betekent gustar?
  • Uit welke twee onderdelen bestaat gustar?
  • Waneer gebruik je gusta?
  • Wanneer gebruik je gustan?

Slide 2 - Tekstslide

me gustas tú
volver
soñar
la mañana
la lluvia
la moto


2
1
3
4
5

Slide 3 - Tekstslide

Zoek de betekenis op van de woorden:
volver / soñar / la lluvia
en vul deze hier in:

Slide 4 - Open vraag

gustar

Slide 5 - Tekstslide

EENS/NIET EENS
                                                EENS                 NIET EENS
Me gusta el español.         A mí también             A mí no
                                               ik ook                      ik niet

No me gusta el teatro.    A mí tampoco            A mí sí
                                              ik ook niet                ik wel

Slide 6 - Tekstslide

A mí me gusta el ballet clásico.

Slide 7 - Open vraag

A mí no me gusta el fútbol.

Slide 8 - Open vraag

¡A mí me gustan las vacaciones!

Slide 9 - Open vraag

¿Qué te gusta?
¿Qué no te gusta?

Slide 10 - Tekstslide

Gustar
  • Wat betekent gustar?
  • Uit welke twee onderdelen bestaat gustar?
  • Waneer gebruik je gusta?
  • Wanneer gebruik je gustan?

Slide 11 - Tekstslide

Vul in:
Me ... el color rojo.


timer
0:15
A
gustan
B
gusta
C
gusto
D
gustas

Slide 12 - Quizvraag

Vul in:
¿Te ... el español?
timer
0:15
A
gusta
B
gustas
C
gustan
D
gustar

Slide 13 - Quizvraag

Vul in:
Me ... comer una pizza.
timer
0:15
A
gustan
B
gusta
C
gusto
D
gustar

Slide 14 - Quizvraag

Vul in:
Nos .... los coches rápidos.

timer
0:15
A
gustar
B
gustamos
C
gustan
D
gusta

Slide 15 - Quizvraag

Vul in:
Juan.........................gusta cantar.


timer
0:15
A
me
B
le
C
les
D
nos

Slide 16 - Quizvraag

Vul in:
(hij vindt leuk) .... esuchar música.
timer
0:15
A
él gusta
B
le gusta
C
le gustan
D
les gustan

Slide 17 - Quizvraag

Vul in:
(jij) ... el deporte.
timer
0:15
A
te gustas
B
te gusta
C
te gustan
D
te gusto

Slide 18 - Quizvraag

Wij houden van dansen.
timer
0:15
A
Nos gustan bailar
B
Nos gustar bailar
C
Gustamos bailar
D
nos gusta bailar

Slide 19 - Quizvraag

¡Trabajar juntos!
*  Vul de juiste vorm in van gustar + wie iets leuk vindt: 
1.  (ik) ________________________ las hamburguesas.
2. (Paco en José) _______________________ jugar al fútbol. 
3. (hij) _________________________ los gatos. 
4. (María en ik) _______________________el teatro. 
5. ¿(jullie) _______________________leer?

Slide 20 - Tekstslide

Hoe goed begrijp je de stof tot nu toe?
A
Heel goed
B
Redelijk
C
Ik vind het lastig
D
Geen idee waar het over gaat

Slide 21 - Quizvraag

Wat betekent de zin:
¿Les gustan las sorpresas?
A
Houd jij van verrassingen?
B
Houd hij van verrassingen?
C
Houden jullie van verrassingen?
D
Houden zij/u van verrassingen?

Slide 22 - Quizvraag

Hoe zeg je in het Spaans:
Ik houd van vliegen in een vliegtuig
A
Me gusta viajar en avión
B
Me gustan viajar en avión
C
Te gusta viajar en avión
D
Me gusta la música clásica

Slide 23 - Quizvraag

Hoe zeg je in het Spaans:
Houd jij van feestjes?
A
¿Le gustan las fiestas?
B
¿Te gustan las fiestas?
C
¿Te gusta las fiestas?
D
¿Nos gustan las fiestas?

Slide 24 - Quizvraag

Schrijf op in het Spaans:
Ik houd van klassieke muziek

Slide 25 - Open vraag

Aprende ahora

Slide 26 - Tekstslide

Me gusta(n)...

Slide 27 - Woordweb

Slide 28 - Tekstslide

GUSTAR
  1.  Oefen het meewerkend voorwerp HIER
  2. Oefen met verschillende opdrachten van het ww GUSTAR HIER.
  3. Oefen HIER

Slide 29 - Tekstslide

gustar

Slide 30 - Tekstslide