Reflexief werkwoord

Welk woord past
bij de foto?
A
zich haasten
B
zich aanmelden
C
zich vervelen
D
zich scheren
1 / 14
volgende
Slide 1: Quizvraag
NT2MBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welk woord past
bij de foto?
A
zich haasten
B
zich aanmelden
C
zich vervelen
D
zich scheren

Slide 1 - Quizvraag


A
zich wassen
B
zich storen
C
zich voorstellen
D
zich afmelden

Slide 2 - Quizvraag


A
zich aankleden
B
zich schamen
C
zich haasten
D
zich ergeren

Slide 3 - Quizvraag


A
zich aanmelden
B
zich wassen
C
zich ergeren
D
zich scheren

Slide 4 - Quizvraag


A
zich voelen
B
zich inschrijven
C
zich voorbereiden
D
zich voorstellen

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Welk woord is weg?

De oude man kan .... niet meer zelf wassen.
A
me
B
zich
C
je

Slide 7 - Quizvraag

Welk woord is weg?

Ik voel .... vandaag niet lekker.
A
me
B
je
C
zich

Slide 8 - Quizvraag

Welk woord is weg?

Rosa meldt .... ziek. Ze blijft in bed.
A
me
B
ons
C
zich

Slide 9 - Quizvraag

Welk woord is weg?

De cursisten bereiden .... voor op hun examen.
A
zich
B
ons
C
je

Slide 10 - Quizvraag


Ik voel .... beter dan gisteren.

Slide 11 - Open vraag


Wij hebben .... voor de cursus aangemeld.

Slide 12 - Open vraag

SPREKEN in tweetallen.
Geef antwoord met het woord dat tussen haakjes staat.

1 Wat doe jij na het sporten? (zich wassen)
2 Wat doe je 's ochtend als je bent opgestaan? (zich aankleden)
3  Ik wil een cursus doen. Wat moet ik doen? (zich inschrijven)
4 Wat doet een sporter voor een belangrijke wedstrijd? (zich voorbereiden)
5 Wat moet je doen als je ziek bent? (zich ziek melden)
6 Wat doen jullie als jullie nieuwe buren krijgen? (zich voorstellen)

Slide 13 - Tekstslide

Hoe goed heb je deze les begrepen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll