Nederlands Thema Ik en financien Woordenschat Deviant Starttaal boek B

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar 
       
       Pak je Chromebook/ laptop voor je
       Start je Chromebook/ laptop op
       Log in op www.lessonup.app 
       Stop je telefoon in je tas of in je jas
       Leg een pen op je tafel
timer
2:30

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?
-Herhaling themawoorden over financiën
-Uitbreiding woorden over financiën

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...

-Ken je de betekenis van woorden over financiën
-Kan je zelf een omschrijving geven of zinnen maken met de     woorden waarmee de betekenis duidelijk wordt.

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 
Wat weet je nog?
-Beantwoord vraag 1 
 op het werkblad met 3 klasgenoten.

Slide 5 - Tekstslide

Voorkennis activeren: 
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand
van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te
geven aan de rest van de les. Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
https://toetsrevolutie.nl/?p=2436
timer
5:00
Thema Ik en financiën
Vraag 1: Wat waren de themawoorden van hoofdstuk 1?
Vraag 3: Woorden die je ook nog kent van het thema Ik en Financiën.
Vraag 2: Vier zinnen met één van de woorden, zodat we het woord begrijpen. Of je geeft een uitleg van het woord.
Vraag 4: Bedenk een vraag voor de klas over de themawoorden.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is onze opdracht goed?

Slide 7 - Open vraag

Door leerlingen vooraf na te laten denken over waar de opdracht aan moet voldoen, krijgen ze kwaliteitsbesef. Hierdoor zijn de leerlingen in staat om zelf in te schatten waar hun inspanningen bij de opdracht voor verbetering vatbaar zijn. 
Koop je een fiets, laptop of scooter? Meestal betaal je dure artikelen niet ......., maar betaal je met je pinpas.
A
uitkering
B
factuur
C
inkomen
D
contant

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt iets duurs gekocht, maar het is al na een week kapot. Dan ga je terug naar de winkel; je hebt toch ......?
A
een lening
B
een uitkering
C
garantie
D
de belasting

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben blij dat ik een ........ heb afgesloten toen ik mijn nieuwe
fiets kocht. Hij stond goed op slot, maar is tóch gestolen.
A
lening
B
verzekering
C
belasting
D
uitgave

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je werkt, ontvang je een ......, maar daar betaal je wel ....... over, van dit geld wordt alles betaalt, zoals snelwegen maken.
A
inkomen, belasting
B
belasting, lening
C
uitkering, uitgave
D
inkomen, factuur

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je niet kunt werken omdat je bijvoorbeeld lang ziek bent, krijg je ... ......
A
een factuur
B
een verzekering
C
garantie
D
een uitkering

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het geld dat je ergens voor betaalt.
Mijn moeder heeft een nieuwe baan: ze heeft nu een hoger ........ Nu hebben we meer geld.
Ik kocht een nieuwe laptop, ik betaalde met mijn pinpas en de ....... kwam in mijn email.
inkomen
uitgave.
De moeder van Ranim werkt bij een bank, zij kan je ...... geven.
factuur
financieel advies

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg
-Hoe laat je merken dat je weet wat de woorden betekenen?
  •  Als je in je eigen woorden kunt uitleggen wat het woord betekent.
  • Als je de woorden kunt gebruiken in zelfgemaakte zinnen.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
Welke omschrijving vind jij duidelijker?
Verzekering
a) Een verzekering moet je iedere maand betalen.
b) Na een aanrijding maak je foto's van de schade, voor de verzekering.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
Welke omschrijving vind jij duidelijker?
Lening
a) Iemand die geld heeft geleend van een bank, heeft een lening bij de bank.
b) Ik heb een lening bij mijn oom.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nu jij
In hetzelfde groepje van daarnet beantwoord je vraag 2 op het werkblad.
timer
2:30

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nu jij
In hetzelfde groepje van daarnet beantwoord je vraag 3 op het werkblad.
timer
2:30

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nu jij
In hetzelfde groepje van daarnet beantwoord je vraag 4 op het werkblad.
timer
2:30

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We bespreken het werk

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Weet je nog wat de leerdoelen waren?

  1. De betekenis kennen van woorden over financiën.
  2. Zelf zinnen maken met de woorden waarmee de betekenis duidelijk wordt.

Slide 21 - Tekstslide

In de slotfase van de les controleert de docent of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen de les, het proces en blikt vooruit. 
Exit ticket 
Schrijf nu een geleerd woord op en maak met een omschrijving óf een voorbeeld duidelijk wat het is.

Slide 22 - Tekstslide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klaar?
Lees Starttaal Nederlands 
Hoofdstuk 6 blz 215 en blz 216  

Slide 24 - Tekstslide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf